O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Handelingen 1 : 12LarenHandelingen 2 : 1-13 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 344–345

Handelingen 2 : 1-11

Pinksteren is het feest van de vervulling. Jezus heeft gezegd dat Hij gekomen is om de wet en de profeten te vervullen, niet om die te ontbinden (Mt. 5 : 17). Wat geschieden moest: de wil van God, die zou Hij doen. En wat beloofd was: wat de profeten gesproken hadden, dat zou Hij brengen. Nu op Pinksteren begint dit in vervulling te gaan. Jezus heeft alles volbracht en toch begint Hij ook nu z'n werk. Want wat Hij volbracht heeft, dat deed Hij niet voor zichzelf, maar voor u en Mij. Hij wil nu in en aan ons toepassen, wat Hij zelf verworven heeft. Daar zit nu Jezus aan de rechterhand Gods, en de poorten verhogen de boog en de Koning der ere gaat in. Maar hier op aarde zitten de zijnen nog in zonde en ellende. Daarom begint het werk eigenlijk pas op Pinksteren en het houdt niet op voor de voleinding. Zolang zijn we midden in het Evangelie. Jezus is met ons naar z'n majesteit, godheid, genade en Geest. En door z'n Woord en Geest werkt Hij aan de toebrenging van de zijnen. Hier op het Pinksterfeest vaart het Evangelie als op de vleugelen van de stormwind uit de hemel nederwaarts. Het is de uitstorting van de Heilige Geest.

We mogen Vader, Zoon en Heilige Geest, zoals wij die als christenen belijden, niet scheiden. We belijden één goddelijk Wezen. Maar we onderscheiden toch. De werking des Heiligen Geestes is anders dan Gods werk in de schepping en de natuur. Ze is verborgen. Maar er is een gelijkenis met de wind des daags, waarvan Genesis ons spreekt, en waarin God de Vader komt tot de eerste mensen (Gen. 3 : 8); en met de ijver en toewijding, waarmee Jezus naar de Jordaan komt om gedoopt te worden en z'n ambt te aanvaarden.

Dezelfde hemelse goedheid is er in Pinksteren, het zoeken van mensen, de bereidheid om hen te helpen. Maar zie hoe het toeneemt. Op Pinksteren wordt in alle talen tot alle volkeren de goddelijke stem gehoord en drieduizend worden er toegebracht (Hand. 2 : 41). Sedert zweeft de Geest Gods weer op de wateren, maar nu niet meer om vissen en vogels tot aanzijn en leven te roepen, maar om in de harten der mensen geloof, hoop en liefde te wekken. Met het pinkstergeloof staat of valt de mensheid. Na de val, nu God de Heer niet meer in de wind des daags tot ons komt en de natuur ons geen zuiver beeld van God schenkt; en na Golgotha, toen het aangezicht van Jezus Christus door het wit des doods overtogen werd, zodat ook het mensen-aangezicht niet altijd de troost geeft die we nodig hebben, - nu hangt alles aan de vervulling van de belofte des Heiligen Geestes. Wanneer die niet komt, is er geen hoop en zijn we zonder God in de wereld (Ef. 2 : 12).

Hoe geweldig is dan in betekenis dat geluid van de pinksterwind, het blazen van Gods Geest over de dode harten. Hoe hoopvol is de haast, waarmee Hij tot de zijnen komt om hen aan te doen met kracht uit den hoge (Lk. 24 : 49). Ik zal u geen wezen laten (Joh. 14 : 18); dat wordt hier op heerlijke wijze vervuld. Nu weten wij dat Jezus z'n werk vervullen zal.

De komst van God wordt hoe langer hoe verborgener. Daarbuiten op het veld of om z'n huis kan ieder de stormwind horen. En Jezus' woorden, z'n zaligsprekingen op de zee van Tiberias, werden door een grote schare aangehoord. Maar wie zal het blazen van Gods Geest onderscheiden? Wie zal uitmaken of het een ernstige zaak is, of een waan van overdreven lieden, misschien wel vol zoete wijn (Hand. 2 : 13)? Wie heeft een hart dat gevoelig genoeg is om dit te ervaren? Wie zal met Pinksteren iets aanvangen?

Gemeente, dit komt tot het hart, tot uzelf. 't Is waar dat het een verborgenheid is. In de pinkstertekenen is nog maar een verre gelijkenis met de natuur. De wind is geen echte stormwind. Dit vuur, die kleine vlam op het hoofd der jongeren, is geen bliksemstraal. En deze talen kunnen niet dienen in 't verkeer der volkeren. Maar als de Geest dan ook werkelijk tot u komt, dan geldt het uzelf ook. Dan waait Hij niet buiten, maar binnen in 't verborgen. Dan zit de troost niet meer in de wolken of de avondrust in de natuur, maar in uw hart komt de vrede en de vastheid.

De Heilige Geest en de volkeren horen bijeen. Ieder hoort ze in z'n eigen taal de grote werken Gods verkondigen (vs. 11). Ieder verstaat de Heilige Geest. Welk een zegen, dat God zich tenslotte verstaanbaar kan maken. Niemand heeft een taal, een gedachtenleven, waar de Heilige Geest niet in kan komen. God kan spreken tot iedereen, praten met iedereen.

Wanneer we letten op de natuur en de Schriftuur, dan zijn die beide vol heerlijkheid. Maar er zijn zoveel dingen, waar het verstand niet bij kan. Niet ieder is een Lorentz of Einstein, die de mystieke diepten der natuur kan bereiken. En niet ieder is een schriftgeleerde. Maar de Heilige Geest neemt het uit de leer van Jezus. Hij komt in uw gedachten en leidt ze; in uw hart en troost het. Ge hebt nodig te verstaan en verstaan te worden. En dat is de laatste grote, beste gave. Alle vrede en rust hangt eraan.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Handelingen 1 : 12LarenHandelingen 2 : 1-13 →