De navolging van Christus
Lukas 9 : 57-62
Wij zien Jezus hier tussen de mensen. Het Evangelie oefent zijn aantrekkingskracht uit en anderzijds houdt de wereld hen vast. Vraag en antwoord gaan over en weer tussen Jezus en sommigen uit de schare. Wij merken op, als wij deze perikoop lezen, hoe sterk de beweging is, die Jezus' prediking in de harten opwekt. Maar ook, hoezeer andere machten daarop reeds beslag gelegd hebben. Wie zal het winnen?
Het antwoord dat daarop gegeven wordt beslist over leven en dood. Wie Jezus vol't zal leven; wie achterblijft is ten dode opgeschreven. Niemand kan die indruk weren, als hij Jezus' uitspraken over de navolging leest. ⚑Alleen wanneer deze beslissende betekenis heeft voor tijd en eeuwigheid, kunnen wij begrijpen dat de Heer in zijn tweede antwoord de volger afraadt naar de begrafenis van z'n vader te gaan. Het nalaten van deze daad van kinderlijke piëteit en dankbaarheid is alleen te plaatsen in een ogenblik, waarop de Vader in de hemelen alle dingen nieuw maakt.
Zo ook het woord tot de eerste volger. Wie met achterlating van dak en hoofdkussen een heenkomen zoekt, is gelijk aan Lot, die een ondergaande wereld ontvlucht. En wie daarbij achterblijft, is gelijk aan de vrouw van Lot, waaraan Jezus zelf op een andere plaats herinnert. - Hetzelfde horen we ook uit Jezus' laatste woord van de omziende ploeger.
Wat betekent nu de navolging van Christus? Uit het bovenstaande volgt reeds dat wij daarbij niet mogen denken aan enkele verbeteringen in ons levensgedrag, die wij op raad van Jezus daarin aanbrengen. Zulke veranderingen mogen op zichzelf goed zijn, een navolging van Christus mogen ze niet heten. Overal in het Evangelie heeft de navolging een veel geweldiger, veel meer beslissende betekenis. Het is ook wel wat hoogmoedig om, bij het doen van een paar stappen vooruit, dadelijk te denken, dat men vlak achter Christus is.
Ook moeten wij er ons voor wachten het Evangelie in twee stukken te delen, waarbij dan in het eerste de bergrede en in het tweede het kruis het hoogtepunt zou zijn. En toch gebeurt dat vaak. Men hoort zelfs spreken van twee soorten van christenen, waarvan sommigen verklaren het met de bergrede te houden en anderen met het kruis. Soms maakt men dan van de eerste helft een evangelie van de navolging en van de tweede een evangelie van het geloof.
Dat is een groot misverstand. Wie zou durven verklaren, dat hij de Christus van de bergrede dichter is genaderd dan de Gekruisigde? Wie dat wil volhouden moet Jezus' prediking in die rede eerst beroven van haar bovenaards karakter en de teksten klaarmaken voor huiselijk gebruik. Tenslotte houdt men dan een 'ander evangelie' over. De kruisbalk ligt echter dwars door de gehele bergrede heen. Ook Jezus' woorden tot de drie volgers kunnen we gerust kruiswoorden noemen.
Wanneer wij de navolging van Christus willen leren, dan moeten wij het Evangelie in z'n geheel laten. Wanneer we eerlijk willen zijn dan moeten wij toegeven dat, wat Jezus hier tot deze mensen zegt, onze ergernis gaande maakt. Vooral dat woord over de begrafenis kunnen we slecht plaatsen. Zulke ongedeelde aanspraken van God op ons leven brengen ons in opstand tegen het Evangelie. Wij komen er door in de war met onze dagelijkse moraal. De ergernis dezer navolging is even groot als de ergernis des kruises, waarover Paulus zo dikwijls spreekt. Ja, zij is dezelfde. Er is maar één Evangelie. ⚑Wanneer het met de navolging zo gesteld is, dan is daarvan niet veel overgebleven. Onze perikoop is heel leerzaam in dat opzicht. Wij begrijpen er uit hoe het kwam dat Jezus op Golgotha zo verlaten was, dat alleen één mens, en nog wel een moordenaar, dicht genoeg achter Hem was om tegelijk met Hem de poort van het paradijs binnen te gaan. Had niet zelfs de voorste volger, Petrus, Hem kort te voren verloochend?
Het verhaal van de moordenaar aan het kruis slaat elke platte opvatting van de navolging van Christus neder. Hij is de man, die hetzelfde hoofdkussen gehad heeft als Jezus en wiens doodspeluw even hard is gespreid geweest. Hij zag niet achterom, maar vooruit naar het paradijs. Hij had er geen moeite mee de doden hun doden te laten begraven op de hoofdschedelplaats en Jezus terstond te volgen.
Deze toepassing van Jezus' woorden is aanstotelijk. Voor ons, voor iedereen, zolang de ergernis des kruises ons in de weg zit. Paulus ziet in de navolging niets minder dan het gelijkvormig worden aan Christus' kruis. Met Hem sterven en met Hem opstaan. Dat deed de moordenaar.
Hoeveel fatsoenlijke mensen doen dat hem na?