36. Deur en hengsel1
Mijn uitlating over het modernisme in Algemeen Weekblad van 27 oktober 19332 heeft hier en daar bij de vrijzinnigen ontstemming gewekt. In Ons Godsdienstig Leven spreekt Van Lunzen van3 'een beledigende uitlating' en van 'met vuil ... gooien'. Dit is een weinig kalme opvatting van het geval. Maar ook van meer bezonnen zijde4 duidde men mijn woorden aan als 'niet tactisch'.
Nu schijnt er in de ledenvergadering5 over mijn expressie in het Weekblad of over verwante uitdrukkingen in mijn Toelichting op het Reorganisatie-ontwerp6 een vraag gesteld te zijn. Ik was toen niet meer aanwezig, maar maak het op uit een stukje van Boeke in bovengenoemd vrijzinnig weekblad. Van de zijde van het moderamen zou toen verklaard zijn dat 'enkele minder gelukkige zinsneden in de toelichting bij het rapport ... geenszins de daarin gelezen bedoeling hadden.' - Ik twijfel geen ogenblik aan de correctheid van mijn verdediger, maar acht het toch beter hier zelf even rekenschap te geven van mijn woorden.
Toen ik het modernisme een 'natuurwetenschappelijke beduimeling van het Evangelie' noemde, heb ik bedoeld wat de woorden zeggen. Maar ik heb daarbij niet aan bepaalde personen of een groep gedacht, doch aan een culturele stroming in de negentiende eeuw. In mijn Toelichting heb ik in verband daarmee gesproken van de Encyclopaedie van Kuyper en de Synode van Assen en de strekking van dit alles was om tegenover Kerkherstel te betogen dat de beslissing in de kerkelijke strijd niet moet vallen op de kwesties die het modernisme heeft opgeworpen. Dat de dogmatische inzet van 1816 en ook nog die van 1886 te academisch was en dat dit alles culmineert in de natuurwetenschappelijke beduimeling die het Evangelie van het modernisme te lijden had. In mijn bespreking van De Geloofsbelijdenis van het Werkverband Roessingh in Algemeen Weekblad van 21 april 1933 heb ik een dergelijke argumentatie gevolgd en heb toen van vrijzinnige zijde juist bewijzen van waardering gekregen.
De kerkelijke deur moet draaien op dat hengsel. Dat het hengsel daarbij knarst kan ik niet helpen. Het is een beetje verroest. - Of het tactisch is het dan toch te doen, kan men verschillend bezien. Als wij de reorganisatie willen bekokstoven, dan niet. Maar als we zaken willen doen in overeenstemming met de ernst van het ogenblik, dan moet de 'cardo quaestionis'a ⚑worden genoemd.