O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Markus 14: 1-9LarenMarkus 14: 17-26 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 273–274

Markus 14 : 10-16

Tegenover de daad der vrouw, die Jezus zalfde, staat die van Judas. 't Staat er vlak achter. 't Is precies het omgekeerde: het aannemen van Jezus' dood eerder dan iemand anders, en het zich ergeren aan Jezus' dood.

Maar allereerst is er verband. Jezus' weg scheen eerst bergopwaarts te gaan. De scharen volgden Hem, vierduizend, vijfduizend tegelijk. Soms moet Jezus ontwijken, omdat ze Hem koning willen maken. Dan gaat Jezus naar Jeruzalem. Een schare volgt Hem. Men haalt Hem in. Jezus reinigt de tempel. Hij overwint zijn tegenstanders in gesprekken. Jezus houdt zijn strafrede. Maar dan ineens begint de verandering. Het Messiasschap wordt in één nacht van gedaante veranderd. Zalving. Paaszaal. Gethsemané. In welke wereld komt Judas hier? Welke deur gaat hier open? Een deur naar binnen? Een deur naar beneden? Een deur naar het graf, naar de hel? Wat wordt alles stil. Wat droevig. Wat angstig. Balsem. Verbroken lichaam, vergoten bloed, bloedzweet. Waar zijn de discipelen nu gekomen, zij, die Jezus' intocht in het koninkrijk wilden vieren? In welke diepte, in welk graf verzinkt hier alles? De stroom van het blijde Evangelie schijnt te verzinken in een spleet, om zijn weg in het dodenrijk voort te zetten.

Dit is Jezus in het mensenleven. Herkent gij dat leven niet? Is er geen donkerheid achter het zonlicht, achter iedere dag? Geen droefheid achter iedere blijdschap? Geen zonde achter de schone schijn? Geen oordeel achter de lichtzinnigheid? Zakt de grond niet soms onder uw voeten weg? Vaart de dood niet in uw gezonde leden, de schrik in uw onbezorgdheid? Zult gij niet in 't gericht komen? Wordt de stroom der historie niet soms plotseling verzwolgen door een afgrond, een onderwereld en helse plagen? In dit oordeel is Hij gekomen. Hij moest lijden. En ineens omvangt het Hem. Dit is het Evangelie dat u redden kan. Jezus in de droefheid, in de angst en de dood. Paulus wil geen andere Jezus kennen dan deze Jezus (1 Kor. 2: 2). Hier wordt alles tot de laatste werkelijkheid herleid. Innerlijk. Leed. Liefde. Tranen. Dood. En 't aangezicht van Jezus daarin.

De vrouw die Jezus zalfde, herkent het. Zij herkent de dood in 't Evangelie, en 't Evangelie in de dood. Zij heeft Jezus lief, nu Hij in dit leed gekomen is. Zij heeft het Evangelie van binnen liever dan van buiten. Gij ook?

Judas had alleen de buitenkant lief. Van lijden en lijdensprofetie, van zalf en balsem en graf wil hij niet horen. Hij kan Jezus alleen waarderen als Hij de tempel reinigt, de Farizeeën de mantel uitveegt; niet als Hij kinnebakslagen krijgt of zich laat begraven bij gelijkenis, voor Hij gestorven is. De geur van de balsem verbittert hem. Hij vergrimt 't ergst van allen tegen de vrouw. Als Jezus gezegd heeft dat tot haar gedachtenis gesproken zal worden, dat zij Jezus 't best gezien en gekend heeft, dan volgt dadelijk: En Judas Iskariot, een van de twaalve, ging henen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren. Judas breekt met Jezus, volkomen. Hij verraadt Hem. De overpriesters dat horende, waren verblijd en zij beloofden hem geld te geven. En Judas zoekt hoe hij Jezus zal overleveren.

Petrus is ook eens tegen Jezus opgetreden, toen Hij lijden voorspelde. Jezus: Ga heen, achter Mij, Satanas (Mk. 8 : 33). Jezus wierp de duivel der ergernis uit Petrus uit. Deze duivel is de ergste van allen. Hij is in Judas gevaren, en hij doet Petrus Jezus nog verloochenen. De ergernis over het lijden.

Hier zijn twee geldsommen. Markus noemt die van Judas niet. Wij weten van dertig zilveren penningen (Mt. 26 : 15). De vrouw driehonderd penningen. Zij geeft tienmaal zoveel als Judas ontvangt. Welk een verhouding. Welk een ellendige som, die van Judas. Judas maakt zijn aandeel in Jezus' Messiasschap te gelde, de vrouw brengt een grote prijs daarin; beide om Jezus' dood. Zij zet alles op Jezus' dood, Judas haalt een ellendig sommetje daaruit. De vrouw wint eeuwige gedachtenis, Judas krijgt de dood door verworging.

Jezus zelf gaat tussen beiden door, tussen wel en wee, behoud en verdoemenis. De psalmen en profetieën zijn rondom Hem in beweging. Zij scharen zich langs zijn weg. Elk heeft een eigen plaats. Zij wijzen Hem de lijdensweg. De machtigste is het Pascha. Jezus begeert het te vieren (Lk. 22 : 15).

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Markus 14: 1-9LarenMarkus 14: 17-26 →