O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← 34. Het reorganisatie-ontwerp van KerkopbouwInhoud35. Twee lezingen over Kerkopbouw – 2. Wat wil Kerkopbouw? →

Verzamelde Werken, deel 5 · p. 231–236

35. Twee lezingen over Kerkopbouw – 1. Het reorganisatie-ontwerp van Kerkopbouw

1. Het reorganisatie-ontwerp van Kerkopbouw1

Dr. Beerens2 sprak over de huidige organisatie; prof. Brouwer over: De strijd om de organisatie. Ik heb te spreken over het reorganisatie-ontwerp van Kerkopbouw. Ik mag dus met de deur in 't huis vallen en vertellen.

Bijna twee jaar3 geleden installeerde prof. Brouwer de reorganisatiecommissie van de Vereniging. Er is in die beide jaren hard gewerkt en thans liggen de voorstellen op de synodale tafel. Welke zijn nu die plannen?

Om dat duidelijk te maken moet ik eerst iets zeggen van de algemene vooronderstellingen, die ten grondslag liggen. De eerste grote vooronderstelling is dat de gedachte van kerk in onze tijd sterker op de voorgrond moet treden. Wij komen op tegen de voorstelling dat de kerk tussen het staatkundige en het persoonlijke leven zou wegvallen. De geschiedenis van het kerkelijk leven in de laatste tientallen jaren zou ons dat kunnen suggereren. De uitkomsten van de laatste volkstelling hebben die suggestie op droevige wijze versterkt. In menige grote stad is het aantal kerkgangers een klein percent. En met name de cijfers omtrent de jeugd zijn ontstellend. ⚑Welnu, de eerste vooronderstelling van de plannen van Kerkopbouw is dat we niettegenstaande dat alles blijven belijden: ik geloof een heilige algemene christelijke kerk. Wij geloven niet dat de verdere geschiedenis der mensheid mogelijk zal zijn zonder de kerk. Wereldgeschiedenis en geloofsgeschiedenis en menselijk leven is niet denkbaar zonder een ruimte, waarin het geloof zich bewegen kan. Die ruimte is de kerk. En de beweging van het geloof in de ruimte heet in algemene zin liturgie. Buiten die liturgische beweging is geen mensenleven denkbaar. Wij zijn geschapen om te loven, te bidden, te danken, te zingen. En dat kan nu wel op allerlei wijze. Maar het echte kan alleen in de naam van Jezus geschieden.

Een van de voordelen van onze tijd is dat God ons op een heel groot toneel aanschouwelijk onderwijs geeft. Wij behoeven niet naar de schouwburg te gaan. Kerkelijke mensen, die iets van geloofsbeweging verstaan, zien de geweldigste stukken voor zich spelen. Met een wolk van getuigen als toeschouwers.

Dat de liturgie alleen in Jezus' naam mogelijk is, dat wordt ons aanschouwelijk geleerd door wat heden in Duitsland gebeurt.

Lezen. Sportpaleis Berlijn. Ergernis des kruises. Er is nog wel kerk op de wereld. Geloofsbeweging in Christus. Niet Duitse christenen.4

Deze kerk heeft aardse vormen. Wanneer men de kerk vergelijkt met de staat, uit een oogpunt van stabiliteit, dan wint de kerk het verre. Neem de politieke geschiedenis en daarnaast de kerkgeschiedenis. Laten we denken aan Doop, Avondmaal, aan prediking en gebed, aan kerkinrichting, kerkregering.

Het is van grote betekenis dat er een band in het leven bestaat die de mensen vasthoudt in een orde, die niet geheel van deze wereld is en juist daarom duurzamer. Het hachelijke van onze tijd is dat grote groepen binnen de christenheid de aansluiting daaraan hebben verloren. Ze kunnen niet worden opgevangen door een levensverband achter het staatkundige en vallen zo van de ene revolutie in de andere. Juist omdat de kerk niet van deze wereld is, omdat in haar geloofsbeweging mogelijk is, daarom toont ze meer stabiliteit en maakt mensenleven op aarde ook mogelijker.

Van dat geloof in de heilige algemene christelijke kerk moet men iets hebben om lid van Kerkopbouw te kunnen zijn.

Wij willen niet defaitist zijn. Tegen alle schijn in- Rusland, Duitsland, de volkstelling - geloven wij vast in de enige levensbeweging en de enige wereldorde die bestaanbaar is: die des geloofs.

Dit zet ons in een hard conflict met de werkelijkheid. Prof. Haitjema, scherpzinnig denker en goed leider die hij is, heeft heel goed gevoeld waarom het verschil met ons draait: het werkelijkheidsbegrip. Hoe moeten wij staan met ons geloofsbegrip van kerk, met onze eis van kerkelijke orde tegenover de werkelijkheid? Voorop moet staan dat wij de kerk niet in het vlak van de werkelijkheid dezer wereld mogen neerdrukken. Dat zou ons trouwens ook niets geven. Als ik mijn handen hier vlak naast elkaar op de tafel leg ... kan niet zolang in 't platte vlak.5 Maar nu draai ik ze ... nü kan ik ze tegen elkaar leggen. Nu zie ik waarom ze zo gemaakt zijn. Anders konden zij niet bidden. Voor bidden hebben wij de ruimte, de derde dimensie nodig. Zó gaat het ook in de kerk. Met het partij-overleg in de kerk wil het slecht boteren. Men kan het niet eens worden. Dat is erg. Maar erger zou het zijn als het ons gelukte de partijen in het platte vlak van wetenschappelijke, natuurwetenschappelijke, psychologische, filosofische of politieke overtuigingen op elkaar af te passen. Dergelijke oplossingen zijn niet denkbeeldig. Er is een soort amerikanisme, een soort 'social gospel', sociaal evangelie, dat vlak aan de grens komt van een platslaan van het Evangelie. Er is een ander soort amerikanisme dat het zoekt in persoonlijke zelfvervolmaking aan de hand der psychologie.6⚑ In Duitsland zoekt men de oplossing in het nationale vlak. Het Amerikaanse experiment is bezig om te slaan in een algemene 'Verelendung'.7 Tegen het Duitse pogen komt de kerkelijke reactie snel opzetten, sneller dan wij mogelijk hadden geacht. Het is onmogelijk om onze overtuigingen in een van deze vlakken zo op elkaar af te passen dat er eenheid ontstaat. Die éénheid heet belijdenis. En die is alleen in de kerk mogelijk. Voor belijdenis is geestelijke ruimte nodig. En daarmee bedoel ik niet de ruimte in het platte vlak dezer wereld. De ruimte om ja en neen, omdat ze niet op elkaar af te passen zijn, naast elkaar te leggen. Dat is tolerantie. Modus vivendi.8 De eenheid van het humanisme, niet van de kerk. Wij hebben een andere ruimte nodig. Een nieuwe dimensie. De kerkelijke ruimte, waarin plaats is voor geloofsbeweging, de liturgie, waarbij een stuk van de hemel bij het aardse leven getrokken wordt, of liever het aardse leven in het geloof ten dele in de hemelen wordt opgenomen. De Civitas Dei - half kerk half koninkrijk Gods. Alleen dan is confessie - belijdenis - mogelijk. Dan kan er zoiets ontstaan als wanneer ik mijn handen in de ruimte draai tot ze de gebedshouding, gevonden hebben.

Belijdenis betuigt van dingen die geen volkomen aansluiting hebben aan onze natuurkennis. Die wij psychologisch niet kunnen opdelven. Die filosofisch niet te construeren zijn. Die politiek niet te verwerkelijken zijn. Ze zijn nog maar zeer ten dele waar.- Ze zijn nog maar zeer ten dele goed. - Ze zijn nog maar zeer ten dele nuttig. - Ze zijn nog maar zeer ten dele in ons en van ons. Daarom staat volgens Augustinus tegenover de confessie de praesumptie.9 Het nemen van wat nog niet in ons is. Gunning heeft een boekje over dat geestelijk stelen geschreven.10 Confessie, dat is het gestolene teruggeven. Alleen in de belijdenis is aardse éénheid, die iets te betekenen heeft, mogelijk. Wij moeten ons de dingen van boven laten geven.11 Wij moeten leren, zoals Robertson12 het noemt: to hail the King, de Koning toe te juichen. De hele kerkelijke crisis en een groot deel van de politieke ligt daarin dat de mensen het verleerd hebben, zich in die geloofsruimte te bewegen, die kerk heet. De liturgie, de hulde is uit hun leven verdwenen en ze worden zo wanhopig plat en modern. Wij moeten terug naar de kerk, naar de Schrift, naar de Twaalf artikelen, het Onze Vader, gezang 3.13 Dat is de grote vooronderstelling van ons ontwerp. Wanneer wij afwijken van de gewone presbyteriale kerkorde, dan doen wij dat om wat meer kerk in de organisatie te brengen. Dat rekenen met de werkelijkheid is niet: haar in de aardse werkelijkheid neerdrukken. Maar zoals kerk met werkelijkheid rekent, als Jezus op aarde komt om zondaren zalig te maken. Rekenen dus ook met de zondige werkelijkheid. Capituleren voor de zondige werkelijkheid, zoals God ervoor capituleert als Hij zijn Zoon zendt.14 Wij willen de presbyteriale kerkorde in de eerste plaats wat minder politiek maken. Een onderscheid met de zestiende eeuw is vooral dat de zending nu veel meer op de voorgrond staat. Daarin komen wij overeen met de oude kerk. De Westerse kerk was zendingskerk. Ze heeft Europa gechristianiseerd. De Reformatie had deze taak niet meer en de uitwendige zending lag nog weinig in 't gezichtsveld. Dat moest van invloed zijn op de kerkorde. Men richtte zich in als een polis, een gevestigde stad of staat. Iets van politiek wezen kwam er in. Het territoriale werd geweldig versterkt. Het nationale kreeg meer betekenis. Het bisschoppelijke en het evangelistenwezen der oude kerk raakte achterop.

Wij staan voor een heel andere werkelijkheid. Wij moeten iets van dat politieke, territoriale, nationale weer weg doen. Wij doen dat in ons ontwerp allereerst door de zending in te schakelen. De brede classicale vergadering. De brede algemene synode.15 Lekenorganisatie wordt voor kerk gerekend. Het territoriale wordt gecombineerd met het activiteitsbeginsel. Niet de inboorlingen maar de actieve christenen. De zending in breedste betekenis; in- en uitwendige. Het ambt der gelovigen. Het lekenelement. In verband daarmee reeds andere tuchtopvatting. De ethische en de empirische ketter.16 Sociale arbeid kan dan tevens tot zending verdiept worden. En zending tot een liturgische handeling der gemeente. Een geloofsbeweging in de kerk. De liturgie krijgt zo een breed-praktisch karakter. Het gevaar dat we, door op de traditie en de liturgische schatten terug te grijpen, ons een tempel bouwen wordt ondervangen. Het Evangelie is het eerst in de kale synagoge verlezen. Heden is deze schrift in uw oren vervuld, zei de timmermanszoon, de leek bij uitnemendheid, priester naar de ordening van Melchizedek (Lk. 4 : 2 l; Mk. 6 : 3; Gen. 14: 3 vv.; Hebr. 7). Wij ontkennen de waarheid die er in een social gospel ligt niet. Wij waken alleen tegen vervlakking. Het moet gepredikt in de ruimte der kerk. Het mag niet een sociaal belang en politiek doel zijn zonder meer. Social gospel moet gospel blijven. Een boodschap van God. Als wij dus aansluiten aan de werkelijkheid, de zondige werkelijkheid - een andere is er niet op deze wereld - dan is dat geen secularisering, geen capitulatie voor de wereld, maar omgekeerd een poging tot clericalisering. Maar een bepaalde clerus - de leek.17 Een vreemde clericalisering, maar zeker geen secularisering, geen capitulatie van de kerk voor de wereld. Wij erkennen de liturgische beweging des geloofs, de geloofsbeweging, waar die maar is, als kerk. Maar wij organiseren haar tevens.

Een tweede poging om de kerkelijke ruimte, de dimensie der belijdenis terug te winnen, ligt in de instelling van de huis- of hulpgemeente. Die instelling bedoelt om het mogelijk te maken dat groepen in de kerk, die geen aanpassing hebben bij de ambtelijke leiding der plaatselijke gemeente, zichzelf organiseren. Of door de leiders der plaatselijke gemeente worden georganiseerd tot een evangelisatiekring binnen het kerkverband. De leden moeten - minstens 200 - stemgerechtigde leden der gemeente zijn en instemmen met art. 1 en 2 van het Algemeen Reglement,18 waar de doelstelling der kerk wordt aangewezen en waarin naar haar formulieren wordt verwezen. Historisch 't meest in aansluiting aan de kwestie van de minderheden naar het karakter in het Ontwerp. 't Meest op de inwendige zending gericht. Ook de minderheden wijzigen zich in de zin van inwendige zending. De natuurwetenschap, de psychologie, de filosofie en de sociale verschillen komen op de achtergrond, straks ook de politieke. Om de kerk te redden. Niet de kerk, maar de zielen voor het leven te behouden en niet te verliezen. Modernisme wordt bier omgekeerd. Barth en de Duitse christenen.19 De minderheden lossen de kerk op, als ze niet actief en passief in de ware lijn der kerk komen: de belijdenis. Niet een mozaïek maar in de geloofsdimensie. Daarin liggen de charismata. De verscheidenheden. De ene gave en geest reikt verder uit het platte vlak der wereld in de ruimte der belijdenis dan de andere. Maar allen belijden wat ze niet weten, maar geloven. Zo ook psychologisch, sociaal, politiek. In verband met deze beide instellingen: bredere classis en algemene synode: de huisgemeente. Maar dan ook meer kerkelijke regeling van de tucht. De regeling daarvan in het presbyteriale systeem is, in verband met het achterop staan van de zending, van de leken, van charismata, te politiek, niet kerkelijk genoeg. In de geloofsruimte, de kerk, moeten andere factoren meespreken dan die in een gewoon proces optreden!

Onderzoek en eindstemming.

Het moet een onderzoek zijn naar het charisma, naar het lekenwaarheidsgehalte (niet het wetenschappelijke, natuurkundige, psychologische, filosofische, sociale, politieke, maar naar het leken-geloofsgehalte, naar het zendingsgehalte). ⚑Deze dingen komen aan de orde.

En ze komen er.
Wij staan vlak voor grote geestelijke stroomversnellingen.

Kerkherstel, Kerkopbouw zijn als strospiertjes, die daarin meegevoerd worden.

Wij kunnen 't rustig aanzien.20

Eindnoten

  1. 1

    De lezing is gehouden voor de afdeling Utrecht KO. op 30 november 1933. Zij reageert mede op de brochure van Haitjema, Werkelijkheidsbesef en reorganisatie, m.n. het Naschrift daarvan. Men zou deze lezing van N. kunnen noemen: De ruimte der kerk, of ook: De ruimte van het gebed. Zie p. 233. De lezing mondt uit in een aantal aantekeningen, die vanwege hun gehalte ondanks het soms ontbreken van duidelijke samenhang in de druk worden opgenomen.↩

  2. 2

    J. F. Beerens (1882-1949), hervormd predikant, o.a. te Utrecht, medeoprichter KO.: redacteur orgaan KO.; tegenstander ontwerp- 1938 (tucht!).↩

  3. 3

    Op 5.1.1932. Zie n. 34.2.↩

  4. 4

    De niet tot zinnen gevormde woorden zijn aldus te verstaan: Wij lezen over de gebeurtenissen in het Sportpaleis te Berlijn. In dit gebeuren werd de ergernis aan het kruis openbaar. Er is nog wel kerk op de wereld: overal daar waar de geloofsbeweging in Christus zich voltrekt. Die vinden wij niet bij de Duitse christenen. - Zie n. 26.8 sub f↩

  5. 5

    De betekenis van deze zin wordt duidelijk wanneer men hem aanvult als volgt: "kan ik ze niet vouwen, zo lang ze in het platte vlak blijven." Vgl. voor dit beeld nr. 43, p. 288, nr. 381, p. 250.↩

  6. 6

    Twee soorten amerikanisme: 1. social gospel. Beweging waaraan verbonden de naam van de Amerikaanse theoloog Walter Rauschenbusch (1861-1918), baptistenpredikant. Werkte in sociaal verwaarloosde buurt van New York. Schreef o.a. A Theology flor the Social Gospel, New York 1917. De zelfzucht der mensen moet en kan overwonnen worden door geloof in Christus, als de mens bij uitstek. Zo komt het koninkrijk Gods en overwint de liefde, uitgedrukt in sociale bewogenheid en actie. Reinhold Niebuhr bracht ontnuchtering in dit te hoog gespannen christen-socialisme. 2. pragmatisme. Zie voor deze invloedrijke psychologische richting N.'studie Het pragmatisme van William James, VW., dl. 1, p. 240-254.↩

  7. 7

    Term uit de leer van Marx: noodzakelijke fase als dieptepunt, waarna de totale ineenstorting van de huidige en de komst van de nieuwe klasseloze maatschappij.↩

  8. 8

    Zie n. 33.22.↩

  9. 9

    "Quid interesset inter praesumptionem et confessionem". Vgl. Augustinus' Confessiones met inleiding en vertaling door A. Sizoo, Delft 1939, III, 20, 26. De 'nederige belijdenis' der heilige schriften heeft voor Augustinus gezag verkregen boven de 'trotse aanmatiging' der gnosis en van Plato.↩

  10. 10

    Gunning spreekt over het geestelijk stelen ook wel onder de term anticipatie, bijv. in Lijden en heerlijkheid, Amsterdam 18752 p. 69. "De Christus Gods hangt daar naakt en uitgeschud aan het kruis ... Zo is dan al wat gij hebt en het leven zelf door u te vroeg genomen, gestolen, geanticipeerd." Vgl. ook Het kruis, de waarheid voor wetenschap en kerk, inaugurele oratie Amsterdam 1882, p. 12, en Verlagen wij onszelve niet, Nijmegen 1902, p. 40 noot.↩

  11. 11

    Zie Joh. 3 : 27.↩

  12. 12

    Frederick William Robertson (1816-1853), beroemd prediker, 'van Brighton', bracht redelijke en sociaal-politieke verantwoording van (anglicaans) geloof tegenover gevoelsvroomheid en conservatisme. J. H. Gunning jr. over hem: Een ridder in het leraarskleed, Stemmen voor waarheid en vrede, 1870, p. 1077-11 00. -'To hail the King': vindplaats onbekend. Vgl. Sermons, 4 dln., Leipzig 1861; Stopford A. Brooke, Robertson's life and letters, Londen 1872.↩

  13. 13

    "Wij loven U, o God", het 'Te Deum'. Liedboek der kerken nr. 399.↩

  14. 14

    Reactie op Haitjema's verwijt, zie n. 33.1 en n. 43.6.↩

  15. 15

    Vergaderingen door KO. voorgesteld, resp. in art. 52 en 68 (zie bijlage 2c).↩

  16. 16

    Zie ook nr. 30, p. 178, n. 43 i, j.↩

  17. 17

    Zie nr. 24.↩

  18. 18

    Zie bijlage 2c-↩

  19. 19

    Men leze: Het modernisme wordt hier omgekeerd, anders gericht. Vgl. Barth tegenover de Duitse christenen. neemt hun 'Anliegen' op in het belijden, zij het ook in de vorm van de bestrijding. Vgl. de Barmer Thesen.↩

  20. 20

    De notities aan het slot van dit manuscript z ijn uiteenlopend en brokkelig, desondanks samenhangend; reden waarom zij opgenomen zijn.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 34. Het reorganisatie-ontwerp van KerkopbouwInhoud35. Twee lezingen over Kerkopbouw – 2. Wat wil Kerkopbouw? →