66. Waarom ben ik hervormd?1
De redactie van dit blad vroeg mij een kort antwoord op deze vraag te willen geven.
Ik zou willen beginnen met te zeggen dat ik hervormd ben omdat ik de keus niet gehad heb en zonder mijn weten of toestemming in de Hervormde Kerk ben gedoopt.
Dit antwoord lijkt vrij onnozel en sommige lezers zullen menen dat ik bezig ben mij er af te maken en dat het zelfs helemaal onvoldoende is in de mond van een leek, laat staan voor een predikant of theoloog. Toch moet ik herhalen dat ik het heel nuttig acht de beantwoording van de vraag in de titel te beginnen, zoals ik dat boven deed. Er staat ook niet: waarom blijf ik hervormd? maar: waarom ben ik hervormd?
Natuurlijk ligt, voor wie tot jaren des onderscheids gekomen is, de eerste vraag ook in de laatste opgesloten. Gij had hervormd-af kunnen worden. Maar dan komen de dingen anders te staan. Dan moest de titel luiden: Waarom niet hervormd? De bewijslast kwam dan te rusten op het woordje niet'. We vragen nu waarom we 't wel zijn. En dan moet men wel beginnen zoals ik het deed. De gedachte dat ons lidmaatschap van de kerk een absoluut vrije keuze is, moeten we van ons afzetten. Men treft ze nog dikwijls aan. Ik ken ouders die hun kinderen zonder catechetisch onderwijs laten en zelfs zonder onderricht in de bijbel of in de godsdienst in 't algemeen, omdat ze menen dat ze hen in dat opzicht niet mogen beïnvloeden. Daarin zou men ze voor later helemaal vrij moeten laten.
Dat is goddeloos. Wanneer zulke mensen consequent waren, hadden ze kinderloos moeten blijven; want dan hadden de kinderen ook nog hun eigen ouders kunnen kiezen en ze hadden een kans gehad betere te treffen dan nu.
De Hervormde Kerk is voor ons ook een moeder geweest die we niet gekozen hebben. En als wij de gedachte van een keuze uitschakelen, wordt de verhouding waarin we tot haar staan reeds dadelijk veel vaster en rustiger. Wij worden er ons dan van bewust dat het een groot verschil maakt of we met een kerk of met een vereniging te doen hebben. Van een vereniging worden wij lid met een bepaalde bedoeling. Van de kerk zijn wij lid met ons hele bestaan, zonder enige beperking. Zij heeft de beloften van het Evangelie tot ons gebracht en wat wij weten van de bijbel, van Jezus en van de Vader in de hemelen, dat kwam door haar bemiddeling tot onze kennis. Wij hebben, als wij daaraan denken, grote reden tot dankbaarheid die we zo zouden kunnen vertolken: waarom zou ik niet hervormd zijn? ⚑Deze stemming moeten we eerst kennen, voor wij de vraag van de titel nog eens voor de tweede maal, in andere zin stellen. Want wij zijn nog niet helemaal klaar als we daarop antwoorden dat we 't zijn omdat onze ouders het ook waren. Die zouden dat ook wel kunnen zeggen. Maar tenslotte kwamen wij dan bij een ouderpaar dat hervormd geworden was, terwijl het eerst rooms was. En reeds veel eerder bij onze ouders of grootouders treffen wij het feit aan dat men hervormd gebleven is, ofschoon anderen zich afscheidden.
Dit brengt ons op de verdeeldheid in de christelijke kerk en de vragen die daarmee samenhangen. Wij moeten een antwoord kunnen geven als men ons vraagt, waarom wij de kerkhervorming van 1517 niet betreuren en de Doleantie van 1886 wel. De ruimte die men mij voor dit artikel gaf is daarvoor niet meer voldoende. Deden we 't wel, dan zouden we tevens ook moeten wijzen op de oecumenische beweging, die zich de oorspronkelijke eenheid der christenheid tot ideaal heeft gesteld.
Want als we van ons lidmaatschap der Hervormde Kerk met dankbaarheid spreken, dan behoeft dat geen zelfvoldaanheid in te sluiten. Het smartelijke van de breuk der christenheid wordt ons in deze tijd op allerlei wijze voelbaar gemaakt. Dat is een les die God ons inscherpt door alles wat hij ons doet beleven. In deze sleutel zou ik dus de vraag: waarom ben ik hervormd? willen zetten. Ik zou er eerst het onrustige, het woelige uit weg willen nemen. Wij kiezen ons geen kerk, maar God kiest ons door de kerk. En daarna zou ik ons lidmaatschap van de Hervormde Kerk willen plaatsen onder de geweldige kritiek die daarop van Godswege uitgaat door wat wij belijden te zijn: de heilige algemene christelijke kerk.