O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← 51. Toespraken over Kerkopbouw - Kerkherstel – 1, 2. De houding van Kerkopbouw in de samensprekingen met KerkherstelInhoud52. Reacties op de reorganisatie-voorstellen →

Verzamelde Werken, deel 5 · p. 343–345

51. Toespraken over Kerkopbouw - Kerkherstel – 3. Kerkopbouw en Kerkherstel

3. Kerkopbouw en Kerkherstel1

Twee vrij grote2 verenigingen zijn dit. Vroeger was er de Confessionele Vereniging.3 Haar ging het om de kerk. Meestal vatte zij deze juridisch op. De confessie diende als rechtsnorm tegenover het modernisme. In de confessionele gezindheid zijn er telkens oplevingen: zie Kuyper, Gunning, Hoedemaker. Dit brengt ons tot ±1900.4

Dan volgt een inzinking. Zie de ouderwetse confessionele actie van ±1915.5 Na de oorlog, ±1920, begint een nieuwe inzet:6 (a) in de theologie en (b) voor de kerk. (a): de dialectische theologie. Dit is een theologie die aan het Woord Gods weer ruimte wil verschaffen. Verschaffen is natuurlijk niet zo gemeend: ruim baan maken is beter. De dialectische theologie maakt het Woord Gods moeilijker. Dat klinkt paradoxaal, maar is toch zo. Wij kunnen ons nl. niet op de grondslag van Gods Woord inrichten. Het is ding. Het is Openbaring, dan Schrift, dan verkondiging: het is geen gegeven de eenheid van deze drie. Het juridische komt daardoor op de achtergrond. Of het Woord Gods zo weinig gebonden is als Barth het voorstelt, laat ik in het midden. Er is ook een mystische continuïteit. Maar zeer zeker heeft B. gelijk als hij het Woord Gods uit de handen van de mensen losmaakt en God teruggeeft. Naast de dialectische theologie gaat de nieuwe roep om de kerk7 (b). Beide hangen samen. Tegenover de afzuiging van het hele leven in de politiek trekken we ons terug op Gods Woord en de kerk. God heeft over ons te beschikken. De theologie moet onder de heerschappij van de school vandaan. En: naast de staat heeft de kerk een eigen terrein. Een terrein en een leven dat eigenlijk niet van deze wereld is, maar zich toch in de vormen dezer wereld vertoont. De theologie en de kerk komen onder de scherpe hoek op de wereld te staan. Kerkherstel-Kerkopbouw staan beide onder invloed daarvan. Ik heb ze een keer niet-identieke tweelingen genoemd. Kerkherstel is meer geboren uit de Nederlandse kerkelijke actie. Kerkopbouw staat meer onder invloed van internationale bewegingen. ZO komt het dat de beide verenigingen beurtelings elkaar aantrekken en afstoten. Kerkherstel is het eerst opgericht,8 na de verwerping van 1929/ 1930. Tot consolidering van die actie. Een front van ethisch-confessioneelgereformeerd, die elkaar gevonden hadden op het stuk van de kerk. Kerkopbouw daartegenover samengesteld uit ethisch-vrijzinnig. Aan beide kanten liggen in de formatie problemen. De gereformeerden zijn gekant tegen de dialectische theologie. De presbyteriale kerkvorm is verpolitiseerd, de plaatselijke kerk te absoluut genomen. Deze geeft opdracht aan afgevaardigden; alles gaat naar analogie van politieke terreinindeling. Daarmee heeft de plaatselijke kerk niets te maken. Zij is openbaring van kerk: de plaatselijke kan geen mandaat geven. Tucht wordt zo een gewone rechtspraak. Bij Calvijn is veel meer herinnering aan de oude kerk. De macht is ambtelijk. Dit is geen aristocratie, voor zover toch aristocratisch te noemen is het ook politiek. Het moet niet politiek, maar charismatisch toegaan in de kerk. De tucht moet daarom een meer persoonlijk karakter krijgen. Dat was onzerzijds eis en daarom was men tegen 1929 als een herhaling van 1886. In 1929 werd dit voorstel verworpen. Daarom rustte op ons de plicht een ontwerp uit te werken. Dit is ook gebeurd. Heel in den brede is de tuchtregeling uitgewerkt.9 Er komen visitatoren en een moderator. Slechts in laatste instantie beslist de vergadering.10 Het is echter niet mogelijk deze dingen principieel uit te werken zonder dat men gestoord wordt door de werkelijkheid, in dit geval de richtingkwestie. De kerkelijke politiek mengt er zich onder en was er natuurlijk aan beide zijden11 van het begin af ook onder. Welke gevolgen zal het nieuwe tuchtprocédé hebben voor de vrijzinnigen?! Er zijn er die helemaal geen tucht wensen.12 De oude modernen als De Haas willen geen apostolische kerk maar een academische kerk als in 1816. Zo'n kerk doet het thans niet meer. Het is wel aardig als overal een gestudeerd, enigszins cultureel aangedaan mens woont, die over de vragen van de dag refereert, maar dat is geen kerk. En zo'n kerk blijft in de stormen van deze tijd niet staan. De kerk moet Christus als het Woord in de wereld uitdragen. Nu is dat ein grosses Wort gelassen uitspreken. Dat weet ik wel. Maar in de atmosfeer van zo'n woord moet de kerk toch ingericht. Er moet keuring der geesten zijn. De moeilijkheid is om een tuchtprocédé te vinden dat niet politiek is, niet juridisch, ook niet monarchisch-episcopaal, maar in episcopale geest. Dat is niet gemakkelijk: gereglementeerd-charismatisch. Nu gaat het niet alleen om de tucht, maar het zit vast op de tucht. Daarom: eerst de tucht van haar politiek karakter ontdoen! Maar het gaat toch pas in laatste instantie om tucht. Het gaat om het wezen der kerk: woord, sacrament en dan tucht.

Ook in ander opzicht moeten wij het katholiek karakter naar voren brengen. De kerk is apostolisch, niet academisch: dat slaat op de prediking. Maar ook in ander opzicht is het van toepassing. Het politieke in de kerk komt uit in de plaatselijke gemeente. Maar de kerk is apostolisch. De kerk is een zendingsprobleem.13 De cultusgemeente dat is niet meer dan een kringetje. De kerk is een lichaam dat zich uitstrekt naar wat niet bij de kerk is. Wij hebben nu het modernisme niet af te wikkelen. Dat is een schoolprobleem. Wij hebben de twintigste-eeuwse problemen te zien. Inwendige en uitwendige zending: zie art. 25 bis a. Contact met degenen die werken in van de kerk vervreemde groepen.14 De groepen kunnen ook een orde-karakter aannemen. Eindelijk worden we in de kerk geconfronteerd met het leven. Eindelijk gaan we insnijden in de politiek. De gestalte van Augustinus rijst op. Kerkherstel en Kerkopbouw staan samen tegenover een ras-calvinisme dat zich romantisch terugbuigt naar de historie.15 Maar KO. is toch meer bereid terug te grijpen op breed-katholieke motieven. Wij moeten losser worden van de bodem. En 't geheel gaat voor het deel. Het calvinisme is katholiek genoeg. We behoeven geen anglicanen te worden. Maar brengen ontwikkeling stroomafwaarts en stroomopwaarts.16 KHe. blijft meer hangen aan het politieke type. Althans heeft ze moeite daarvan los te komen. Wij kunnen die kant uit door: ⚑belijden - drieëenheid ⚑tucht - bisschop zending - apostolisch ⚑orde - lichaam

't leven - ascese.

Eindnoten

  1. 1

    Dit is naast 512 de tweede variant op de KO.-KHe.lezing 511. Al staat er boven 'aan een koffietafel', de op 13.10.1936 (in KO. nov. 1936 verslagen) toespraak kan het toch niet zijn. Laatstgenoemde toespraak vinden wij zonder enige twijfel terug in het manuscript, door ons aangemerkt als 512, waarvan belangrijke partijen door ons bij 511 ingelast zijn. In deze versie (3) voert N. de dialectische theologie en het herleefde kerkbewustzijn ten tonele als inspiratoren voor beide organisaties. Aan de ene kant wijst hij op het gevaar van 'verpolitieking', aan de andere kant op het gevaar van onderwerping aan de 'school'. Blijkens de vermelding van enkele kerkordelijke specifica (art. 25 bis a) verkeren wij in de tijd van het Akkoord, dus ± najaar 1936. Vgl. H. Bartels,a.w., p. 115. Wij hebben ter wille van de leesbaarheid ons summiere aanvullingen veroorloofd; voor de oorspronkelijke tekst, zie onder tekstwijzigingen. De lezing is in de vorm van twintig kaartjes bewaard gebleven (een geliefkoosde geheugensteun van N. voor zijn toespraken). Kaartje 9 ontbreekt, maar nummer 8 loopt logisch over in nummer 10.↩

  2. 2

    Vgl. H. Bartels, a. w., p. 37 en 43. Hij vermeldt kort na het ontstaan voor KHe. 2033 en voor KO. 600 leden.↩

  3. 3

    De grondleggende vergadering voor deze vereniging werd - op initiatief van ds. O. G. Heldring - in 1862 te Utrecht gehouden om 'in de nood der kerk te voorzien'. Voor het 'juridische', ook polemische, vgl. Rasker, a.w., p. 253 v.↩

  4. 4

    Toen begon de activiteit van Gunning ten behoeve van een algehele omkeer van kerk en volk en voor reorganisatie der NHK., gedurende de laatste vijf jaren van zijn leven, gedeeltelijk tezamen met Hoedemaker. Vgl. o.a. P. F. Th. Aalders, Was N. nu ethisch of confessioneel?, KTh., juli 1979, p. 23.↩

  5. 5

    Met tien tegen negen stemmen besloot de synode van 1914 de schepping van geest en hoofdzaak' aan het oordeel der kerk te onderwerpen. Met tien tegen negen stemmen verwierp de synode van 1915 het definitieve voorstel tot schepping. Vgl. n. 1.13.↩

  6. 6

    Ook voor N. aanvangend met Geloven op gezag (1921) en Het kerkelijk dogma, VW., dl. 2, p. 170 vv.↩

  7. 7

    Vgl. W. J. Aalders, De roep der kerk, Leiden 1936. Vgl. ook W. Th. Boissevain, De kansen der kerk, Amsterdam 1930.↩

  8. 8

    Zie n. 14. 1.↩

  9. 9

    Ter wille van het persoonlijk element en om juridische verstarring in de tuchtoefening te voorkomen, had KO. (art. 7 a AR.) de provinciale visitatoren en de synodale moderator ingevoerd. Hun taak was het opzicht over de ambtsdragers met het oog op belijdenis en wandel (vgl. art. 2 sub 1 en 2 AR. van KO.). KHe. stemde in met de opneming van deze figuur in het Akkoord. Vgl. wijziging art. 9 AR. van KHe., ook de ouderling nu benoembaar; classicale vergaderingen in de tuchtoefening betrokken. Vgl. H. Bartels, a.w., p. 116-119.↩

  10. 10

    Bedoeld is wel, dat de tucht die aan de vergaderingen is voorbehouden pas aanvangt als alle middelen van het opzicht hebben gefaald.↩

  11. 11

    Bedoeld is uiteraard: zowel bij KHe. als bij KO.↩

  12. 12

    Vgl. Kerk en Wereld, 8.3.1935, p. 5: "Wij zijn niet gebonden aan de voorstellingen en beslissingen van wie voor ons waren of met ons zijn." Gedacht is ook aan De Haas' optreden op het Congres van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden op 2.10.1936 te Utrecht. Zie n. 52.7; vgl. H. Bartels, a.w., p. 128.↩

  13. 13

    Men zie de lezing van die naam, nr. 40.↩

  14. 14

    De huisgemeente in het KO.-ontwerp was een verschrikking voor KHe. Ook in KO. zelf vond zij lang niet algemene instemming (C. G. Wagenaar, KO. 5 (oktober 1 936) nr. 6. De verandering kwam hierop neer dat "men het abnormale van de toestand (d.i. van de afzonderlijke kring) wat sterker heeft benadrukt en het geheel meer in kerkelijk verband heeft gehouden. Aan de ene kant krijgt de kerk ruimte voor haar zendingstaak, aan de andere kant kan zij zich beschermen tegen willekeur, die haar kostelijkst bezit in gevaar zou brengen." Vgl. J. Riemens, KO. sept. 1936: Een stap vooruit. In het Akkoord is het onderdeel over de huisgemeente teruggenomen. Daarvoor kwam in de plaats o.a. een art. 25 bis (zie bijlage 2 d). Onder art. 27 toe te voegen de instelling van een commissie voor inwendige zending met het oog op geval a) en een commissie tot herstel van de eenheid der gemeente in geval b) (zie bijlage 2d) - Vgl. H. Bartels, a. w., p. 115.↩

  15. 15

    Vooral in Evangelie en volkskerk, 1934 (nr. 43), had N. KHe. op deze gevaren gewezen en KHe. pogen te bewegen eendrachtig met KO. front te maken tegen een dergelijke geesteshouding, die hij m.n. bij de kerkelijk-gereformeerden meende aan te treffen.↩

  16. 16

    Vgl. BKO. (nr. 30), p. 18 vv. en 21 vv.: 'Stroomopwaarts' = in katholieke richting ofwel: de moderator; 'stroomafwaarts' = in apostolische richting ofwel: de huisgemeente.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 51. Toespraken over Kerkopbouw - Kerkherstel – 1, 2. De houding van Kerkopbouw in de samensprekingen met KerkherstelInhoud52. Reacties op de reorganisatie-voorstellen →