O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Zeven gelijkenissen van JezusGestalte en GeestLankmoedigheid →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel II · Boek 1: Gods gestalte · p. 288–289

De zaaier

Zie, een zaaier ging uit om te zaaien.

Mattheüs 13 : 3 (Vert. NBG.)

Wie oren heeft, die hore!

Mattheüs 13 : 9 (Vert. NBG.)

In de vorige meditatie zagen wij, hoe de zeven gelijkenissen uit Mattheüs 13 een donkere en dreigende zijde hebben. Dat zij een oordeelsprediking zijn, waardoor de harten verhard worden, in plaats van geopend. En dat Jezus daarmee de rol van Jesaja weer heeft opgenomen, welke profeet de opdracht tot zulk een prediking eens van God ontving (Jes. 6 : 9 vv.). - Aan de ene kant zouden dan de uitverkorenen staan, de discipelen van Jezus, wie het gegeven is de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kennen (13 : 11) en aan de andere zijde de verdoemden, de inwoners van Chorazin, van Bethsaïda, van Kapernaüm en andere steden, die tot de hel toe nedergestoten zullen worden (Matth. 11 : 20-24). Wanneer wij over dit schrikkelijke feit mediteren, moeten wij echter wel bedenken, dat er onderscheid is tussen Jezus en Mohammed. Waar Mohammed eindigt, daar begint Jezus. Ook de gelijkenis van de zaaier (13 : 3-9) houdt een beroep van God op God in, een appèl van zijn oordeel op zijn genade. Het is alsof wij dat appèl ook beluisteren in die roep, waarmee de gelijkenis besloten wordt: "Wie oren heeft, die hore!"

Wanneer de mensen het niet verstaan, laat God dan tenminste naar de gelijkenis luisteren! Begrijpt de Vader dan niet, welk een nood die oordeelsprediking voor Jezus betekent? Is God dan het noodlot? Is Hij onveranderlijk? Heeft Hij nooit berouw? Moet alles zo letterlijk, zo onherroepelijk vervuld worden? Is er geen verschil tussen Jezus en Jesaja, tussen profetie en vervulling? Hoort de Vader dan niet, wat Jezus daar zegt van die zaaier en van dat zaad? Is er ook geen verschil tussen de beide delen van de gelijkenis?

Aan de ene kant die harde, precies te tellen korrels, die één voor één op de weg, op de steenachtige plaatsen en op de doornen vallen en ook één voor één opgepikt, verbrand of verstikt worden (vs. 4-7). Een oordeelswereld, een hel, waarin men alle hoop moet laten varen. Heeft de Vader Jezus gezonden om zo te zaaien? Is Hij daarvoor gekomen?

Maar dan die andere helft van de gelijkenis, van het goede zaad (vs. 8)! Daarin is alles leven en vermenigvuldiging en wasdom en verandering. Voor één zaadkorrel somtijds honderd nieuwe! - Herkent de Vader zichzelf daarin niet? Gaat zijn bezoeking ook niet tot in het derde en vierde geslacht, precies afgeteld, maar zijn barmhartigheid tot in duizenden geslachten (Ex. 20: 5 v.)? Laat Hij de gelijkenis horen; Jezus doet een beroep op Hem. Zo wordt de gelijkenis tot een gebed.

En wanneer de Vader Jezus hoort, zullen ook velen uit de scharen horen. De ban van het oordeel wordt door Jezus verbroken. De gelijkenis dient, omdat zij en opdat zij horende niet horen. Maar Jezus roept zelf, van onder het oordeel uit: "Wie oren heeft, die hore!"

Dat oordeel is er wel; het is maar niet 'een gelijkenisje', voor de aardigheid verteld. Het is Jezus' eigen weg van Galilea naar Judea, van Kapernaüm naar Jeruzalem. De tegenstand en de verharding nemen toe, hoe meer de ure nadert. En de gelijkenissen, in Judea gesproken, dragen het karakter van een verwerping van Israël veel duidelijker dan die uit Galilea. Maar die weg is niet onomkeerbaar. Hij is niet noodlottig, maar genadig. Ook letterlijk gaat Jezus zijn jongeren nog eens voor naar Galilea (Matth. 28 : 7).

Er is en blijft opening in het Evangelie. Het getal dergenen die oren hebben waarmee zij ook horen, het getal van Jezus' discipelen, is geen numerus clausus, geen afgepast getal. Het lijkt niet op dat van de korrels, die buiten de goede aarde vallen; wel op die honderd-, zestig- en dertigvouden, die spontaan vermeerderen. Er worden in de evangeliën meestal twaalf genoemd. Maar ook wanneer men zich aan dit liturgisch getal wil houden, dan blijft er nog wel plaats voor een dertiende apostel, die nog meer arbeidt dan zij allen (1 Kor. 15 : 10). En het is merkwaardig, dat deze apostel Jezus op zijn terugweg naar Galilea het trouwst gevolgd is en, naast God, de beste en scherpste hoorder van Jezus' gelijkenis van de zaaier is geworden. Het 'honderd-, zestig- en dertigvoud' heeft hem volkomen gegrepen. Terwijl de Twaalve, vergelijkenderwijs, bij de weg, op steenachtige plaatsen en op de doornen hebben gezaaid, te Jeruzalem, is Paulus de weg van 'Galilea der heidenen' (Matth. 4 : 15) gegaan, waar een heiden een synagoge gebouwd had en tot Jezus in gelijkenissen sprak en waarlangs de weg leidde naar Damascus en Antiochië tot de einden der aarde. Zo is Jezus' visie van een grote zaaier vervuld geworden, ook in Paulus, en zijn gebed om opmerkzame oren en geopende harten is op diens reizen verhoord geworden.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Zeven gelijkenissen van JezusGestalte en GeestLankmoedigheid →