O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Verzoening (Verlossing)InhoudDe Heilige Geest →

Verzamelde Werken, deel 2 · p. 421–425

Het werk van de Heilige Geest1

De Heidelbergse catechismus deelt de Twaalf artikelen in drieën In: 1. God de Vader en onze schepping. 2. God de Zoon en onze verlossing. 3. God de Heilige Geest en onze heiligmaking.

Het derde artikel, zoals het ook wel heet, bevat dan het geloof in de H. Geest, de heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving der zonden, de wederopstanding des vleses en een eeuwig leven.

Hiermee is het hele werk van de H. Geest niet aangegeven. De Heilige Geest heeft ook gewerkt bij de schepping; bij het middelaarswerk. Bij de driedeling van de Twaalf artikelen wordt bij het werk van de Heilige Geest vooral gedacht aan het werk van de Heilige Geest van Pinksteren af. Dan gaat het over de kerk, over Woord en sacramenten, de vergeving der zonden, de opstanding des vleses en het eeuwige leven. Wij merken op, dat het bij de beperkte bepaling van het werk van de Heilige Geest en de Twaalf artikelen toch ook gaat om grote - ik zou haast zeggen uitwendige - werken, scheppingen (herschepping) en niet in de eerste plaats om de gemoedstoestanden, die het geloof in de schepping bij ons te weeg brengt. De kerk, de gemeenschap der heiligen, de vergeving der zonden, de opstanding des vleses, het eeuwige leven. Dit zijn scheppingen van de Heilige Geest die hier worden opgenoemd.

En van deze scheppingen is er eigenlijk maar één die gelegenheid biedt om, zoals wij zo vaak doen, het werk van de H. Geest af te lezen enkel uit de toestanden van het mensenhart, om te spreken van geloof, genade, wedergeboorte, bekering, roeping, rechtvaardigmaking, heiligmaking. Ik zeg dat niet om de betekenis van die laatste onderwerpen te verkleinen. Dan zou ik geen goed protestant zijn. Ik kom daar straks nog op terug. Maar ik wilde er toch op wijzen, dat wij soms gevaar lopen het werk van de H. Geest te persoonlijk te zien, waarbij wij dan vergeten dat de herschepping ook een schepping is, waarbij hemel en aarde betrokken zijn en niet alleen ons eigen hart. Dat de herschepping niet alleen in ons moet plaats hebben, in 't klein, maar ook in 't groot, rondom ons.

Wij zijn zelf ook geschapen, maar bij de schepping denken wij niet in de eerste plaats aan onszelf, maar aan het grote geheel. Bij onze verlossing gaan onze gedachten uit naar Jezus' geboorte, lijden en opstanding. Zo moeten wij bij het werk van de H. Geest ook in de eerste plaats letten op de grote werken Gods ten opzichte van het geheel: 1. de kerk in haar geheel; 2. de eenheid der gelovigen, de catholiciteit; 3. de vergeving der zonde, de schepping als nieuw levensbeginsel; 4. de verwachting van de tenietdoening van de dood; 5. het eeuwige leven. Dat wij deze hele schepping des Geestes vaak helemaal naar binnen trekken, dat is eenzijdig, maar het is begrijpelijk. In de schepping werkt ieder ook zelf allereerst voor zijn dagelijks brood. Bij de verlossing evenzo: als ik met anderen in 't water val, dan probeer ik zelf eerst aan wal te komen. En als de Heilige Geest werkt, dan wil ik er zelf graag in de eerste plaats voor mijn eigen hart iets van merken. Dat is zeer begrijpelijk. Jezus leert ons ook te bidden: Geef mij heden mijn dagelijks brood. Neen, toch niet: geef ons heden ons dagelijks brood. En Jezus leert ons ook: Vergeef mij mijne schulden, gelijk ik vergeef mijn schuldenaren. Neen, eigenlijk niet: Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. En zo werd ook op de pinksterdag bij de uitstorting van de Heilige Geest één ziel toegebracht. Toch niet juist: drieduizend zielen!

Toch herhaal ik dat het begrijpelijk is en tot op zekere hoogte goed. De Twaalf artikelen zijn twaalf kralen aan één draad geregen: Ik geloof. Dat is zelf geen artikel, maar slaat op alle. Zo ook in de Heidelbergse catechismus. Die verdeling in drieën van zondag 7-22, die verdeling van de Twaalf artikelen staat midden in de Catechismus. Het is niet de hoofdverdeling. Dat is de verdeling in drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid. Dat is de verklaring van het'ik geloof in de Twaalf artikelen. Zondag 7: Wat is een oprecht geloof? Zondag 23: Wat baat het u nu dat gij dit alles gelooft? Daar staat de verklaring van het 'ik geloof. Daar staat ik en gij. Zondag 1: Wat is uw enige troost in leven en in sterven? Dat ik met lichaam en ziel enzovoorts. Zo ook in zondag 23: uw, ik, mijn. Hier schijnt de hele schepping, de hele heilsgeschiedenis der verlossing en de hele heiligmaking opgevat te worden als een geschiedenis van het mensenhart.

Eerst voelt het zich ellendig; dan gelooft het wat in de Twaalf artikelen staat, de waarheid van de bijbel, en daardoor wordt het gerechtvaardigd, en verder is men daarvoor dankbaar. Zo schijnt het de Heidelbergse catechismus te leren.

Daarbij moet men echter enkele dingen niet over het hoofd zien: 1. Het geloof zoals het hier voorkomt, bestaat niet enkel in toestanden en gevoelens van het hart. Het is niet alleen inwendig, maar ook uitwendig. De ellende in het begin van de Catechismus is niet enkel inwendig; zij is ook uitwendig te zien in het leven en in de wereld. Men leert immers de ellende kennen uit de wet. Zij bestaat in het geneigd zijn God en de naaste te haten. De zwarte handel bijv. is een stuk van die haat, van de ellende. De oorlog was er een stuk van. De verwildering een ander stuk. Men mag de ellende niet opvatte enkel als een gevoel van schuld. De ellende is werkelijke schuld, die wij door onze daden, niet gevoelens, groter maken. ⚑De verlossing van deze bestaat niet alleen in een hartelijk leedwezen diep in 't hart, maar ook in een haten en vlieden van de zonde, een vreugde in God en een lust om in alle goede werken te leven (zondag 33). Dat is niet allemaal inwendig maar ook uitwendig: het is dagelijks leven, dagelijkse werkelijkheid. De heilsweg van de H. Geest gaat niet alleen door het hart, maar ook door het leven en door de wereld.

Jezus die de wet volbracht heeft, is dwars door de werkelijkheid van het leven en van de wereld heengegaan. Wanneer wij de heilsweg geheel inwendig maken, dan komen wij in strijd met de Catechismus zelf. Want dat geloof, dat ons rechtvaardigt, gaat bij alle artikelen langs. Bij de schepping, bij Jezus' geboorte, lijden, opstanding, hemelvaart, zitten ter rechterhand Gods, wederkomst, ook de uitstorting van de Heilige Geest, de kerk, de opstanding van het vlees, het eeuwig leven.

Dan wordt er wel telkens gevraagd: wat nut u dat? Maar de artikelen over de Vader gaan tenslotte over regen en droogte, die over de Zoon over zijn komst als rechter van hemel en aarde, en die over de H. Geest over het eeuwig leven, dat wat in het hart van een mens niet is opgeklommen. Verder bij de rechtvaardiging komt men de sacramenten tegen. Sacramenten zijn zichtbare waartekenen en zegelen, door God' ingezet. Wanneer het geloof teveel in het hart wegduikt, ontstaat er een zekere vrees voor de sacramenten. Men wordt spiritualist, men laat de werkelijkheid, ook het woord, het teken, niet spreken. Men probeert het uit zichzelf te halen.

En dan tenslotte komt de Heidelbergse catechismus bij de dankbaarheid tot de Tien geboden, waarin de beide tafelen der wet ons worden voorgelegd, waardoor het leven wordt bestreken. De hele zedeleer, over het leven in het huisgezin, de kerk, de staat kan aan de hand van de Tien geboden ontwikkeld worden.

Dat alles komt men tegen als men de draad van het 'ik geloof in de HC. volgt. Alles wat wij tot nog toe gezegd hebben komt ook goed uit met de prediking van het Evangelie in het Nieuwe Testament. Jezus en Johannes begonnen zo - en dat is de inhoud: "Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." Bekeert u, en het antwoord: "ik geloof Heer." "Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen!" Dat is het grote gebeuren in en buiten ons, waar het om gaat. De reden van de bekering is de komst van het Koninkrijk Gods. "Want" zegt Jezus. Daarom moet ge u bekeren. Het werk van de Heilige Geest in ons staat dus in onlosmakelijk verband met datzelfde werk buiten ons en men kan beide niet scheiden. En wij moeten de verhoudingen tussen dat binnen en buiten in acht nemen. Wanneer een koning zijn intocht houdt staan de mensen in dikke rijen geschaard in de straten. Ieder laat zijn dagelijkse werk liggen, trekt zijn zondagse pak aan en voegt zich bij de menigte. Dat is een beeld van de bekering. Bekering is huldiging van koning Jezus. Zoals bij Zacheüs te Jericho. Ik denk niet dat Zacheüs er toen lang over nagedacht heeft, hoe hij uit de boom kwam; welke voet 't eerst. Ook niet of hij er wel uit kon komen. Dat alles vergat hij, omdat hij geroepen werd. Het 'hoe' en het 'wat', dat is het werk van de Heilige Geest. Wij kijken ook niet achter in ons horloge in 't raderwerk, maar voorop, hoe laat het is. Dat wil niet zeggen dat het koninkrijk Gods buiten ons om gaat. Het is binnen ulieden, zegt Jezus. Wij zouden de evangelische boodschap heel verkeerd verstaan, als wij vergaten dat het hier dingen betreft, die ons door de H. Geest worden toegeëigend.

Dat heeft de Reformatie ons geleerd, dat niet het sacrament op zichzelf, of de priester, of de kerk op zichzelf, ons kan zalig maken, maar dat de rechtvaardige door het geloof zal leven. Herschepping is een diep werk, als het Woord Gods als een tweesnijdend zwaard doorgaat tot de verdeling der ziel en des geestes en der samenvoegselen (gewrichten) en des mergs. Er is een onlosmakelijk verband tussen de herschepping buiten ons en in ons, maar dat betekent niet dat wij de H. Geest in het werk van bekering en wedergeboorte precies op de handen kunnen kijken.

Dat wij de Heilige Geest een methode zouden kunnen voorschrijven. De wind blaast waarheen hij wil, zegt Jezus tot Nicodemus. Wanneer wij er op letten willen, dan moet dat in de H. Geest van de apostel Paulus, die het doet vanuit de verzekerdheid. Bij wijze van getuigenis, met blijdschap. Wanneer wij er echter mee naar binnen gaan om zelf te proberen de doodsbeenderen zo terecht te leggen, dat de H. Geest er over blazen kan, dan doen wij als iemand, die zou proberen in zijn eigen graf te gaan om de opstanding des vleses voor te bereiden. Welk een dwaze gedachte! De gelovige, die het werk van de H. Geest heeft ervaren en de theoloog, die het voor de gemeente verklaart, die kunnen de orde des heils opmerken. Maar dat gebeurt niet om daarmee de harten te binden, maar om ze los te maken. Wanneer Paulus zijn brieven schrijft, waarin de rechtvaardiging door het geloof een zo grote plaats inneemt, dan doet hij dat om de gemeente in de ruimte te brengen en niet om ze te benauwen.

Toen onze vaderen de Roomse Kerk verlieten, namen zij afscheid van de werken, die op ons goeddunken en menseninzettingen gegrond zijn en niet naar de wet van God. Zij moeten uit het geloof zijn en ter ere Gods. Met deze werken worden vooral uitwendige werken bedoeld. In de roomse kerk later inwendige oefeningen (De Loyola): exercitiën, ook naar eigen goeddunken. De Reformatie is daar ook niet altijd vrij van gebleven. Nu is het gebed een zekere inwendige oefening. Maar het gaat regelrecht uit naar God en het is niet op onszelf gericht. Het is een uitgaande daad. Zo is ook het geloof. Het richt zich op Gods woord en beloften. Het is niet met zichzelf bezig. Het werk van de H. Geest werkt in de mens uitgaande daden. Ook het hartelijk leedwezen, dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, wordt nader bepaald als een haten en vlieden van de zonde. Niet als een zichzelf verterend berouw en een staan blijven bij de zonde. De opstanding van de nieuwe mens is een hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven. Het werk van de Heilige Geest is een werk dat als 't ware dwars door ons heen gaat naar de wereld. Het gaat niet buiten ons om. Het is een nieuwe schepping. Het gaat door ons hart, maar ook door onze handen en voeten. Het werkt geloof, maar ook werken. Het laat de wereld niet zoals die is. Maar hoe Gods koninkrijk zal wezen, zien wij nu nog niet. Hoe het begin is van het werk des Geestes kunnen wij ook niet zien. Wij geloven en leven tussen twee eeuwigheden.

Eindnoten

  1. 1

    Lezing, in manuscript voorhanden; plaats en gelegenheid onbekend; niet eerder gepubliceerd.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Verzoening (Verlossing)InhoudDe Heilige Geest →