O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Het grote sacramentGestalte en GeestHet realisme des Geestes →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel III · Boek 1: De vertolker van Gods gestalte · p. 355–357

Doorbraak

Zie, zijn niet al dezen, die daar spreken Galileeërs? En hoe horen wij hen dan een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn?

Handelingen 2 : 7 en 8 (Vert. NBG.)

Het christendom is naar zijn eerste verschijning een Joodse opwekkingsbeweging. Pinksteren, zoals het hier in Handelingen 2 beschreven wordt, droeg daar alle kenmerken van. Een groep eenvoudige mensen, visserslieden, die in een zekere extase geraken en in die toestand een geheimzinnige invloed hebben op hun omgeving. Hun bezieling werkt als een steekvlam, die de gedachten en overleggingen van een vergadering in brand steekt. Voor zover zij rekenschap afleggen van hun optreden, doen zij dat met een beroep op de Heilige Schrift, waarvan zij een merkwaardige kennis ten toon spreiden, alsof alle letters daaruit door een vonk van de Geest, die hen bezielde, bij beurten begonnen te gloeien. Men leze de rede van Petrus er slechts op na (vs. 14-40).

Op dit réveil-karakter van Pinksteren wordt in onze tekstwoorden gewezen. Op de discrepantie tussen de personen van de dragers der beweging en de uitwerking van hun woorden. Het waren provincialen, Galileeërs, die hier in de hoofdstad optraden. Uit een gewest, dat godsdienstig niet in tel was. ⚑Zij spraken een dialect (Matth. 26 : 73), dat allerminst aangewezen scheen om als voertuig te dienen voor een prediking onder een gehoor uit de diaspora, de uit alle landen naar Jeruzalem gekomen Joden. En toch sloegen hun woorden rondom in!

"Wat wil dit toch zeggen?", zo vroegen de omstanders (vs. 12). Dit réveil vond plaats binnen de perken van het volk Israël, zoals ook de prediking van het nabije koninkrijk Gods haar loop had gehad binnen diezelfde perken. Petrus spreekt dan ook zijn gehoor toe als "mannen van Israël" (vs. 22) of "het ganse huis Israëls" (vs. 36). Hij haalt de psalmen Davids aan en wekt Israël op tot bekering en behoud. - En deze beweging heeft na Pinksteren verder om zich heen gegrepen, zodat het een tijdlang kon schijnen, alsof het christendom een legitieme plaats zou veroveren in het Jodendom. Joodse mannen te Jeruzalem zouden dan van deze pinksterbeweging de leiding hebben gehouden.

Dit is niet het geval geworden. Er school achter Pinksteren iets anders en het was meer dan een réveil in een Oud Testament, dat God met Israël gesloten had. Het was een Nieuw Testament, dat het Oude tot nabij de verdwijning bracht (Hebr. 8: 13). Weliswaar hebben de Joden-christenen nog geruime tijd stand gehouden, tussen tempel en kerk, tussen wet en genade, maar het geweld van de Geest, die op Pinksteren was uitgestort, heeft hen allengs verteerd. Zij zijn, zoals iemand eens heeft opgemerkt, "onder de druk van de letter van Jezus langzaam gestorven" (Harnack).77 De kloof tussen Pasen en Pinksteren was te diep, dan dat men over een bruggetje van het ene naar het andere kon overkomen. Zelfs een Joodse opwekkingsbeweging vermocht daarvoor niet te dienen.

Neen, Pinksteren is een eigen werk Gods; de roeping van een nieuw volk, dat door zijn hand zou worden geplant op een andere grond. Lukas, de medereiziger van Paulus, heeft in zijn tweede boek, de Handelingen der Apostelen, de gang van dit werk beschreven. En men moet het pinksterevangelie in Handelingen 2 lezen in verband met het geheel van dit boek. Dat evangelie loopt door tot hoofdstuk 28, zoals men de andere evangeliën ook tot het einde toe leest. Dan pas kan men de volle zin ervan verstaan. Pinksteren begint met Petrus te Jeruzalem onder de Joden en eindigt met Paulus te Rome onder de heidenen. Het is niet die geïsoleerde opwekkingsvergadering uit Handelingen 2, waaraan wij moeten blijven hangen. Dat wij dit toch vaak doen, is wel de reden, waarom een rechte pinksterviering zo zelden gelukt. Wij klagen dan over de moeilijkheid, maar zien de oorzaak daarvan niet duidelijk. Wij blijven dan hangen in de sfeer van dat hoofdstuk en blijven verward in de tekenen, in plaats van voort te gaan tot de grote dingen, die daar een nog zeer onduidelijk begin nemen.

Pinksteren, dat betekent een nieuw volk (1 Petr. 2 : 9), een nieuwe tempel, een nieuwe offerande (Rom. 12 : 1), een nieuwe wet (Rom. 7: 22). ⚑In het begin van Handelingen ziet men de omtrekken van deze dingen nog slechts schemeren. De Geest heeft zwaar moeten werken om ze van de druk van de letter van Jezus te bevrijden. Jezus had het al gezegd: Hij zal het uit het mijne nemen (Joh. 16 : 14). Petrus en Johannes beginnen met Jezus' tempelgang en wetsbetrachting naar de letter voort te zetten. De Twaalve zijn later persoonlijk nauwelijks ontkomen aan het lot, dat het Joden-christendom heeft getroffen. Het reciet van deze dingen geeft Lukas' tweede boek. Hoe de Heilige Geest doorbreekt en doorstoot door de letter en door het halve van dit Joodse réveil. Hoe Jezus zelf nog eenmaal opstaat van de rechterhand Gods en ingrijpt in dit halve, door het lot uit Handelingen 1 te corrigeren met een persoonlijke keuze. Voor Judas komt dan niet een stroman, Matthias, maar een apostel des Geestes, Paulus (Hand. 9).

Als men op deze dingen let, kan men Pinksteren vieren.

Eindnoten

  1. 77

    A. Harnack, Die Mission und A usbreitung des Christeniums in den ersten drei Jahrhunderten, dl. 1, Leipzig 19062 p. 56: "Unter dem Druck des Buchstabens Jesu sind sie langsam gestorben."↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Het grote sacramentGestalte en GeestHet realisme des Geestes →