O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Een oude koeInhoudDe Incarnatie en de Oecumenische Beweging →

Verzamelde Werken, deel 6 · p. 345–348

Beginsel van verdraagzaamheid en samenwerking1

In het programma van deze cursus zit een stijgende lijn, namelijk van de werkelijkheid naar het ideaal en van vormen van kerkbegrip naar de Una Sancta, die als geloofsartikel in het Apostolicum beleden wordt.

In het programma schijnt mij echter nog meer opgesloten te zijn. De verdraagzaamheid staat dichter bij de werkelijkheid der kerk dan de strijd, hoewel elementen van strijd vlak voor de Una Sancta staan. Het oordeel of hier een fout gemaakt is of niet, zal veelal afhangen van onze opvattingen. Voor sommigen is verdraagzaamheid de hoogste van alle burgerlijke en theologische deugden. Boven geloof, hoop en liefde uit. Verdraagzaamheid fungeert dan als een cultuur-rem op de godsdienstigheid. Waar zij ophoudt, begint de barbaar. Voor anderen is verdraagzaamheid iets heel anders: een erasmiaans gebrek aan geloofsmoed en hervormingsijver. Een gecamoufleerde vijandigheid tegen het Evangelie. Een mooi woord, dat juist een hatelijk fanatisme verbergt. Denk maar aan de schoolstrijd. Men voelt wel, dat ik bij deze tegenstelling eigenlijk vanuit de laatste opvatting spreek.

Het kost mij echter geen moeite een positie in te nemen, van waaruit men het precies andersom ziet. Verdraagzaamheid is dan een eigenschap - een attribuut - van een Heilandszending en staat in verband met zoekende liefde en kruisdragen. En onverdraagzaamheid is dan bekrompen ketterjacht en hatelijke betweters. Ook over deze dingen zou ik kunnen spreken met het accent, dat levenservaring geeft. We zullen op weg naar het ideaal aan de laatstgenoemde opvatting moeten denken, waarin dan tevens een doorgaande kritiek is opgesloten over onze eigen onverdraagzaamheid. Inderdaad hoort verdraagzaamheid thuis onder de theologische deugden of anders is zij niet anders dan een onuitstaanbare hoogmoed, een valse cultuurtrek, een zich stellen boven iedere mening en waarheid. Als we 't zo nemen, blijkt ons juist dat verdraagzaamheid en elementen van strijd dialectisch samenhangen - zoals de liefde en het kruis samenhangen. Verdraagzaamheid is vals als het betekent een zich afmaken van het dragen van de ergernis des kruises. Ze is alleen echt als ze is wat haar naam zegt: de kunst van dragen.

Voor het aanbrengen van duidelijkheid wil ik enkele ogenblikken m'n uitgangspunt nemen in een artikel, dat ik juist dezer dagen las. Het is van J. Hofker.2 Het gaat over Richtingen. Hofker onderscheidt het objectieve en het subjectieve standpunt om zo de richtingenkwestie van twee kanten te bezien. Men kan het over de zaak hebben, zoals die er bij anderen, van buitenaf, uitziet; koel waarderend. En zo ook de eigen zaak. Maar met die classificatie is de eigen geloofsovertuiging niet tevreden. Het eigen ik is een uitzonderingspositie. Men kan misschien beide onbillijk noemen, maar de gelijkstelling van een levende overtuiging met iedere andere overtuiging is zeker niet't minst onbillijk. De persoonlijke overtuiging is de meest directe weergave van het leven als waarheid. Verstaat men onder waarheid het tot z'n recht komen van verschillende gezichtspunten, dan heet het 'objectief'. En dan is het subjectieve exclusief. Het objectieve ziet alles van buitenaf, maar het subjectieve kan zich in een tragische positie bevinden tegenover allen. Het objectieve kan aan het tragische geen recht doen. De strijd der richtingen is een conflict tussen meerdere absolute standpunten (absoluutheden). Een dergelijk conflict kan ook plaatsvinden tussen de staat als het objectieve en de persoon als het subjectieve.

Het subjectieve wijst het objectieve af. Het objectieve accepteert alles, behalve het subjectieve. Het pathos van het subjectieve staat alleen tegen de overmacht der objectieve standpunten, die zich vanuit verschillende gezichtspunten kunnen aandienen: 1. het historische gezichtspunt; 2. het kerkrechtelijke gezichtspunt (maar de kerk oordeelt niet over het hart; ecclesia non iudicat de intimis); 3. het psychologisch gezichtspunt van optimistische of pessimistische aard (zoals bij W. James3 maar deze oordeelt van buiten de kerk).

Daartegenover is het subjectieve niet arrogant, maar ook als het te weinig erkend wordt, is 't toch werkelijkheid. De rechterzijde camoufleert zoveel mogelijk het subjectieve (dwz. het geloven zelf) in ieder credo. Het subjectieve element echter is blijvend en het is de vraag hoeveel (wat dit betreft) de richtingen verschillen.

Hofker vraagt of er misschien een geestelijke en tevens conservatieve oplossing is. Hij verwijst naar het opnemen van het kruis met de smaad. Zijn deze twee - het opnemen van het kruis en de smaad - wederkerig, evenredig of niet evenredig? Zijn ze subjectief of objectief? Deze oplossing en uiteenzetting is sympathiek en ik kan er een heel eind in meegaan. Maar tenslotte is de conclusie mij weer te theoretisch, slechts geboren uit de vergelijking van subjectief en objectief. Twee standpunten worden hier objectief beschouwd en de resultante van twee richtingen wordt als de te volgen lijn aangewezen.

Ik geloof niet, dat een echt geloofsstandpunt zich hiermee vergenoegen kan. Verdraagzaamheid is slechts te verdragen als hoge theologische deugd - niet theoretisch, maar praktisch. Het pathos mag niet gedempt worden. We kunnen elkaar geen geruststellende verzekeringen geven. Als we iets van het geloofskarakter opheffen, bewijzen we anderen een slechte dienst. ⚑Ik kan een ander niet tegelijk voor zijn standpunt raadgeven. Het recht van de strijd moeten we in naam der waarheid handhaven.

Naarmate de overtuiging vaster is, is het gevaar van conflicten groter. Daarvan getuigen Mozes, Elia en Jezus, die tesamen staan op de berg der verheerlijking.4 Voor hun tesamen-staan mag niet de evolutiegedachte te hulp geroepen worden. Er is een principieel onderscheid tussen godsdienstigheid en geloof. Van godsdienstigheid zijn er soorten; van geloof is er tenslotte slechts één. Het is dezelfde God, die zich aan Mozes en Elia openbaart en die de Vader van Jezus Christus is. Als Paulus zich te Athene door de godsdienstigheid omringd ziet, predikt hij de onbekende God.5 Daarom moeten we de subjectiviteit van het geloof niet overspannen. Het is goed objectiviteit te zoeken. In het object ligt de eenheid. Het geloof als puur subjectief beleven is godsdienstigheid. We hebben geen (eigen) orgaan voor openbaring, zodat ieder iets zou opvangen. Gods openbaring roept zelf het orgaan in ons wakker (J. H. Gunnin Jr.)6 en dan is het subjectieve standpunt één met het objectieve in de waarheid zelve. God zelf beweegt de hefboom onzer overtuiging.

Het verschil van overtuiging is een probleem. God is geen probleem en met de waarheid kunnen we niet royaal omgaan, alsof die van ons was. Wat wij van de waarheid weten, komt niet in aftrek van wat een ander weet, maar voegt er iets aan toe. Gunning heeft gezegd: hoogmoedig is alleen de verdraagzaamheid, die boven alle overtuigingen staat.7 Echte verdraagzaamheid is er alleen in een alles beheersende overtuiging. Daarin gaan Mozes en Christus ons voor. De waarheid is breed en velen kunnen er op staan - juist als we de zaak zelf op de voorgrond zetten. Als we niet het zoeken, maar het vinden centraal stellen. Niet om de waarachtigheid, maar om de waarheid gaat het ons. Waarheid is dan geen particuliere zaak en staat niet náást andere standpunten. God laat z'n zon opgaan over bozen en goeden en Hij laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.8 Jezus neemt de dwalenden en de zondaars aan. Zo staan we tegenover de waarheid, waarop het Evangelie ons neerzet. Het predikt vergeving der zonden, opstanding des vleses en een eeuwig leven. Daarin is niets subjectiefs; niets dat voor anderen ook niet zou mogen gelden. Het beziet niemand objectief van buiten, van de buitenkant af, het oordeelt allen gelijkelijk. Waar het Evangelie is, daar doet het dat. Doet het dat niet, dan is het er niet. Daarom is het geen camoufleren als men spreekt van Gods Woord, Gods Zoon, Gods Geest.

Zodra we deze bijbeltaal subjectief overzetten is de verdraagzaamheid of onmogelijk of hoogmoed. Het is een echt theologische deugd. Wie het meest door het Evangelie gegrepen is, is 't laagst neergezet. Hij is gezet tot dragen en verdragen - maar niet theoretisch, doch praktisch. Hij is niet royaal met de waarheid op de wijze van een liberaal indifferentisme. Daarom ontbreken hier de elementen van strijd niet. Deze verdraagzaamheid is absoluut naar de richting van de naaste. Ze is geen standpunt naast andere, maar het ene en enige standpunt, waar men met ieder ander door de éne waarheid, door God zelf wordt gezet, geoordeeld en vrijgesproken. Het is echter de absolute strijd, voorzover men de positie niet verlaten kan, waar men door God is gezet als schildwacht der eeuwigheid.9

Eindnoten

  1. 1

    N. hield een lezing over Beginsel van verdraagzaamheid en samenwerking op een ledencursus van de 'Vereeniging Woodbrookers in Holland' op 24 april 1930 te Barchem. Deze ledencursus (van 22-25 april 1930) had als thema: De Kerk. Cursusleider was ds. F. Kleijn. Aanwezig waren 40 leden. De sprekers waren: G.J. Heering (Vormen van kerkbegrip); W.Noordhoff (Streven naar kerkvernieuwing); O. Noordmans (Beginsel van verdraagzaamheid en samenwerking); G. A. van Senden (Wat tot strijd voert en strijd opheft); C. J. Bleeker (Sluiting over het thema Una Sancta).

    Voor een verslag door J. R. Immink van deze ledencursus zie men het Jaarboek e van de Vereeniging Woodbrookers in Holland, nieuwe reeks, nr. 12, p. 22-27. (Archief Woodbrookershuis, Barchem.) Op p. 26 staat het verslag van Noordmans' lezing: "Na de wijdingsstonde kreeg ds. Noordmans het woord over'Beginselen van verdraagzaamheid en samenwerking'. Hij sprak over verdraagzaamheid als attribuut van Heilandszending. De absolute verdraagzaamheid die sterk is in het dragen van alles, wat absoluut anders is. Deze absolute verdraagzaamheid geeft doorgaand kritiek op onze eigen verdraagzaamheid. Het is de verdraagzaamheid van God, die zijn zon laat opgaan over bozen en goeden.

    Geloofsovertuiging houdt in een openbaring van God. Het is onbillijk een levende overtuiging met ieder andere gelijk te stellen. De richtingstrijd is een strijd van absolute overtuigingen. Het subjectieve wijst het objectieve af.

    Als we getuigenis moeten geven van ons geloof, dan is het laatste wat geldt: het getuigenis van de Heilige Geest aan ons. Dit is heel subjectief, maar hier is een objectief element, waar ik achter ga staan. Als wij in de greep zijn van het objectieve: van het Evangelie, van Christus, van God, dan ontstaat schemering van eenheid. Eeuwige dingen op de hefboom van onze overtuiging.

    In de nabespreking wordt gevraagd: als ik zeg 'de waarheid is mij geopenbaard, nu kan ik u verdragen', schuilt dan hier geen addertje van hoogmoed? Zijn wij niet beperkt in het opnemen van openbaring, en moeten we niet eerbiedigen wat de ander heeft?"

    De lezing van N. is in manuscript bewaard gebleven.↩

  2. 2

    J. Hofker, tot 1930 hervormd predikant te Denekamp, nadien te Buitenzorg, publiceerde een artikel onder de titel Richtingen, in Jaarboek der Ethische Vereeniging 3 (1929-1930), p.64-80. In hetzelfde Jaarboek, p. 31-46, publiceerde N. zijn Gunning en de kerk; zie VW., dl. 3, p. 353-367.↩

  3. 3

    Zie Noordmans, Het pragmatisme van William James; VW., dl. 1, p. 240-254.↩

  4. 4

    gl. Matth. 17 1-13; Mark. 9 : 2-13; Luk. 9 : 28-36.↩

  5. 5

    gl. Hand. 17 23.↩

  6. 6

    J. H. Gunning Jr., Zelfstandigheid der gemeenten. Een woord tot de gemeente in de Nederlandsche Hervormde Kerk, Amsterdam z.j., p. 36; zie p. 336, noot 13.↩

  7. 7

    J. H. Gunning J.Hzn., Prof. dr. J. H. Gunning. Leven en werken, 3 dln. + register, Rotterdam z.j., dl. 3, p. 145.↩

  8. 8

    Vgl. Matth. 5 : 45.↩

  9. 9

    Vgl. Calvijn, Inst. III, 9, 4. Calvijn noemt daar het aardse leven "instar stationis, in qua nos Dominus collocavit, tandiu nobis conservanda quoad ille revocarit".↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Een oude koeInhoudDe Incarnatie en de Oecumenische Beweging →