Lankmoedigheid
Laat beide samen opgroeien tot de oogst.
Mattheüs 13 : 30 (Vert. NBG.)
Lankmoedigheid is een zeer bijzondere eigenschap, die in de bijbel wordt toegeschreven aan God of aan grote mannen Gods, als Mozes, of ook aan Jezus. Zij betekent nog iets anders dan wat wij verdraagzaamheid of soms, met een vreemd woord, tolerantie noemen. Tolereren gaat vaak een beetje á contrecoeur en is dan ook soms nog maar halfgemeend. Lankmoedigheid echter wordt geoefend van ganser harte en ten volle. Zij heeft iets onvoorstelbaar breeds en royaals, dat men ook opmerkt aan de worp van een zaaier. Bij dat werk past zij geheel. Als dat gedaan is, moet de zon en de regen over het gezaaide gaan; en onderscheid tussen bozen en goeden en tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen kan daarbij niet gemaakt worden (Matth. 5 : 45). Die lankmoedigheid heeft iets geheel vanzelfsprekends. Zij wordt niet achteraf op de dingen en de omstandigheden toegepast, maar ligt er aan ten grondslag. Niemand zou zaaien, als hij niet wist te kunnen rekenen op zon en regen. God heeft niet alleen door zijn almachtige en alomtegenwoordige kracht alle dingen geschapen, maar Hij is ook met zijn goedheid en volmaaktheid borg geworden voor zijn schepselen. En dat doet Hij, zo mogelijk, nog meer volkomen en ongedeeld dan dat Hij hen in het aanzijn riep.
Dit is een van de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen (Matth. 13 : 11). Sinds de grondlegging der wereld is het verborgen gebleven (13 :35). Niemand beseft nog hoe lankmoedig God is. Wanneer die verborgenheid geopenbaard wordt, dan betekent dat een tweede schepping, een herschepping. Men zal de wereld niet meer kennen, als dat geheimenis aan het licht getreden is. Als men zelf ook die lankmoedigheid zal gaan beoefenen en zo volmaakt zal zijn als de hemelse Vader (5 : 48).
Deze deugd Gods heeft Jezus nu getekend in de gelijkenis van het onkruid onder de tarwe. Als wij de uitlegging lezen, zoals Mattheüs die in vs. 36-43 heeft gegeven, dan valt alle nadruk op de voleinding der wereld, op het laatste oordeel. Dat gebeurt in de gelijkenis zelve niet, zoals door oude uitleggers al heel vroeg is opgemerkt.43⌫ Het gaat daar om de lankmoedigheid Gods in de wereld, onder zijn koningschap, dat Jezus predikt. Over het samen-opwassen tot de oogst. Die oogst wordt daar nog wel even getekend met de tinten van de Joodse eschatologie. Maar, ik moet herhalen wat ik opmerkte in de vorige meditatie: er is verschil tussen Mohammed en Jezus. De eerste heeft op sommige punten die eschatologie consequent uitgewerkt. Wanneer men wil weten hoe Jezus het gedaan heeft, lette men op de praktijk der evangeliën. Daarin ligt die goddelijke lankmoedigheid uitgebreid over het leven en Jezus is daarvan zelf aan het kruis de voltooide incarnatie geworden. Tussen twee moordenaren staat Hij op het oogstveld Golgotha, maaier en schoof tegelijk. En althans één van de bossen onkruid naast zich weet Hij als schoof in de schuur te dragen. Zo worden de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen openbaar, nadat zij sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven waren. Het blijkt alles heel anders uit te komen dan de schriftgeleerden met hun uitleggingen meenden te moeten verwachten. Men kan zulke geheimenissen niet met een commentaar in de hand uitleggen. Wat zal er van de Joodse eschatologie overblijven, als Jezus wederkomt?
"Laat beide samen opwassen tot de oogst." Daarachter steekt meer dan alleen de wijsheid van een landman, die goed zaad in zijn akker gezaaid had. Er is verschil tussen een oudtestamentische spreuk en een nieuwtestamentische gelijkenis. Voor die landman staat het verschil in het toekomstig lot van koren en onkruid al vast. Voor Jezus niet. Er vloeit veel meer hemelse goedheid in de gelijkenis dan in de spreuk.
In Gods koninkrijk is het boze niet zo stabiel en zo wezenlijk als het goede. Wij zijn bestemd om uit de distelen en doornen weer vandaan te komen en met Jezus in het paradijs te zijn. Dat is de verborgenheid, die in het Evangelie wordt geopenbaard. Jezus verbaast er zich over, dat de mensen dat niet geloven. Hij windt er zich over op. Maar zijn lankmoedigheid is groter dan de handigheid van hun hart en ook dan zijn eigen toorn daarover. Zijn strafrede wordt, tegenover de scharen, in de meeste gevallen als vanzelf weer tot evangelieprediking en dan betoont zich door Hem die lankmoedigheid des Vaders, die het onderwerp is van deze gelijkenis.