O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← De kerkGods PoortenGenade →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gods Poorten · p. 124–126

Zoeken en vinden

Zoekt en gij zult vinden.

Mattheüs 7 : 7

Wanneer ik mediteer over de woorden van Jezus, die hierboven staan uitgeschreven, dan zoek ik de zin ditmaal niet in een woordenboek of bij een kerkvader. Ik ga liever te rade bij een ervaring, die ik voor geen goud zou willen missen.

Vaak ben ik in het vroege voorjaar, als de rust nog zoet was en de veren warm, in de ochtendschemering opgestaan om de eieren te zoeken van Gods vogel, de kievit.

Ik kan niet geloven dat God dit dier, met het andere gevederte mee, op de vijfde dag heeft geschapen. Hij moet het vroeg op de tweede dag, tegelijk met de schepping van het uitspansel, hebben losgelaten. Toen kreeg het schepsel voor het eerst, in dit nieuwe element, een steun voor zijn bestaan in het licht.

En deze eersteling, een en al vleugel, beproefde, in mateloze vreugde over deze mogelijkheid, de weerstand van de lucht. In giervlucht en duikvlucht, met buitelen en stampen en stijgen, probeerde hij voor Gods aangezicht de deugd van het uitspansel. Hoorbaar scheurde hij het in flarden, hier en daar en overal, met het knappend geluid, waarmee een kramer de lakense lap scheurt. En achter hem, lachend om de naam, die deze vogel zichzelf gaf zonder op Adam te wachten, herstelde de Schepper met zijn alom tegenwoordige hand de breuken, tot Hij zag dat het goed was.

Maar dit uitbundig en openbaar geweld bestond niet alleen om het uitspansel; het omhulde ook een geheim, zoals het Evangelie de verborgenheid van het Koninkrijk der hemelen (Matth. 13 : 13). De kievit is niet alleen oprecht gelijk de duiven, maar ook voorzichtig gelijk de slangen, als de christen (Matth. 10 : 16). Zijn misbaar dient om uw aandacht af te leiden van de juiste plek, waar de strootjes liggen, die zijn nest uitmaken. Dit geheim te ontdekken, dat heet nu zoeken. Het veld is wijd als de wereld; het plekje nietig; het ei heeft schuilkleuren. De tekenen zijn weinige en moeilijk te duiden, als de tekenen der tijden (Matth. 16 : 3).

En dan het vinden!

Om deze ervaring is men in staat geweest op te geven alles wat men had (Matth. 13 : 44, 46). Zij stelt niet teleur. Hoe schaamachtig ligt daar die kleine verborgenheid. Heel de tekentaal, al de gelijkenissen in het uitspansel waren daar, opdat gij ziende niet zoudt zien en horende niet horen (Matth. 13 : 13). En nu hebt gij, die zocht, toch gevonden. Op dit ogenblik van het vinden verbleekt één moment alles om u heen, het veld, het uitspansel, en wordt uw aandacht opgezogen in de ontdekking.

Daaraan gelijk is het Koninkrijk der hemelen. De verborgenheid der godzaligheid is groot (1 Tim. 3 : 16). - Het Evangelie wordt gepredikt aan alle creaturen. Er is niets in de wereld dat zo openbaar is als de prediking. De bijbel is het meest verkochte en goedkoopste boek. De kerkdeuren staan voor ieder open en entree wordt niet geheven. En toch is het de grootste verborgenheid, die gezocht en gevonden kan worden. De welsprekendheid van een Chrysostomus, de schittering van een Augustinus en de populariteit van Luther kunnen daaraan niets veranderen. Alleen wie zoekt, die vindt.

De geschiedenis der christelijke verkondiging laat de rijkste figuratie zien. Daarin worden de bronnen van de taal en de roerselen der ziel blootgelegd. Uit de vroeg-middeleeuwse prediking zijn de moderne talen geboren; Shakespeares stukken hebben haar tot achtergrond; zijn kennis van het mensenhart is er van afhankelijk. En toch kan die prediking u het geheim niet met de vinger aanwijzen. Als gij, verontrust of kregelig, de prediker vraagt: Zeg mij nu eens precies wat ik doen moet om zalig te worden!, dan kan hij niet anders doen, dan Paulus tegenover de stokbewaarder (Hand. 16 : 30 v.). Deze apostel zeide: Geloof in de Here Jezus Christus. En daarmee plaatste hij hem voor de verborgenheid zelf.

In het geloof is de ruimte, die er nodig is voor het zoeken en het vinden. Het is vast verzekerd dat het Koninkrijk der hemelen er zijn moet (Hebr. 11 : 1). Niet om het zoeken gaat het, zoals sommigen menen, maar om het vinden. Er is geen methode aan te geven voor het zoeken van dit geheim, geen theorie voor de zaligheid. Maar één ding staat vast en dat éne is genoeg om wakker te doen worden en op te doen staan: ergens wacht en wacht het geheim Gods en het is voor die Hem vrezen (Ps. 25 : 14). Vindt gij het niet, dan wordt het een prooi van 'gier en kraai en raven' (Ps. 79 : 1 ber.). Het ligt verscholen in de schepping. Heel het bewegen der kerk en al het figureren der prediking cirkelt om dit wonder. Zij verraden en verbergen, beide tegelijk, het Koninkrijk. En de zoeker weet dat het er zijn moet. De volheid des tijds is gekomen en heel Gods tekenspel is in werking gesteld.

Daarom zegt Jezus: Zoekt en gij zult vinden.

Door dit zoeken wordt het leven pas wat het heet. Zonder zoekers wordt de wereld een harde koek en de mensheid een gevaarlijke bende, het uitzicht troosteloos. Wat is een kosmos zonder kerk, een kerk zonder koor, een koor zonder verborgenheid?

Juist van die laatste gaat de roering uit, de onrust, het opstaan; niet van de zoeker zelf. En toch doet dit koninkrijk niets dan er-te-zijn. En het heeft waarde en het werkt. Overigens dekt het zich toe met de eeuwen, als "de schat in de akker" (Matth. 13 : 44) en verbergt zich in de wereld, als de gist in het meel (Matth. 13 : 33). Maar heeft het zoeken dan nog zin? Luister! Petrus ontrooft het geheim aan Jezus. En de hemelse Vader heeft daarbij een hand in het spel (Matth. 16 : 17).

En iedere goede huisvrouw doet als de vrouw uit de gelijkenis en neemt dit koninkrijk en bereidt daarmee het brood voor morgen, zodat de hoop blijft.

Daarom:Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten!

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← De kerkGods PoortenGenade →