O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← OngeloofZondaar en bedelaarDe inwendige mens →

Verzamelde Werken, deel 8 · Zondaar en bedelaar · p. 86–87

Kerk en wereld

En daar kwamen de broeders, van onze zaken gehoord hebbende, ons tegemoet tot Appiusmarkt en de Drie Tabernen, welke Paulus ziende, dankte hij God en greep moed.

Handelingen 28 : 15 (St.V.)

Wij zien hier de apostel Paulus voor de poorten van Rome. De Appiusmarkt en de Drie Tabernen waren plaatsen, die men passeerde, als men van de zuidkant de stad naderde. De Tabernen lagen dichter bij Rome dan de Appiusmarkt. Op beide plaatsen kwamen de christenen uit Rome Paulus tegemoet.

Hier komt nu de apostel zijn intocht houden in de hoofdstad van de wereld. Dat is altijd Paulus' begeerte geweest. En nu komt hij er als gevangene; maar toch met het Evangelie. Het zal een stille intocht geweest zijn die Paulus er houdt. Niemand lette op die vreemdeling, die door enkele christenen wordt ingehaald.

Paulus is wel meer in grote steden geweest. Als wij zijn reizen nagaan zijn het alleen steden, die hij bezoekt. En daaronder komen er voor, zoals Athene, Korinthe, Efese, die tot de bekendsten van de wereld behoren. Maar Rome is toch verreweg de grootste. En nu nadert daar de grote evangelist de wereldstad. Welk een tegenstelling, die stad vol rumoer en het Evangelie, de boodschap van Hem, die zijn stem op de straat niet laat horen (Jes. 42 : 2). Vaak zal bij Paulus op zijn reizen de gedachte zijn opgekomen of het wat baten zou, wanneer hij in zo'n stad het Evangelie kwam prediken. Maar nooit zal hij dat zo sterk gevoeld] hebben als thans, nu hij Rome nadert. Het was wel nodig, dat de broederen hem tegemoetkwamen, om hem moed te doen grijpen.

Rome was een stad, waar men goed kon horen en zien wat wereld is. Daar kon men beleven, dat alles in de wereld met gedruis voorbijgaat (2 Petr. 3 : 10). Daar was het kermis. Zowat het hele jaar rond. De mensen riepen er allemaal om brood en spelen. Zal daar iemand het Woord Gods kunnen verstaan, dat Paulus er komt brengen? God roept zijn Woord niet luid in de wereld, maar Hij fluistert het door zijn Geest in de harten (Rom. 8 : 26). Zal dat fluisteren des Geestes in het rumoer der wereld niet verloren gaan? Paulus kwam er prediken van iemand, die als Hij geslagen werd zijn mond niet opendeed (Jes. 53 : 7). Zal dat wat geven?

Nergens kunnen wij misschien Evangelie en wereld, kerk en wereld, zo duidelijk tegenover elkaar zien als hier bij Paulus voor de poorten van Rome. Het lijkt alsof de prediking bestemd is om geheel overstemd te worden. Toch grijpt Paulus moed. Hij weet, dat het juist omgekeerd is. Dat heeft Paulus niet bij ervaring, maar hij weet het door het geloof. Paulus' ervaring is, dat er in zo'n grote stad soms maar enkele mensen zijn, die luisteren naar het woord van God. Zo in Athene, één man en één vrouw, met name genoemd. Maar door het geloof weet hij, dat de wereld door het woord Gods wordt toebereid (Hebr. 11 : 3). Alle gedruis en gejoel van een wereld die voorbijgaat, zal stil worden, zo stil, dat iemand het niet zal kunnen horen, ook al ligt hij er, in het graf, met z'n oor tegen de grond, naar te luisteren. Maar het 'stil-heilig lied' (Gunning35) der gemeente waakt op, als uit het hart der eeuwigheid en het zwelt aan, onweerstaanbaar, zodat zelfs de doden het horen en opstaan uit hun graf, om Christus over zich te laten lichten (Ef. 5 : 14).

Kerk en wereld, we zien ze tegenover elkaar staan in Handelingen 28. Paulus voor de stad Rome. Het gedruis van het voorbijgaan van de tijd en de stilte van de komende eeuwigheid, van het Godsrijk. Althans zo was het te Rome. Wij wonen niet in een wereldstad, maar in de 'Achterhoek'. Zou het daar anders zijn? Ik krijg wel eens de indruk dat sommigen dat denken en dat, wat altijd een tegenstelling vormt, hier kan samengaan. Dat men alles tegelijk kan zijn en alles door elkaar kan doen.

Dat de mensen gemeenschap zoeken is te begrijpen en zo wil God het ook. Maar er is tweeërlei gemeenschap. Er is een gemeenschap in de zonde en een gemeenschap in Christus, de gemeenschap der heiligen, en we kunnen niet beide tegelijk beoefenen. De eenheid der wereld is als een roes, waarin mensen met elkaar hun geweten een poos stilzetten en God en hun ziel proberen te vergeten. De eenheid in Christus, de gemeenschap der heiligen, is nuchterheid des geestes, waarin het hart reiner wordt en het geweten goed en kwaad scherper en juister uit elkaar gaat houden en waarin een vreugde en een vrede gewekt worden, die niet verstoord kunnen worden. Deze twee staan altijd en overal tegenover elkaar en er is niemand, die ze niet kan onderscheiden, wanneer de Geest Gods het hem leert.

Daarom moeten wij waken en bidden, dat de wereld onze ziel niet overmeestert, zodat wij het Woord Gods en het Evangelie van Christus en de zuchtingen des Heiligen Geestes niet meer verstaan. Uitwendige, rumoerige mensen zouden we dan worden, zonder innerlijk leven. Kermis-mensen, als het Romeinse volk in Paulus' dagen.

Er is een schoon kerklied, dat tot titel heeft: Kom Heilige Geest en herschep ons.36 Dat mag wel in onze harten zijn, opdat een zo boze toekomst van ons geweerd blijve.

Eindnoten

  1. 35

    Vindplaats onbekend.↩

  2. 36

    Kennelijk de vertaling van het beroemde 'Veni Creator Spiritus', vgl. bundel-1938: gezang 78; Liedboek- 1973: gezang 273; voor Latijnse tekst F. van der Meer, Lofzangen der latijnse kerk, Utrecht/Antwerpen 1970, p. 244 v.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← OngeloofZondaar en bedelaarDe inwendige mens →