O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← 43. Evangelie en volkskerkInhoud45. Odium schuiven →

Verzamelde Werken, deel 5 · p. 295–296

44. Hamer en nijptang1

Op de jongste algemene vergadering der Confessionele Vereniging2 heeft dr. P. J. Kromsigt3 gesproken over ons reorganisatie-ontwerp. Ik ben erg blij dat deze veteraan in de reorganisatie-beweging, die naast dr. Hoedemaker en prof. Gunning gestaan heeft, uit zijn tent gekomen is. Van wat hij gezegd heeft kon ik kennis nemen uit een kort verslag in de Nieuwe Rotterdamsche Courant.4 Wanneer een oud-lid van de commissie van omstreeks het jaar 1900 zijn beschouwingen geeft, dan ben ik en dan zijn vele anderen met mij zeker bereid om aandachtig te luisteren en de aangevoerde argumenten te overwegen.

Dr. Kromsigt heeft een charisma om de dingen er in te hameren. Het is goed dat hij nog eens weer gewezen heeft op de plaats die de vergadering in de bijbel en in de kerk toekomt. Vooral in onze tijd is dat goed. De vergadering is een bolwerk van de geest tegenover de imperiale macht5 en de kerk zou met de verdwijning van haar vergaderingen ophouden een waarlijk geestelijk lichaam te zijn.

Er staan echter in het verslag van de rede van dr. Kromsigt ook enkele dingen waarvan ik met enige verwondering kennis heb genomen. Zo wanneer hij - altijd volgens bedoeld verslag - trouw huisbezoek, geduldig catechisatieonderwijs en evangelisatiearbeid het enige middel noemt om de kerk weer levend te maken. Dat is een argument dat altijd tegen iedere poging tot reorganisatie is aangevoerd en dat ik hier niet verwacht had.

Vooral echter wilde ik de vinger leggen bij een bewering van de referent alsof ons ontwerp in art. 1 een uiterst vage belijdenis in de plaats wil stellen van de historische formulieren van enigheid. Van onze zijde is herhaaldelijk verzekerd dat dit niet het geval is. Wij hebben zelfs een tipje opgelicht van de sluier6 die de wording van art. 1 bedekt, zodat dr. Kromsigt kan weten dat Kerkherstel door de commissie van contact evenveel deel heeft aan het bestaan in het algemeen van een art. 1 als Kerkopbouw. Dat derhalve, afgezien van de precieze inhoud van dat artikel, het niet in de bedoeling kan hebben gelegen, daarmee de belijdenis uit te schakelen. Het is een reglementsartikel waarin naar de belijdenis der kerk verwezen wordt en niets meer. Was de bedoeling geweest in een kort artikel onze hele rijke belijdenis op te smelten, dan zou ik er geen ogenblik aan gedacht hebben mij achter deze voorstellen te plaatsen.

Ik vraag mij af hoe het mogelijk is dat de geachte referent dit punt op nummer 1 van zijn grieven tegen ons ontwerp kon plaatsen. Ik hoop zeer dat hij het niet op zal nemen onder de inventaris der dingen die hij er in zoekt te hameren. Gaarne zag ik hem bij een volgende gelegenheid de nijptang hanteren om deze nagel weer uit te trekken.

Eindnoten

  1. 1

    KO. 3 (juni 1934) nr. 2. Reactie op een lezing van dr. P. J. Kromsigt dd. 31.5.1934 te Utrecht, vlak voor de zomersynode 1934, waar het ontwerp-KO. aan de orde zou komen.↩

  2. 2

    69ste Ledenvergadering der Confessionele Vereniging te Utrecht op 31.5.1934. Toespraak dr. P. J. Kromsigt over Onze houding tegenover 't Rapport van Kerkopbouw over reorganisatie der kerk. Spreekt overvage belijdenis in art. 1, die daar niet hoort. Classicale vergaderingen mogen adviseren, maar blijven onder toezicht. Waar blijft de echt-presbyteriale organisatie, door Gunning genoemd de organisatie der liefde? Deze drong aan op herstel van de 'rechtskracht van Gods Woord' in de vergaderingen. Keert zich tegen de huisgemeenten en het stellen van het woord boven het sacrament. Noordmans bedoelt het goed. Maar hoe denken de anderen? - Discussie: Dr. Honders zag niets tegen, juist veel voor een moderator in een presbyteriale kerkorde. Vgl. H. Bartels, a. w., p. 88 en 92. - Voor Confessionele Vereniging, zie n. 22.8. Verslag vergadering in GK. 46 (21 en 28.6.1934) nrs. 2385, 2386. Voor 'rechtskracht van het Woord', vgl. G., De wortel des kwaads, Nijmegen 1904, p. 5, 27, 31.↩

  3. 3

    Zie n. 22.23. Dr. P. J. Kromsigt zat in 1899 en in 1905 in synodale commissies resp. voor een modus vivendi en ter bestudering van het reorganisatievraagstuk. Beide keren werd uitgeweken naar de figuur van de wijkgemeente, maar zelfs dit resultaat werd weer ongedaan gemaakt. In 1901 bereikte een Open Brief, ondertekend door Gunning, Hoedemaker en Kromsigt, de classicale vergaderingen met het verzoek dat de synode een cie. zou benoemen voor reorganisatie, 'opdat in de kerk de kracht des Heren tot hervorming openbaar zou worden'. Ofschoon veel classes deze brief ondersteunden bij de synode van 1901, stemde deze toch tegen. 9 leden van de synode verklaarden "dat het belijden van Jezus Christus als de Here der heerlijkheid, het Hoofd der gemeente, de enige Zaligmaker van zondaren, is de heilige roeping der kerk". Vgl. Hand. Syn. 1901. In dat jaar verzocht Gunning tot de synode toegelaten te mogen worden om de reorganisatie te bepleiten, maar dit werd geweigerd. In febr. 1904 werd door Hoedemaker en Kromsigt een open Brief van Gunning aan de synode der NHK. mede ondertekend, waarin een profetisch appèl op de synode wordt gedaan. Vgl. Hand. Syn. 1904.↩

  4. 4

    NRC. 1.6.1934, avondblad A, p. 3.↩

  5. 5

    K. ziet de ambtsmacht van de moderator/visitator als imperiaal (in de zin van staatkundig, bisschoppelijk, hiërarchisch), de ambtsmacht van de classicale vergadering ziet hij als rninisteriaal (in de zin van echt kerkelijk, schriftuurlijk, overeenkomstig Mt. 20 : 25).↩

  6. 6

    De besprekingen van de cie. van contact (zie n. 31.25) waren strikt vertrouwelijk. Het 'tipje' was in feite reeds door KHe., in zijn brochure, opgelicht. N. tilt het terwille van de duidelijkheid hier alleen iets verder omhoog. Zie n. 43.15-17.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 43. Evangelie en volkskerkInhoud45. Odium schuiven →