O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Lukas 22 : 39-46Suameer (1910-1923)Johannes 20 : 19-22 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Suameer (1910-1923) · p. 137–140

Johannes 16 : 7

Ik zeg u de waarheid: het is u nut dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik henenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.

Johannes 16 : 7

Scheiden valt moeilijk, wanneer mensen elkander liefhebben. Scheiden doet wee. Ook Jezus, die met z'n jongeren heeft omgegaan, heeft moeite van deze aarde weg te komen. Mogen wij dat wel zeggen en op die wijze verklaren, dat Jezus nog veertig dagen gebleven is en toen pas ten hemel is gevaren? Misschien zegt iemand: Het was het getal veertig dat eerst vol moest, evenals bij Elia en Mozes. Of er was een besluit Gods. Ik kan echter niet inzien dat we aan zulk een verklaring veel hebben. Het gaat toch in het koninkrijk Gods niet om kunstjes met getallen. Veel heerlijker is het, wanneer wij mogen denken dat Jezus, gehecht aan z'n discipelen, moeite had heen te gaan. Zouden we in het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde niet dán de eenvoudigste verklaring gevonden hebben, wanneer we aan de liefde van Christus tot z'n discipelen hebben gedacht?

Onze tekstwoorden zijn genomen uit de tijd van voor Jezus' lijden en opstanding. Maar ze passen geheel op de tijd, waarin Jezus van tijd tot tijd aan z'n discipelen verschijnt. Jezus troost hen op de tijd, dat Hij er niet meer zal zijn, en bereidt hen voor op z'n heengaan.

Iets overgevoeligs is er in Jezus' woorden niet; trouwens in 't hele Evangelie niet. Slechts eenmaal lezen we dat Jezus weende (Joh. 11 : 35). De evangeliën en de brieven des Nieuwen Testaments zijn krachtige kost. De geest is sterk. Het vlees is zwak (vgl. Mt. 26 : 41), en zwakheid is niet mooi. Maar kracht is een sieraad (Spr. 20 : 29), ook geestelijk. Ook deze woorden van Jezus zijn sterk. Ik zeg u de waarheid: het is u nut dat Ik wegga. Hier is iemand aan 't woord, die zeker is van z'n zaak. Ik zeg u de waarheid: het is u nut dat Ik wegga.

Soms kan een sterfbed meer de kracht dan de zwakheid des levens vertolken. Misschien hebt ge wel eens gehoord van het sterfbed van Calvijn of Schleiermacher. Maar hoe geheel anders is toch dit heengaan van Jezus, die met de dood heeft afgerekend. Voor Jezus staat alles in verband met het Godsrijk. Persoonlijke gevoeligheden moeten daarbij terzijde staan. Zij mogen niet in aanmerking komen. Kracht spreekt uit deze woorden.

De zwakkelijke overgevoeligheid is soms een van de vijanden van het koninkrijk Gods. Ik ken mensen die, wanneer de dood in hun huis binnen is gekomen, zich verder buiten de gemeente stellen. Alles staat onder het gezichtspunt van hun persoonlijke gevoeligheid, tenminste wanneer het geen voorwendsel is, dus in het beste geval. Er zijn mensen die bang zijn voor de graven hunner overledenen, die verre blijven van de akker waar hun doden rusten, in plaats dat ze daaruit putten de hoop des eeuwigen levens. Met opzet hebben onze christelijke voorvaderen de doden in en om de kerk begraven. Er bleef een band tussen de strijdende en de triomferende kerk. De levenden dachten eraan, dat ze een wolk van getuigen rondom zich hebben liggende (Hebr. 12: 1). Dat verlevendigde hun hoop. Dat is beter.

In onze dagen maken mensen van de koninkrijken der aarde beschaamd degenen, die voor het koninkrijk Gods behoorden te zijn. Menig huisvader, echtgenoot, zoon en broeder zegt het in deze dagen: Het is u nut dat ik heenga. Het is beter voor het vaderland en daarom ook voor u. Heeft de gemeente van Christus begrip van deze dingen; hoe zij sterk moet zijn en niet zwak?

Jezus wil het de zijnen doen zien, dat ze zich te schikken hebben naar de tijden en gelegenheden van het koninkrijk Gods (Hand. 1 : 7). Hun genoegen, hun rust, hun gevoeligheid moet daarbij achterstaan. Met gevoeligheid alleen, en dat mogen we wel eens horen, is het koninkrijk Gods nog niet gebaat, maar met bereidheid, met zelfverloochening, met kracht.

Jezus gaat dus vrijwillig heen. Waarheen? Het koninkrijk Gods heeft twee schouwplaatsen en werkplaatsen. Voor de ene helft ligt het hier, maar het heeft z'n andere zijde. De belangen van deze wereld van familie, vriendschapsbanden, van land, volk of maatschappij, zijn niet de enige. Het recht en de gerechtigheid, de ere Gods, de goedertierenheid en de barmhartigheid, de hemelse goederen leggen beslag op ons. Daarom zegt Jezus: Het is u nut dat Ik wegga. Voor het koninkrijk Gods is het beter. Daarvoor moet de persoonlijke betrekking wijken.

Het kan soms moeilijk zijn voor deze eisen te buigen. Toch moet het. Een Romeins staatsman deed z'n eigen zoon ter dood brengen, zeggende dat anders het recht schade zou lijden. Hoeveel moet het hem gekost hebben. Hoe Jezus geleden heeft in Gethsemané, weten wij.

De discipelen van Jezus offerden hun familieleven op. Gelooft ge dat dit zonder moeite geschiedde? Zwaar is de strijd, wanneer aardse banden verbroken moeten worden om de eisen van het koninkrijk Gods. Wie het niet kan, zegt Jezus, is onbekwaam tot het koninkrijk Gods; wie niet haat vader en moeder, broeder, zuster, om mijnentwil (vgl. Lk. 14 : 26). Wie de hand aan de ploeg slaat, moet niet omzien (Lk. 9 : 62).

Ik stel mij voor dat in deze strijd menigeen bezwijkt en bezweken is. Het is de hardste proef; die van Abraham, toen God hem vroeg z'n zoon te offeren; de zwaarste uit een oudtestamentisch oogpunt. De nieuwtestamentische is het opgeven van de eigen gedachten van roeping. Wie een christen wil zijn, moet zich telkens afvragen wat vooraan staat in z'n leven. Daarvoor is het nut dat aardse banden verbroken worden, opdat ze plaats kunnen maken voor de koorden, de zelen, de touwen van Gods Geest. Mensen kunnen elkaar in de weg staan. Dan kan de Geest niet komen, de rechte Trooster, die alleen maken kan van ons wat worden moet.

Daartoe gaat Jezus zelfs ter zijde. Dat is tenslotte ook de stervensmoed en de stervensgenade, dat de trekking des eeuwigen levens sterker is dan de banden dezer wereld. Jezus' werk is een voorbereidend werk geweest. En dit voorbereidende werk wordt nu beëindigd. Er zijn dingen die niet altijd kunnen duren, en zo ook het onder voogdij staan, het discipel wezen. Tenslotte komt de tijd voor zelfstandigheid.

Er is ook in Jezus' lichaam een beperking van zijn kracht en invloed. De rechte Trooster is de Geest. Iets daarvan is ook bij onze afgestorvenen het geval. Wij zien ze beter op een afstand. Maar meer nog Jezus. In welk een licht is Jezus komen te staan, toen Hij van de aarde weggenomen werd. Bij z'n omwandeling was z'n heerlijkheid wel te zien, maar als een verborgenheid. Maar hoe is Jezus beginnende verheerlijkt te worden voor z'n discipelen, sedert de nacht van het graf op Hem daalde. Als Verlosser, Vriend en Hoop en Lust.

De christelijke kerk heeft eeuwenlang gedacht om Jezus te beschrijven. In hoevele levens is toen Christus het leidend beginsel geworden door zijn Heilige Geest. Nog altijd zijn de evangeliën onder de aandacht der wereld. En nog steeds is het 'Wat dunkt u van de Christus?' een brandende vraag (Mt. 22 : 42). En zo mogen we 'Het is u nut dat Ik wegga' ook verklaren.

Men zal zeggen: Anders kan de Trooster niet komen. Maar staan die twee elkaar dan in de weg? Waarom kan de Trooster niet komen? Laten we dan een antwoord zoeken, zo eenvoudig mogelijk. Omdat Jezus hier in deze wereld in het vlees gekomen is. En het vlees staat de Geest in de weg. Daarom moet Hij weggaan. Tenslotte is er geen verlies, maar winst. Abraham, die z'n zoon geeft bij gelijkenis, ontvangt hem terug. De discipel, die Jezus loslaat, ontvangt Hem naar de Geest terug. Straks, als ze van Jezus getuigen, blijkt het dat ze Hem recht kennen. Dit woord staat midden in de christelijke levenservaring. Het is een sleutel ertoe. Wat u ontnomen wordt, ontvangt ge weder, honderdvoudig (vgl. Mk. 10 : 29 v.). De vruchtbaarste akker is 't Koninkrijk.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Lukas 22 : 39-46Suameer (1910-1923)Johannes 20 : 19-22 →