O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Markus 14 : 10-16LarenMarkus 14: 32-42 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 274–275

Markus 14: 17-26

Op de avond van het Paasfeest was Jezus met de twaalve op de eetzaal. De tonelen in de lijdensgeschiedenis wisselen snel. De zalving bij de maaltijd. Het verraad bij de overpriesters. Nu de samenkomst op de eetzaal. De eenheid in de geschiedenis is echter heel duidelijk. De zalving brengt het verraad tot uitbarsting. Nu volgt de aanwijzing van de verrader op de eetzaal. Dan volgt de instelling van het Avondmaal. Wat de vrouw en Judas gedaan hebben, wordt op de paaszaal door Jezus in profetisch licht geplaatst, en ambtelijk aanvaard. Gods wil. Weg van de Messias. Het mensenlot wordt opgenomen in Gods raad. De haat, de liefde, het lijden en de overgave in dit leven worden ingeweven in hoger plan.

Vreemde stof, dat verraad. En daarnaast, de liefde van de zalving. Welk een tegenstelling! Maar beide in 't Evangelie. Beide stof voor de prediking. Beide dienstig aan het Evangelie. In 't verhaal naast elkaar. Gaan in elkaar over. Op de paaszaal naast elkaar. Het verraad wordt ter sprake gebracht. En het Avondmaal, waar de zalving van de vrouw, de profetie van Jezus' dood, door Jezus wordt overgenomen. Jezus neemt ze zelf beide in handen. En beide worden met de profetie in verband gebracht. Psalm 41.

Jezus regeert deze wereld. Hij neemt alles in zijn hand. Hij bekleedt er zich mee. Alles getuigt van Hem. Hij draagt alles, lijdt alles. Het krijgt alles zijn zin in Hem. Zijn dood, door verraad, is deel der profetie. Jezus zegt, dat één Hem verraden zal. Eén van de aanzittenden (vs. 18). Wie zal het zijn? Jezus is geen waarzegger. Hij is profeet. Niet om de man, maar om de betekenis gaat het. 'Ben ik het?' vragen ze allen (vs. 19). Hoe kunnen ze dat vragen? Ben ik het? Jezus antwoordt met een Psalm: Die met Mij in de schotel indoopt (vs. 20; vgl. Ps. 41 : 10). Niet scherp persoonlijk. Het is nog prediking.

Dan de instelling van het Avondmaal. Niet enkel aanvaarding van zijn dood, maar ook band der gemeenschap. Het is het testament van Jezus. De twaalve zijn in zijn testament. De dood moet ertussen komen. Jezus deelt zijn lichaam en bloed uit. Deze mislukking van het Messiasschap is een testament. Politiek testament. Grondslag van 't Koninkrijk. Fundament van de kerk. Band der eenheid. In de dood één. Onderscheidsloos. In Jezus' dood één. Elk met eigen gave. Nieuwe schepselen. Jezus deelt zelf die gaven uit.

Maar eerst moet Hij sterven. Anders kan de Trooster niet komen (vgl. Joh. 16: 7). Als de verbroken fles: de geur is de Geest. Wij kennen nu deze taal, het Avondmaal, de betekenis. Maar het is niet symbool. Het is werkelijkheid, en historie. Het moet in het leven worden aangenomen. Het is niet enkel tekenspraak. Het is als bij de discipelen. Ze moeten door Jezus' dood heen. Dan verstaan wij: Ben ik het? Is het zo vreemd als iemand terzijde springt, als hij door de dood heen moet? Zo moet men in Jezus' testament komen. Petrus heeft er ook moeite mee gehad. Hij probeerde het. Van de anderen staat het niet.

Luisteren naar de profetie. Overgave aan Gods raad. Volgen van Jezus. Vertrouwen op zijn testament.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Markus 14 : 10-16LarenMarkus 14: 32-42 →