De kerk
Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
Mattheüs 6 : 12
De kerkvader Augustinus vertelt ergens, dat zijn Punische boeren, die de Latijnse namen niet konden uitspreken, kort, krachtig en concreet de doop 'het heil' noemden en het avondmaal 'het leven'.21 Inderdaad was dat een treffende betiteling van deze beide sacramenten der kerk, die de bisschop van Hippo zelf hun niet had kunnen verbeteren.
Diezelfde namen zou men kunnen gebruiken voor de beide helften van het Onze Vader. Bij de eerste beden komt het heil, als bij de doop, nederdalen in deze schuldige wereld. De allereerste bidt om het heil en bij de derde is het op de aarde. - En zo beelden de laatste, die om het brood, de schuldvergeving en de bewaring voor de bekoring, zoals het avondmaal, het leven uit. Ons leven. Eerst gaat het over God; dan luidt het driemaal: uw naam, uw koninkrijk, uw wil. Maar dan komt het tot ons. En in die drie beden, die telkens met een 'en' verbonden zijn, vloeien de delen tot de eenheid van een leven samen. Wij herkennen het dadelijk als van ons zijnde, bij de vierde bede, bij het brood. Wij herkennen onze afhankelijkheid, onze hulpbehoevendheid. En niet minder, eerder meer, bij de schulden. En wie weet niet van de verzoeking?
Toch heeft ook dit 'leven', ofschoon het niet zo steil van boven komt als het heil en zich breed en verbonden schijnt uit te breiden over de aarde, toch heeft ook dit leven zijn verticale bouw, waardoor het verwant is aan het heil. Het brood, dat is niet brood-alléén, maar alle woord (of ding), dat uit de mond Gods uitgaat. Dat is het Koninkrijk der hemelen; dat is boven. De zesde bede, tegen de bekoring, de verzoeking, de inblazing, de verleiding, dat is de hel; dat is beneden. En daar tussen in, de schuld en de vergeving, dat zijn nog eens weer, nu heel in het bijzonder, wij! dit is het midden tussen hemel en hel. Hier bij het: "Vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren", is de breedste spreiding van het Onze Vader. Dit kan leven heten dat zich uitbreidt. Wel komt de vergeving van God en blijft zij heil, maar dan plant zij zich voort, overal waar zij verschijnt, en wordt medegedeeld door een ieder aan zijn naaste. Hier, in de vijfde bede, zijn wij recht op aarde. Dan behoeven wij niet in de hemel op te klimmen of in de afgrond neder te dalen. Dan is het nabij, dan zijn wij bij ons.
Dit is het midden van het leven, het meest eigenlijke van het aardse leven: de schuldvergeving, de kerk. Wij eten Gods brood; wij worden verzocht; en daar tussen in laat God ons schuldig worden. En Hij vergeeft onze schulden, gelijk ook wij vergeven (hebben) onze schuldenaren. En wij vragen Hem dat heden te doen, zoals ook met het brood en wij vergeven ook elke dag onze schuldenaren. Zo als wij ademen en eten en drinken, zo leven wij ook zonder ophouden van de vergeving der zonden en zo laten wij om ons heen, iedere dag, onze schuldenaren, onze hinderlijke naasten, leven. En wij ontvangen met hen hetzelfde heil en wij ademen in dezelfde liefde en wij eten met hen van hetzelfde brood en drinken met hen van dezelfde wijn. En Jezus is zelf het brood en zijn bloed is de wijn. En dit is het leven, dit is het avondmaal, dit is de kerk, dit is het kruis, de verzoening van onze zonden.
De kerk is de gemeenschap dergenen, die het Onze Vader bidden; maar in het bijzonder de vijfde bede. Leven buiten de schuldvergeving, buiten de kerk, is niet mogelijk. De statistiek van de volkstelling over onkerkelijkheid is een oppervlakkige leugen. Of gij wilt of niet, gij kunt buiten de schuldvergeving, buiten de kerk, buiten God niet leven. De kerk is de enige levensmogelijkheid. Als hemel en hel, fair and foui, recht en slecht, op elkaar indruisen, dan gaat het mensenleven daartussen kapot. Als de kerk en het kruis niet in het midden staan; als God en de boze elkaar daarin niet ontmoeten, dan gaan wij te gronde.
Neerslachtigheid, wantrouwen, wanhoop staan juist nu weer overal om ons heen. Leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze. Maar vooral, midden tussen alle dingen, midden tussen hemel en hel: vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven (hebben) onze schuldenaren.
De schuldvergeving is een wondere, een verborgen eenheid. Wanneer God ons de schulden vergeeft, hebben wij onze schuldenaren al vergeven. ('Hebben' staat er bij Mattheüs in de beste handschriften).21 Als wij het niet doen, kan God onze schulden ook niet vergeven. En als God ons niet vergeeft, kunnen wij anderen ook niet vergeven. En als wij anderen vergeven, vergeeft de ander weer aan een ander. Nooit komt de Geest op één plaats, in één hart alleen. Altijd staat Hij als een gevorkte bliksem en slaat tegelijk in meer dan één hart in. Wanneer gij uw schuldenaren hebt vergeven en God u de schulden vergeeft, zult gij heden of morgen ontdekken dat gij daarin niet alleen hebt gestaan. Er is geen Geest, geen schuldvergeving, zonder kerk, zonder spreiding van het heilige vuur der liefde. Het knistert om u heen, als gij met heilige moed en vast vertrouwen deze vijfde bede metterdaad bidt. Daarom heeft de kerk in de Twaalf artikelen de Geest en de kerk, de gemeenschap der heiligen en de vergeving der zonden ook naast elkaar gezet.
De ruimte voor de kerk, dat is voor het mensenleven, moet door bidden opengehouden worden. Anders komen wij om in het conflict tussen hemel en hel. 'Bidden en vasten', zegt Jezus. - De heiden Gandhi houdt met vasten India en Pakistan uit elkaar.23 De christen heeft een nog hogere taak. Ieder christen; ieder die de vergeving der zonden gelooft, en deze bede bidt metterdaad. Ieder die leven wil; zijn leven behouden en niet verliezen; opstaan uit de doden en het eeuwige leven beërven.