O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Amos 3 : 7Suameer (1910-1923)Mattheüs 7 : 21-23 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Suameer (1910-1923) · p. 113–115

Micha 6: 9b

Hoort de roede en wie ze besteld heeft!

Micha 6: 9b

Het is vandaag een jaar geleden dat de oorlog die we beleven een aanvang nam. De kroniek van de oorlog luidt: 1 augustus: algemene mobilisatie in Duitsland. Duitsland verklaart Rusland de oorlog. Algemene mobilisatie in Frankrijk en België. Duitse troepen bezetten Luxemburg. Duitsland stelt een ultimatum aan België. 1 augustus is dus de datum waarop deze ontzettende oorlog, waaronder ons werelddeel nu al een jaar gebukt gaat, een aanvang nam. In de nacht van zaterdag op zondag het vorige jaar werd deze geselroede losgelaten over Europa. En we herinneren ons zeker allen als de dag van gisteren de verwarde zondag, dat we hier verleden jaar samen waren en ieder onder de indruk van de gebeurlijkheden verkeerde. Die zondag kwamen de gemeenten in Duitsland wenende bijeen. En in de onzekerheid onze gemeenten in grote bezorgdheid.

En sedert is een jaar verstreken. De ene gebeurtenis volgde op de andere. Vers liggen in ons geheugen: de aanval op Luik, de verwoesting van Leuven, de worsteling in Noord-Frankrijk aan de Marne, waar de kans scheen te keren, de vastzetting van de krijg aan de Aisne. We denken nog met ontzetting aan de val van Antwerpen; de uittocht der bevolking, waarvan de uiterste scharen tot hier doortrokken, en nog onder ons verblijven. Wij herinneren ons de dood van Yperen, het grote kerkhof van zovelen, toen de Duitse legers wilden doorbreken naar de kust.

Nog heugt ons een andere zondag, toen de diepe basstem van het geschut tot hier doordrong en over de wateren tot diep in het land werd gehoord. En uit het verre oosten van ons werelddeel hoorden we van de verwoesting van Oost-Pruisen, de slag van de Mazurische meren, de verovering van Galicië, de bestonning van de Karpaten, toen in mei de nederlaag van de Russische legers, de doorgaande voorspoed der Russische wapens, zodat de ene linie na de andere moest ontruimd; misschien wel op deze eerste augustus gevolgd door de bezetting van Warschau.

Wat zullen we met al deze dingen doen in het bedehuis? Wat zou God van al deze dingen denken? Wat zou Hij doen? Met wie houdt Hij het? Wie steunt Hij, wie staat Hij tegen? Is Hij met de sterkste of de zwakste? Heeft Hij z'n hand erin of toomt Hij erover? - Dit zijn alle vragen die wij doen kunnen, en tegelijk merken wij hoe vreemde vragen het zijn. Ze passen zo slecht in een bedehuis, in een huis des vredes en des gebeds.

En toch kunnen we met het Evangelie ook niet in een schuilhoek gaan zitten, en doen alsof we niets merken van wat rondom ons gebeurt. Zullen we spreken over de oorlogen van Gideon en Simson en Saul en David en Achab en Josafat? Zullen we 't hebben over Nebukadnezar en Tiglat-Pilézer en gaat ons alleen de oorlog die we beleven niet aan? Zullen we trachten de lessen te vinden die in de oude geschiedbladzijden verscholen liggen, en gaan ons de lessen die in de geschiedenis van onze tijd besloten liggen niet aan? Vindt ge dat we onder de indruk moeten komen van de val van Samaria, Jeruzalem, Damascus, Kalno, Karkemis (vgl. Jes. 10 : 9), en niet van Luik, Antwerpen of Warschau? Is er misschien een last van Egypte, van Babel, van Assur, maar niet van Rusland, Duitsland of Engeland? Is er geen profetische geest meer na de uitstorting van de Heilige Geest? Is het toen opgehouden? Zonderling!

Wat heeft dit jaar ons te zeggen gehad? Eén ding is zeker: het oorlogsjaar is een roede geweest voor de volkeren. Hoort de roede en wie ze besteld heeft! Van de rouw, de pijn, de ellende, de verschrikkingen horen we niet het tienduizendste deel; het blijft meest verborgen. De gruwelen die er worden gepleegd, daarover is geen zekerheid. De verliezen, ze staan als droge getallen voor ons. De Pruisische meer dan 1.600.000. Wat dat inheeft, wie zal het beschrijven? Voor de oorlog zeiden de Duitse moeders die trots waren op hun zoon: Ja, maar als de oorlog komt... Nu is die gekomen. En ze liggen als schoven op het veld, een saamgebonden oogst, gemaaid door de zeis des doods.

De oorlog heeft ons de onzekerheid des levens doen gevoelen. Soms schijnt ons ook de waarde van dit aardse leven verminderd. Wanneer zo bij hopen de mensen worden weggemaaid, wie heeft dan waarde? Geen verstand, geen genie, geen kunstvaardigheid betekent iets voor het kanon. - Het leven van een mens: heeft het waarde? Zit er een ziel in het lichaam en wordt daarmee gerekend? Ons gevoel van de waarde van het leven is geschokt. En wanneer dit bij ons het geval soms is, wat moet het zijn voor degenen, die een winter of zomer in de loopgraven hebben doorgebracht als in een hel? Wat denken ze van God, van Christus, van het eeuwige leven, van de opstanding? Welke godsdienst, welk geloof zal daar overblijven? Het zal toch invloed hebben?

Hoort de roede en wie ze besteld heeft! Denkt aan al de weduwen en troosteloze moeders over de gehele wereld! Een nevel van tranen is 't, waardoor in dit jaar God gezien wordt. Ziet zijn aangezicht er nog vriendelijk uit? We kunnen dat zo gemakkelijk opzeggen: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde, enzovoort. Maar hoe zullen de geloofsartikelen der christenheid de vuurproef moeten doorstaan!

Misschien zegt iemand: Ik heb van al deze dingen weinig gemerkt en generlei last. Mij gaat Rusland of Frankrijk of Engeland niet aan. Alles bleef voor mij 't zelfde. Ik denk nu aan de huisgezinnen. waaruit de vader of de zoon werd weggeroepen. Zij merkten wel dat alles niet 't zelfde was. En verder, wie een christen is, leeft mee met wat God doet. En wie geheel onaandoenlijk is, is dood en leeft niet.

Amos was een koeherder uit het zuiden van Juda, en hem ook grepen de wereldgebeurtenissen aan, ook toen Juda er nog buiten was. Iedereen kan het zien of anders gevoelen, dat ook ons vaderland deelt in het lot der volkeren en dat op de slagvelden van 1914 en 1915 over het lot en de toekomst van geheel Europa wordt beslist. Wat gaat er nu door het gemoed van de leden der christelijke gemeente in deze dagen? Hoe wordt daar de roede gevoeld, en hoe stelt men zich er tegenover? Spreken we daarover.

In het begin van de oorlog was er een indruk, die op de straten kon worden gemerkt. Het was ineens stil geworden. Men vreesde. Ook voor eigen lijf en goed, voor eigen goed en bloed. Sedert is van de onrust veel geweken. Vollere kerken werden weer lediger, en ontruste gemoederen weer gerust. Mocht de burgerstand een moeilijke tijd hebben, het landbouwbedrijf beleefde ongekende winsten. In menig gezin en gemoed zal deze onverwachte voorspoed de ernstere roepstemmen wel verre overstemd hebben. Laat ieder die aan dit gevaar blootstaat bedenken dat wij christenen moeten zijn. Dat wil zeggen: geen dienaren van de Mammon, maar dienaren van Christus. Wat wil dat zeggen? In de Middeneeuwen zeiden sommigen: armoede. Hoe het antwoord ook valle, toch nooit: gierigheid. Laat gierigheid u in haar strik niet vangen (vgl. 1 Tim. 6: 9 v.). Laat dit oorlogsjaar juist de nood der mensheid, het vergankelijke van het aardse, de kortstondigheid des levens in ons hart schrijven. Laat het materialisme erdoor gebroken worden.

Hoort de roede en wie ze besteld heeft! Het zondige leven is een taai ding. Hoe zal het ooit verbroken worden? Bij de mensen onmogelijk maar bij God zijn alle dingen mogelijk (Mt. 19 : 26). Langs wegen die wij niet kennen. Dat we er nog veel van zien!

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Amos 3 : 7Suameer (1910-1923)Mattheüs 7 : 21-23 →