O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Markus 14: 17-26LarenMarkus 15 : 16-21 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 276–277

Markus 14: 32-42

Gethsemané. - Dat woord heeft een betekenis zoals weinig woorden. Waarlijk betekenis. Zoals Bethlehem. Het is geen plaatsnaam meer, maar het wordt opgeheven in de geest. Het wordt een plaatsnaam in het koninkrijk Gods, dat niet van deze wereld is (Joh. 18: 36). Het rijk, waarvan de landkaart nog niet getekend is. Maar waar de namen Bethlehem, Gethsemané, Golgotha, Jeruzalem een mystieke klank hebben. Daar raakt het geloof thuis en weet er in de geest te reizen. Z'n kruis op zich nemende, zichzelf verloochenende, Jezus volgende (Mt. 16 : 24).

Wanneer wij denken aan de hemel, dan weten we daaraan weinig bepaalds te verbinden. Het aardse zal teniet gedaan zijn. Maar het Evangelie leidt ons toch een heel eind in die richting. Die plekken die het ons noemt waar Jezus geboren werd, leerde, leed, stierf, opstond, ten hemel voer worden poorten, waardoor het geestelijk Israël ingaat in het koninkrijk Gods. Daar kan men zingen:

"Dit is, dit is de poort des Heren; ⚑daar zal 't rechtvaardig volk door treén."

Wanneer we Gethsemané noemen, dan is dat meer dan een hof. Het is een plaats, waar het geloof kan wonen, als er geen huis of hof meer is te vinden. Ik kan mij begrijpen dat men de heilige plaatsen gaat zien. Maar er is weinig te vinden. Ze liggen hogerop. Evenmin als die andere hof zijn ze het paradijs. Heden zult ge met Mij in het paradijs zijn (Lk. 23: 43). - Twee hoven. De ene van de lust der ogen en de zonde, de zondeval. De andere van Jezus' zieleangst en gehoorzaamheid. Twee hoven, waar de mensheid doorgaat. De eerste en de tweede Adam.

Dat zijn plaatsen, die op de wereldkaart liggen. Maar ieder vindt ze niet. Men moet geloofsleven kennen. Plaats en plaats is zo verschillend. 't Ene land ligt zoveel hoger dan 't andere.

Wanneer ik u vraag: 'Waar zijt ge wel eens geweest?' dan misschien noemt ge een of andere plaats. Of ge zegt: voetbalveld of kermis. Ik geloof 't wel. Als ik vraag: Maar zijt ge wel eens in Gethsemané of op Golgotha geweest? Dan? Liggen die plaatsen op de kaart van uw leven? Gij leeft, gij ademt. - Maar kent ge ook die andere ademhaling, die geloven heet? Paulus wel! Hij zegt: Ik ben met Christus gekruisigd (Gal. 2 : 20). Door z'n geloof komt hij in Gethsemané, op Golgotha, op de Olijfberg. Men hoeft er niet naartoe te reizen. Men kan op Laren blijven. Het geloof brengt ons in een ander land. Daar heeft iedere plek een geestelijke betekenis. Overal waar 't geloof de voet zet, is heilige grond. Dat is de weg der mensheid. Daar horen onze zielen thuis. Wij zijn gevallen zielen. Dan verkeren we op de aarde.

Wie wil een discipel zijn van Jezus en als Petrus, Jakobus en Johannes met Hem in deze hof gaan? Jezus begon verbaasd en zeer beangst te worden (vs. 33). De ure komt dat Hij lijden moet. Hoe is de Zone Gods zo angstig, waar toch vele martelaren blijmoedig in de dood zijn gegaan? Kan Hij zich niet schikken, waar ieder mens zich moet schikken? Maar de dood is geen lichamelijk feit. En 't graf meer dan een plekje op 't kerkhof. Een mens die sterft is meer dan een dier. Sterven en een Vader in de hemel hebben, kan dat?

Maar hier is nog meer: die diepe eenzaamheid. De discipelen slapen. Judas komt Hem verraden. Petrus gaat Hem verloochenen. De hogepriester zal Hem in 't aangezicht laten slaan. Het volk zal een moordenaar boven Hem verkiezen. Pilatus zal z'n handen van Hem afwissen. Hij zal tussen moordenaars gekruisigd worden. God zal Hem verlaten. - Is men dan klaar met te zeggen: Een mens moet zich schikken? Is daar de dood mee beschreven?

Deze dood is plaatsbekledend. Dit kruis een kruis. Deze dood een dood. Dit graf een graf.

In de hof Gethsemané krijgt de dood weer z'n karakter van voor die andere hof. Hij hoort niet in 't leven. Jezus voelt in de dood de verlatenheid, de toorn Gods, de straf en het gericht. Wij vergaan door Uw toorn, en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt (Ps. 90: 7). De psalmtonen worden nog dieper dan op de paaszaal. Het ene register na 't andere wordt getrokken op het klavier, waar de diepe levensweg gespeeld wordt. De ene toon na de andere waakt op. Wat is de val diep. Wat weinig wordt het wezen der dingen nog verstaan.

Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe. Blijft hier en waakt. Dan bidt Jezus dat die ure van Hem voorbijging. En heftig: Neem deze drinkbeker van Mij weg, Doch niet gelijk Ik wil, doch gelijk Gij wilt (vs. 34 vv.). Welke hevigheid. Welk een tegenstrijdigheid. Dit is de Messias-ure. De lijdens-ure. Jezus moet door die weg. Het leven krijgt z'n volle maat. Jezus is de plaatsbekleder. De ware dood moet gepasseerd. De weg terug. Daarachter ligt de opstanding. Deze dood is niet 't einde, maar de poort. Hoe ver ligt dit van de gevallen mens. Dit is de Zone Gods.

Hij kwam en vond hen slapende en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Simon, slaapt gij? Kondet gij niet één uur waken (vs. 37)? Waken, dat is alles zien wat Jezus ziet. Zij kunnen het niet. Dan weer ten tweeden male. En eindelijk: Slaapt nu voort (vs. 41). Dan komt de ure.

Slaapt de wereld nog?

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Markus 14: 17-26LarenMarkus 15 : 16-21 →