O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Geloof en CultuurInhoudBijlage 1 →

Verzamelde Werken, deel 6 · p. 625–630

De kerk in de wereld1

Een mens moet tweemaal geboren worden, zegt Jezus tegen Nicodemus.2 Door de eerste geboorte komt hij in de wereld. Door de tweede behoort hij tot de kerk. Daarom heet de Doop, die op de geboorte volgt, ook het 'bad der wedergeboorte'.3 Zo heeft iedere christen in zijn leven deze beide dingen, kerk en wereld. Natuurlijk hebben wij daarmee nog maar heel voorlopig deze beide grote gebieden aangewezen - even aangeduid. Maar dit weten wij: Ik behoor tot de wereld. En ook: Ik behoor tot de kerk.

Dit tweeërlei lidmaatschap of tweeërlei burgerschap verschilt heel wat van elkaar. En komt ook wel met elkaar in conflict. Deel van de wereld zijn wij - om te beginnen - van zelf. Niemand kan er zelf wat aan doen, dat hij geboren wordt. Hij is al op de wereld voor hij het zelf merkt. Hij kan ook niet bedanken voor zijn lidmaatschap. Hij blijft in de wereld tot hij sterft. Daarom is het een natuurlijke zaak. Met de kerk is het ook wel een beetje zo, maar toch anders. Als men jong gedoopt wordt, merkt men het ook niet, maar men kan ook groot gedoopt worden. En een heiden, die christen wordt, wordt altijd groot gedoopt en merkt wel dat hij lid van de kerk wordt. Men kan zijn lidmaatschap in de kerk ook afbreken. Toch is het anders dan met een vereniging. Meestal wordt men lid bij de geboorte en men wordt kerkelijk begraven. Kerk en wereld lijken op elkaar en verschillen van elkaar. Het zijn dezelfde mensen, maar in een heel ander verband en in een heel andere houding. Denk aan Ezau en Jakob.

Wat verstaan wij nu onder wereld. Ik kan beginnen met te zeggen: God heeft de wereld geschapen.

1. Dat is alles wat bestaat. De bijbel zegt: hemel en aarde. Daarvan belijdt de kerk eenvoudig dat God alles geschapen heeft.

2. Maar 'wereld' heeft voor ons ook nog een andere betekenis, nl. de mensenwereld en dan wordt de zaak reeds wat ingewikkelder. Wanneer ik vraag: Heeft God de mensenwereld geschapen, dan maak ik een uitzondering: Ja, maar de zonde niet. Genesis 3 vertelt van de zondeval en dat is een heel ander verhaal dan dat van de schepping. Daarmee begint eigenlijk dc bijbelse geschiedenis. De geschiedenis van de mens begint. De mensenwereld en tegelijk de geschiedenis van de val. Over de wereld kunnen wij dus eigenlijk niet in 't afgetrokkene of neutraal spreken. Wij kennen geen andere wereld dan die welke door zondige mensen bewoond wordt en die door de mensen in de zonde wordt betrokken. ⚑Ik denk nu aan de atoombom.4 Die moet er altijd even bij te pas komen. De ontdekking van de splitsing van de elementen, waaruit de wereld bestaat, heeft er veel van dat de mensen de Schepper in de kaarten hebben gekeken. 't Is bijna ongelofelijk, dat zij zo dicht tot de wording van de dingen zijn doorgedrongen. Men zou zeggen: dat is zuiver wetenschappelijk werk, zuivere natuurkunde. En juist deze wetenschappelijke ontdekking doet de hele mensheid beven voor de dreiging, die er achter schuilt. Wereld en zonde zijn nauw met elkaar verbonden.

God heeft deze wereld lief, de wereld die Hij zelf geschapen heeft. Maar niet zoals een kunstenaar houdt van het werk zijner handen, maar zoals de vader in de gelijkenis de verloren zoon liefheeft en de herder het verloren schaap.5

Wij zullen dus goed doen bij het woord wereld de zonde er niet buiten te laten. Ieder woord, vooral in de bijbel, wekt gevoelens op. En wanneer wij kerk en wereld met elkaar in verband brengen, kunnen wij moeilijk anders doen dan, als wij over wereld spreken, aan de mensenwereld te denken en als wij dat toen tegelijk de zonde er in te betrekken. Wij kunnen dat hier nu niet in bijzonderheden nagaan. Het is er ons alleen om te doen aan het woord wereld een betekenis te geven in verband met wat wij kerk noemen.

3. Wereld kan behalve'alle dingen'en behalve'zondige, van God afgedwaalde mensen' ook nog iets anders betekenen in de bijbel. Vooral in het evangelie van Johannes. Het is dan de Gode vijandige wereld, die zich verzet tegen Jezus en tegen het werk van de Heilige Geest. Zo vooral de Joden in dat evangelie, terwijl de enkel zondige wereld elders meer door de heidenwereld kan worden voorgesteld. De heidenen hebben Jezus niet bewust verworpen, de Joden wel.

Wanneer later in de kerk over de wereld gesproken wordt, komen deze drie betekenissen terug.

1. De wereld is allereerst de bewoonde wereld, waar mensen wonen. De kerk is dan katholiek, voor zover zij over de gehele bewoonde wereld verspreid is.

2. Wereld is echter ook de massa van verloren schepselen, waaruit de leden van de kerk door Christus van de einden der aarde en van het begin der wereld tot het einde worden vergaderd.

3. En in de derde plaats is wereld ook weer een vijandig element, waarin de gemeente zich niet thuis gevoelt en waardoor zij niet besmet moet worden. Ascese.

Weer deze drie: de wijde wereld ⚑de zondige wereld

de vijandige wereld.
Allereerst de middelste sfeer. Wij komen er, vooral als jonge mensen,

allereerst en allermeest mee in aanraking en als leden der kerk worden wij voor een keus, een beslissing gesteld, als Christus ons uit de duisternis van het natuurlijke leven roept tot zijn wonderbaar licht. Aan deze tegenstelling van kerk en wereld is niet te ontkomen. Wij mogen haar niet verdoezelen. In de wereld te zijn is, nu de zonde eenmaal gekomen is, geen zuiver natuurlijke zaak meer. Ons leven volgt niet zomaar regelrecht uit ons bestaan. Wij kunnen niet zeggen: God heeft mij zo geschapen als ik ben en nu moet ik volgens mijn natuur leven. Ik mag dan wat daaruit volgt ook doen. Ik mag de consequenties uit mijn bestaan trekken. Zo'n redenering mag een christen niet houden. Dat deden sommige heidenen in de Oudheid onder de Grieken en Romeinen, die zich Stoïcijnen noemden.6 Een christen moet bedenken, dat het natuurlijke sedert de zondeval het zondige moet heten. Wij worden in zonde ontvangen en geboren. Het leven is voor ons niet iets eenvoudigs of enkelvoudigs, maar iets zeer ingewikkelds. Als wij 't goede willen doen, zegt Paulus in Romeinen 7, dan doen wij het kwade. Onze wil heeft andere gevolgen dan wij zelf willen. Dat is heel vreemd, maar het is toch zo. Wat onze natuur is, weten wij zelf niet voldoende. Uit de zonde is consequent niets af te leiden. Maar dat er iets uit volgt merken wij, als onze wil andere gevolgen heeft dan wij zelf bedoelden. Daarom moeten wij tot de kerk behoren. De genade moet over ons heersen, want de natuur, de zonde mag ons niet regeren. Een andere Wet werkt dan in onze leden, in ons leven.

Deze verhouding komt tot uitdrukking als Jezus zich zelf in Johannes 10 de goede Herder noemt, die de schapen rondom zich vergadert. Zij moeten in zijn nabijheid blijven. Rondom Hem is de wereld en zij lopen gevaar te vergeten dat zij, voordat zij het weten, anders leven dan zij zelf willen. De zonde ligt hen bij, of voor de deur. Op allerlei manieren komen zij telkens buiten de leiding van Gods genade en dan worden de consequenties van de zonde getrokken. De christen kan alleen door het geloof leven, onder de beademing van de genade. Ook dan gebeuren er dingen die wij zelf niet voorzien. Het leven in de zonde brengt zekere verrassingen mee. Dingen die men zelf niet gewild, bedacht of voorzien had. Maar het leven onder de genade brengt nog veelgroter verrassingen mee. Dan komt er soms een nieuwe mens om de hoek kijken, die men vroeger niet gekend had. Men herkent zich zelf niet meer. Uit het rijk der genade komt een nieuwe natuur zich aan ons betonen. Paulus houdt altijd wel enig begrip van Saulus. Maar Saulus heeft geen verstand van Paulus. Hij zegt het zelf. Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij.7

Zo leeft de kerk in de wereld en toch eigenlijk niet in de wereld. Zij is er boven uit. Zij kan ook nooit weer geheel in de wereld opgaan. Abraham, Izaäk, Mozes, zij waren gasten en vreemdelingen hier op aarde. Zij zochten een ander vaderland. Zij waren niet helemaal trouw aan de aarde.

Wat de genade in de kerk werkt, dat is stukwerk en die stukken zullen hier op aarde nooit helemaal bij elkaar passen. Het wordt nooit één geheel. ⚑Welke mogelijkheden er in de kerk verschoten liggen: daarvan heeft de wereld geen begrip en voor zover wij zelf tot de wereld behoren, de leden der kerk ook niet. De kerk heeft een revolutionair karakter. In haar openbaart zich het karakter van een nieuwe wereld. Maar de gaven, die in de kerk geschonken worden, tonen een grote verscheidenheid. Het is één lichaam met vele leden. De geestelijke gaven verschillen meer dan de natuurlijke gaven. Wanneer het tot een vernieuwing van ons leven zal komen, dan moet daarmee gerekend worden.8 Wij kunnen van te voren geen plan opmaken van wat het Godsrijk wezen zal. De eerste christenen waren daar zo van overtuigd, dat ze Jezus' wederkomst dadelijk verwachtten. En nu kan men wel zeggen, dat dit anders is uitgekomen en dat wij nu een meer nuchtere houding moeten aannemen, maar in 't wezen van de zaak verandert niets. Wanneer de kerk een greep doet naar Gods eeuwig koninkrijk, dan grijpt zij boven de aardse toestanden uit.

Het werk der grote Godsmannen ligt nooit helemaal in het vlak van deze wereld. Het brengt zoveel beweging teweeg, omdat het er bovenuit gaat. Zo zullen wij in de kerk bijvoorbeeld nooit, naar het voorbeeld van politieke lichamen, een vijfjarenplan kunnen opstellen. De kerk rekent met de eeuwigheid en verwacht de toekomst van Christus. Zij leeft als 't ware bij de dag en tegelijk bij de eeuwigheid. Dat bepaalt de houding der kerk in de wereld. De kerk leeft van Gods gaven. De christen bidt om dagelijks brood. Hij moet ook om dagelijkse Geest bidden. En dan geeft God de een dit en de ander wat anders.

Er is geen rijker boek dan de bijbel. Geen afwisselender geschiedenis dan de kerkgeschiedenis. De grootste kansen voor jonge mensen liggen in de kerk, in de gemeenschap des Heiligen Geestes. Daarin ligt een zekere terughouding tegenover de wereld. Wij mogen aan de wereld niet gelijkvormig worden. Dat is het gevaar van deze tijd.

Er is politieke theologie. Er is invloed van het Evangelie op het leven. Het Evangelie is revolutionair. Veel meer dan het bolsjewisme of communisme. Vooral in de gereformeerde landen werkt de stuwkracht der kerk vlak onder het politieke leven. Maar de kerk mag nooit vergeten, dat haar eenheid in Christus ligt, dat haar Hoofd in de hemelen is.

Het blijft altijd heel moeilijk de verhouding van kerk en staat te bepalen. Ieder weet, dat als ik dienstplicht en oorlog noem, wij dingen aanraken, waarmee wij in deze bedeling niet klaarkomen. De kerk kan de zonde niet in die mate in haar leven opnemen als de staat. Er is geen overgang tussen kerk en staat. De kerk leeft veel meer van boven naar beneden en van beneden naar boven. De staat houdt zich meer in het vlak dezer wereld. Zij neemt veel meer van het demonische van de wereld in zich op. Daarom is het een eigenaardige aangelegenheid, als de kerk aan de staat adviezen gaat geven. De staat kan de adviezen van de kerk toch niet opvolgen. De kerk kan hoogstens, zoals Jonathan in de bijbel met zijn wapendrager, pijlen over de staat heenschieten en zeggen: Verderop of dichterbij.9

Zo gaat het ook in het maatschappelijk leven. En in het persoonlijk leven. Er zijn in het leven, vooral in het jonge leven, een aantal vragen, waarmee men nooit gereed komt in verband met 'de kerk in de wereld'. Mag ik dit wel en mag ik dat wel? Ook hier kan de kerk niet anders dan pijlen afschieten. Verderop of dichterbij. Er zijn tijden geweest, dat de kerk riep: Kom dichterbij. De laatste tijd lopen wij gevaar dat de kerk pijlen over uw hoofd heenschiet: Verderop.

Nu wij zulk een vreselijke openbaring van de diepten des Satans hebben beleefd in de laatste jaren, staan wij voor de vraag wat nu? Wat moet de houding der kerk in de wereld nu voortaan zijn? Moet zij zich terugtrekken? Dit was het wat vroeger de zgn. Dopersen, de stillen in den lande, gedaan hebben. Zij hoefden niet te dienen. En geen eed te doen. Zover wilden ze in de wereld niet gaan. Onze kerkelijke voorouders dachten er anders over. Zij vervulden hun staatkundige plichten. Toch oefenden zij ook een sterke terughouding. Vooral in het gezellige leven. Zij waren er bang voor aan de wereld gelijkvormig te worden. Deze terughouding is bezig af te brokkelen. Sommige typische kenmerken van het hervormde leven zijn daardoor bezig uitgewist te worden. De grenzen tussen beneden en boven de Moerdijk worden althans in dit éne opzicht, en niet alleen in dit éne, uitgewist. Over 't algemeen kan men zeggen dat vele hervormden bezig zijn zeer slordig om te gaan met hun eigen christelijke levensvormen. Het is waar dat het erop aankomt in Christus te zijn. Maar de kerk als gemeenschap heeft, evenals een huisgezin, een zekere levensordening nodig. En niet ieder kan altijd, op ieder ogenblik, voor zich zelf uitmaken, wat goed en kwaad is. Er kan een gebod van het ogenblik zijn. Maar dat is uitzondering. Daarom zou ik willen aanraden zuinig te zijn bij het afbrokkelen van onze hervormde levensvormen.

Er zijn andere vragen, die samenhangen met de verhouding van kerk en wereld. Zullen wij ons dieper in de politiek begeven als kerk? Of ook hier in onderscheiding handelen van Rome dat met z'n bullen en encyclieken regelrecht in het staatkundig leven ingrijpt. Ik meen dat onze Hervormde Kerk ook hier een zekere terughouding moet bewaren. De kerkelijke levensvorm is een andere dan de politieke. Wanneer de kerk zich bezighoudt met vragen die de ordening der aardse dingen betreffen, ontbreekt haar niet de ernst. Maar wel de laatste politieke ernst. De kerk geeft zich daaraan nooit helemaal. De kerk zoekt een ander koninkrijk tot uitdrukking te brengen. Haar laatste wapen is het kruis en haar laatste argument het martelaarschap.10

Wij mogen niet van het leven in de leer vluchten. Maar het leven der kerk bestaat uit geloof. En daarom is hier misverstand mogelijk. In de leer vluchten zou betekenen als wij van het geloof in de wetenschap vluchten. Leer betekent in de kerk prediking. En wij mogen niet uit de prediking in het leven vluchten. Dan worden we humanisten.

Dienst der barmhartigheid.

Eindnoten

  1. 1

    N. hield blijkens een aantekening op het manuscript een lezing over De kerk in de wereld "te Wageningen voor een jongemensenbijeenkomst in 1946". Terzijde schreef N.: Gezang 205 : 1, 3. Vermoedelijk bedoelt N. niet het desbetreffende gezang uit de Gezangenbundel der Ned. Hervormde Kerk (1938), maar uit de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen (1866); later opgenomen in het Liedboek voor de Kerken (1973) als gezang 78 : 1, 2. In 1947 hield N. eveneens te Wageningen een lezing onder de titel Kerk en Wereld; zie VW., dl. 5, p. 540-548.↩

  2. 2

    Vgl. Joh. 3: 1-21.↩

  3. 3

    Vgl. Tit. 3: 5.↩

  4. 4

    Op 16 juli 1945 vond door de Verenigde Staten de eerste (geslaagde) proefneming met een atoombom plaats. Enige weken later werden twee atoombommen gebruikt in de oorlog tegen Japan, resp. bij Hirosjima en Nagasaki.↩

  5. 5

    Vgl. Luk. 15.↩

  6. 6

    Secundam naturam vivere is het devies van de stoïcijnse ethiek.↩

  7. 7

    Terzijde: Kingdom of God.↩

  8. 8

    Vgl. Gal. 2 : 20.↩

  9. 9

    Vgl. 1 Sam. 20.↩

  10. 10

    Terzijde: Doodstraf.

    Bijlagen↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Geloof en CultuurInhoudBijlage 1 →