Zaligspreking
Mattheüs 5 : 3-9
De zaligsprekingen van Jezus klinken als een koninklijke proclamatie; als een aankondiging van een nieuwe eeuw. Zoals de Tien geboden telkens het 'Gij zult niet' herhalen en de profeet Jesaja in het vijfde hoofdstuk van zijn profetieën het 'Wee u, dat later door Jezus nog eens is herhaald, zo hier het zevenmaal 'Zalig'. Hier klinkt de eigen toon van het Evangelie.
Wij kunnen gerust zeggen, dat de wereld van de Tien geboden en van de boetpredikatie van Jesaja een beter begrip heeft dan van de zaligsprekingen. Er zal wel niemand zijn, die de wet van Mozes volbracht heeft, maar wij hebben toch de gedachte, dat wij er aan begonnen zijn. In elk geval meent ieder te begrijpen, wat er mee bedoeld is. Ook de boetprediking wil er wel in en terecht heeft een bekend schrijver gezegd, dat boetprediken het allergoedkoopst is en het gemakkelijkst te doen.26 Maar wat deze zaligsprekingen betekenen, verstaan we nog heel weinig. Zij zijn zo weinig moeilijk dat ze ons in de war brengen door haar eenvoud.
Men kan niet zeggen, dat Jezus hier een gewone zedeleer geeft, want dan zouden we het zo moeten begrijpen, dat Hij de mensen aanraadt om arm van geest te worden en te gaan treuren en langs die weg de zaligheid te zoeken. Dat kan de bedoeling niet zijn. Het zijn veel meer troostwoorden, Evangelie-woorden. Zoals Jezus in zijn eerste prediking te Nazareth de blinden het gezicht belooft, de doven het gehoor, de kreupelen het wandelen, de doden het leven en de armen het Evangelie, zo spreidt ook hier de Koning van het Godsrijk zijn gaven uit voor de armen. De zaligsprekingen zijn de vervulling van Jezus' belofte, te Nazareth gedaan, dat de armen het Evangelie zal worden verkondigd.
Wat dat betekent verstaan wij nog heel weinig. Want het Evangelie keert de wereld om. Zodra we het helemaal verstaan, is deze wereld voorbijgegaan en de toekomende eeuw is daar. Wanneer gevraagd wordt of iemand zalig wil worden, dan antwoordt ieder bevestigend. Hij probeert het ook te worden, zo niet in het leven, dan op het allerlaatst, op het sterfbed. Maar zalig te wezen, door het geloof in Jezus' woord, dat is iets anders. Dat geloof overwint de wereld; keert de wereld om. Dan is de arme zalig, de treurige blijde en de verdrukte, de zachtmoedige bezitter der wereld.
Gelukkig zijn, dat willen wij wel. Maar zalig zijn, dat staat te bezien. Geluk en zaligheid staan vlak tegen elkaar over. De rijke is gelukkig; de arme spreekt Jezus zalig. De blijde is gelukkig; de treurige zalig.
De bergrede komt en keert de wereld van ons huiselijk en maatschappelijk geluk en van ons persoonlijk leven, onze ere, om. Zij eist van ons, dat wij de regels van de huishoudelijkheid zullen ter zijde stellen en dat, wie twee rokken heeft, er één geve, aan wie er geen heeft. Zij tast onze persoonlijkheid, onze eer aan en vraagt dat wij ons na de rechter- ook op de linkerwang zullen laten slaan. Wie dat doet, wie barmhartig is en zachtmoedig, die is zalig. Maar die is tegelijk arm en treurig. Hier is nog een andere barmhartigheid en zachtmoedigheid bedoeld dan die, welke in onze gematigde christelijke zeden daarvoor geldt. De bergrede weet niet van het maken van, afspraakjes met de hemel'.
Precies op de grens tussen geluk en zaligheid staat het kruis. Het kruis staat midden in de bergrede en niet alleen op 't eind van de evangeliën. Alleen wat onder het kruis is doorgegaan verduurt de eeuwigheid. Wie zijn leven zal willen behouden zal het verliezen. Wanneer het mogelijk was de mensen op aarde gelukkig te maken, was de zaligheid voorgoed verloren.
Wie zal dan zalig worden? mogen wij wel uitroepen met Jezus' discipelen. Jezus geeft het antwoord: Wat onmogelijk is bij de mensen is mogelijk bij God. De zaligsprekingen doen ons gevoelen de onmogelijkheid bij de mensen. Zij bevatten geen menselijke, maar goddelijke zedeleer. Zodra zij toegepast worden, gaat deze wereld voorbij. Dan overwint het geloof de wereld. Het oude is voorbijgegaan, ziet het is alles nieuw geworden.
Van deze twee worden wij gedrongen: het geluk en de zaligheid. Wij leven op de grenzen van twee werelden. Dat maakt iedere eeuw, ook onze eeuw geweldig en gewichtig. Dat maakt elk mensenleven betekenisvol. Onmogelijk bij de mensen en mogelijk bij God. Zo zien wij de wereld van het geluk haar golven opwerpen om de hemel te bereiken en steeds machteloos terugzinken. En over die wereld gaat het koninklijk woord der zaligheid uit Jezus' mond uit.
Tussen beiden staat het teken des kruises. En in dat teken moeten wij overwinnen.