O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Handelingen 2 : 1-11LarenHandelingen 2 : 1-13 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 346–348

Handelingen 2 : 1-13

Pinksteren, dat is 'vijftigste dag'. Vijftig dagen na de uittocht uit Egypte kwam de wetgeving op Sinaï en werden de Tien geboden met Gods eigen vinger op stenen tafelen geschreven (Ex. 31 : 18). Vijftig dagen na de opstanding van Jezus werd, naar de oude profetie van de profeet Jeremia, door de Heilige Geest op de tafelen van mensenharten ingedrukt (Jer. 31 : 33).

Het zijn grote openbaringen Gods, die beide Pinksterfeesten. De eerste van de berg; de tweede uit de hemel, veel hoger. De eerste vol schrik; de tweede ook vol majesteit, maar vooral vol genade. Bij de eerste dorst niemand de berg naderen. Bij de tweede kwam iedereen toelopen; zelfs de spotters stonden erbij en dorsten hun mond open te doen.

Dit is de bedeling, waaronder wij christenen leven. En de vergelijking tussen de beide Pinksterfeesten geeft ons reeds reden tot vreugde. Wij leven niet meer onder de Wet, maar onder het Evangelie.

Wanneer wij nu verder vragen, waarom de Heilige Geest ook juist op de vijftigste dag is uitgestort, dan merken wij op dat er verband is tussen Wet en Evangelie. Een heel vriendelijke reden Gods bestaat ervoor.

Op het Pinksterfeest waren er velen te Jeruzalem bijeen. Jezus ging in de evangeliën ook op naar het feest (Joh. 7 : 10), en Paulus ook (Hand. 18 : 21), om de eenvoudige reden dat er dan een gelegenheid was voor het Evangelie. Op de berg Sinaï moest God, bij gebrek aan mensen, op steen schrijven. Te Jeruzalem kwamen mensen van alle kanten en uit alle landen. En in hun eigen taal horen zij de grote werken Gods spreken (vs. 11). In hun eigen harten krijgen zij de indrukken van Gods Geest. Pinksteren is een feest, waar God met mensen samenkomt; met vele mensen, van allerlei volk, van velerlei taal. God zoekt ons, predikt het Pinksterfeest. Hij heeft liever een schare mensen die van alle kanten toekomen, met enkele spotters erbij, vele volkeren van vele talen, dan één volk dat van Hem wegvliedt, zoals bij de berg Sinaï.

Dat is het feest van de Heilige Geest, dat wij vieren. Reeds op de eerste bladen van de bijbel zegt de Vader: Laat Ons mensen maken, naar ons beeld en onze gelijkenis (Gen. 1 : 26). God, die Liefde is, wil niet alleen zijn.

Daartoe heeft Hij zijn Zoon op aarde gezonden, toen wij zondaren geworden waren en tot Hem niet dorsten te naderen, maar van Hem al bevende vloden. Christus wil hun vertrouwen, hun geloof winnen, hun zonde vergeven. Hij wil zich een gemeente vergaderen van de einden der aarde, en die bij de verkregen verlossing beschutten en behoeden.

En zo komt de Heilige Geest op het Pinksterfeest, waar godvruchtige mannen bijeen zijn, van alle de volken dergenen, die onder de hemel zijn (vs. 5). Op deze dag der vervulling (vs. 1), als het zevenmaal zevenmaal van de zondenvergeving voleindigd is, komt de Geest de volle troost van het Evangelie in het hart schrijven. Deze Heilige Geest is God en Hij wil bij ons wonen. En als Hij komt, kunnen wij nooit meer alleen zijn. 'God met ons' is het dan en zal het eeuwig blijven.

Hoe het dan wordt, zegt Paulus in zijn brief aan de Romeinen: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem die ons liefgehad heeft (Rom. 8 : 35 vv.). Wij kunnen niet meer eenzaam zijn, als God met ons is; als de Heilige Geest onder ons en in ons woont.

Niet alleen, niet zonder God; maar ook niet zonder elkander. Op het Pinksterfeest, als de zonden zevenmaal zevenmaal zijn vergeven, dan vallen de scheidsmuren weg, dan komt de Heilige Geest, dan worden de harten in de Heer verenigd.

Van nature zijn wij bang van de Geest. Bij een geestelijk gesprek worden de mensen stil; het is of zij een vreemde taal horen, niet hun eigen taal. Als de discipelen Jezus zagen, na de opstanding, werden zij bevreesd, menend dat zij een geest zagen (Lk. 24 : 37). Maar nu komt de Heilige Geest, de Trooster. En dat verstaat een ieder, want de zondenvergeving is erin. Ieder komt uit zijn schuilhoek, waarin hij voor God was weggekropen. Hier hoort ieder zijn moedertaal, waarin hij de dingen verstaat en zichzelf verstaanbaar kan maken.

De Heilige Geest is de Geest van Christus, God die mens geworden is, die zichzelf vernietigd en vernederd heeft (Fil. 2 : 7 v.). Deze heiligheid, deze nederige, niet verschrikkende, maar genadige heiligheid kan het hart des mensen openen, zoals de Here het hart van Lydia opende, onze geestelijke grootmoeder (Hand. 16 : 14).

Alleen in het Heilige kunnen wij één zijn. En heiligheid is alleen daar, waar de zonden vergeven zijn, waar God zelf de poorten van het hart in bezit neemt. Plotseling geschiedde het, zoals Christus in het Laatste Oordeel. Zo komt de Geest op Pinksteren en de gemeente wordt vergaderd, drieduizend, straks vijfduizend zielen (Hand. 2 : 41, 4 : 4). Zo wij deze hoop moesten opgeven, zo er geen Pinksteren meer was, waren wij de ellendigste van alle mensen (vgl. 1 Kor. 15 : 19). Maar nu horen wij in onze eigen taal, die ons hart verstaat, de grote werken Gods spreken.

De tekenen. De windvlaag herinnert aan Sinaï, waar de stormen Gods gaan, die Elia hoort als hij op God wacht (1 Kon. 19 : 11). Het vleselijke vertrouwen moet eerst neergeworpen worden. Een geslacht dat niet meer weet wat zonde en schuld zijn, dat van geen wedergeboorte en bekering wil horen, dat genoeg heeft aan zichzelf, kan geen Pinksteren vieren, God niet horen in eigen taal. De stormwind gaat uit voor de Heilige Geest. Maar hoeveel meer is de Geest zelf. Hoe gering is de storm hier! Zo klein als het water van de Rode Zee, waarin Farao verdronk, in de Doop, zo klein als het brood bij het Avondmaal: zo gering is de storm op Pinksteren; slechts een teken van heiligheid.

Zo de verdeelde tongen als van vuur, dat op een iegelijk van hen zat. Hoe weinig is dit vuur, vergeleken bij de bliksemen van de rokende berg Sinaï; slechts een teken van Gods heiligheid, van de heiligheid van zijn Woord, van de verstaanbaarheid van zijn Geest in alle talen.

En de vreemdheid der talen, hoe klein is die, vergeleken bij de openbaring Gods, die slechts in één volk geschiedde, zodat alle anderen heidenen waren. Deze vreemde taal kan ieder verstaan. De Heilige Geest spreekt ieders moedertaal. Dit is Pinksteren in de moedergemeente Jeruzalem, dat in de bijbel ons aller moeder genoemd wordt (Gal. 4 : 26).

Pinksteren moet het worden, altijd weer.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Handelingen 2 : 1-11LarenHandelingen 2 : 1-13 →