O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← De sacramentstheologie van prof. dr. G. van der LeeuwInhoudBeginsel van verdraagzaamheid en samenwerking →

Verzamelde Werken, deel 6 · p. 340

Een oude koe1

In één der laatste nummers van Wending gaf dr. J. N. Bakhuizen van den Brink een artikel over De liturgische situatie in de Ned. Herv. Kerk.2 Hij meent daarbij te moeten opmerken, dat de gedachtenwisseling niet altijd op het noodzakelijke hoge plan staat.3 Natuurlijk aan de overzijde, zoals meestal. Als bewijs citeert hij een plaats uit mijn Liturgie, van tien jaar geleden.4

Nu verblijdt het mij, dat mijn kritiek op dit punt, na een wereldoorlog, nog niet vergeten is. Maar voor het inbrengen van een verwijt in zake het peil der discussie, is deze plaats veel te oud. Het maakt de indruk van het uit-de-sloot-halen van een oude koe. Een van de zeven, die met Noach in de ark waren en die toch nog in het water moet zijn terecht gekomen.

Met zo'n verjaarde klacht geeft men dan een vervalst beeld van wat vroeger gebeurd is. De tijdgenoten van de oude koe dachten er heel anders over dan Bakhuizen. Dat de discussie rondom mijn Liturgie in de best mogelijke verstandhouding werd gevoerd, dat blijkt wel uit het feit, dat mijn opponenten, prof. Van der Leeuw en prof. Van de Pol, met mij tot bundeling van onze artikelen overgingen.5 Wij kregen dan ook van onze recensenten Een hoog cijfer voor het peil, waarop onze gedachtenwisseling was gevoerd. Deze omstandigheid is door de uitgever in zijn inleiding op onze brochure met zoveel woorden vastgelegd.6 Daarom dient deze passage en het artikel van Bakhuizen met nadruk gewraakt. Zij is zelve gelegen op onvoldoend peil.

En nu de zaak zelve, waar het hier over gaat. Ik oefende op de bewuste plaats kritiek op het murmelend gemeenschappelijk bidden van het Onze Vader, zoals dat in bepaalde kringen in zwang begint te komen. Ik vergeleek deze kerkelijke nieuwigheid met de spreekkoren, die toentertijd in de fascistische staten in de mode waren. Deze koren zijn met de bijbehorende staten verdwenen. Ik vraag thans, wat Jezus wel mag denken van dit verwarde en chaotische bidden. Hij die ons dit eenvoudige en klare gebed leerde, dat in geest en in waarheid gezegd moet worden.

Eindnoten

  1. 1

    N. publiceerde Een oude koe in WNHK. 33 (5 nov. 1949) nr. 43, p. 172.↩

  2. 2

    J. N. Bakhuizen van den Brink, De liturgisch esituatie in de Nederlandse Hervormde Kerk, in Wending 4 (1949) nr. 7, p. 432-444. Zie over B. p. 142, noot 17.↩

  3. 3

    Bakhuizen, a. w., p. 435.↩

  4. 4

    Bakhuizen, a. w., p. 435: "Noordmans zegt ergens, dat het geloof wel gemeenschap schept maar nooit massaal kan zijn en voegt daar een aantekening aan toe over het gemeenschappelijk bidden van het Onze Vader; dit totalitaire bidden, zoals hij het noemt, doet hem ongeestelijk aan: spreekkoren onderstellen een massa, geen gemeente of schare." Zie Noordmans, Liturgie, p. 82.↩

  5. 5

    Zie hun Liturgie in de crisis; opgenomen in deze uitgave,↩

  6. 6

    Zie deze uitgave, p. 236, noot 1.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← De sacramentstheologie van prof. dr. G. van der LeeuwInhoudBeginsel van verdraagzaamheid en samenwerking →