45. Odium schuiven1
Het verwijt van Kerkherstel over de mislukte pogingen tot samenwerking aan het adres van Kerkopbouw van de hand gewezen.
In het julinummer van Nieuw Kerkelijk Leven2 schrijft de secretaris van Kerkherstel3 over de wijzigingen in onze reorganisatie-voorstellen.4
Hij noemt ze 'een grote teleurstelling', 'gezien de verschillende samensprekingen' van de Commissie van contact die waren voorafgegaan en die veel meer deden verwachten5⌫.
Inderdaad gingen de veranderingen, die genoemde commissie zich unaniem als mogelijk had gedacht, verder dan de nu aangebrachte en in zoverre begrijp ik de teleurstelling van dr. Evenhuis en kan die tot op zekere hoogte delen.
Er staan echter in het schrijven van de secretaris een paar dingen, waarover ik meen hier iets te moeten zeggen. Hij stelt drie dingen vast: 1. dat Kerkopbouw niets heeft gedaan om aan de bezwaren van Kerkherstel tegemoet te komen; 2. dat men van laatstgenoemde zijde tot verregaande concessies bereid was; en 3. dat het odium van de mislukking dus rust op Kerkopbouw.
Tegen deze voorstelling van zaken moet ik opkomen. Ik kan natuurlijk niet publiek gaan bespreken wat Contact had voorgesteld en wat daarvan is overgebleven. Deze dingen zijn binnenskamers besproken en komen dus niet in aanmerking voor openbare discussie. Maar wel mag ik zeggen dat het tere werk van bemiddeling tussen de beide verenigingen wordt geschaad en de sfeer vertroebeld, als dr. Evenhuis als secretaris van Kerkherstel van zijn ervaringen in de Commissie van Contact gebruik maakt bij zijn polemiek tegen onze vereniging. Wat onder de witte vlag besproken wordt, mag in de strijd niet gebruikt worden.
Het gehele rapport van Kerkopbouw is een poging tot samenwerking. Van de 'vergaande concessies' van Kerkherstel is ons niets gebleken.
Nu de secretaris dit wel oorbaar heeft geacht, wil ik het volgende opmerken: Ad 1. Kerkopbouw heeft na definitieve vaststelling van haar Ontwerp weinig kunnen doen om aan de bezwaren van haar zustervereniging tegemoet te komen. Maar het hele Rapport is een poging om dat te doen. Het is geen compromis; het is een principieel voorstel. Maar daarbij hebben wij de continuïteit met vroegere reorganisatiepogingen zoveel mogelijk in het oog gehouden. Het is niet weinig wat in die richting door onderlinge bespreking van zeer verschillend getinte groepen is bereikt. Ik ben overtuigd dat men het in Kerkherstel niet mogelijk had geacht.
Daardoor komt het dat er nu achteraf niet veel meer gedaan kan worden. De snaren staan strak gespannen. De samensprekingen in Contact konden, in principieel opzicht, niet 'veel meer' doen 'verwachten'. Misschien had psychologisch iets meer kunnen worden bereikt dan nu het geval is. Maar aan de grote lijnen doet dat niets af. En de onderlinge positie zou er niet ingrijpend door gewijzigd zijn.
Ad 2. Dat Kerkherstel 'tot vergaande concessies bereid' was is ons uit niets gebleken. Tenzij de secretaris daarmee bedoelt dat men van die zijde een heel eind met ons Ontwerp kon meegaan. Dat bewijst echter alleen dat onze voorstellen een goede basis voor samenspreking vormen, een betere dan die van 1929. - Maar daarover gaat het hier niet. De vraag is of uit Hemmen6 een ander geluid zou hebben geklonken, als dat 'veel meer', dat dr. Evenhuis verwachtte, van onze zijde was afgekomen. Of prof. Haitjema en prof. Aalders hun referaten zouden hebben omgewerkt als ze in de Betuwe iets meer hadden gevonden van de in Contact besproken concessies? Dit acht ik uitgesloten. Van zulk een verre strekking waren deze niet. En wanneer dr. Evenhuis meent van wél dan had hij het niet nu, maar vooraf moeten zeggen. Wij hadden daarmee dan winst kunnen doen.
Ad 3. Mijn conclusie is dat de secretaris geen goed werk deed toen hij ons dit odium toeschoof. Als er principiële verschillen bestaan, dan heeft het geen zin er van te spreken. Slechts als de dingen een uitgesproken psychologische kant hebben, kan er reden voor zijn. Maar Contact werkt averechts als men het in die richting exploiteert. Teleurstellingen in die sfeer moet men zwijgend dragen.