O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Handelingen 16: 9 en 10Suameer (1910-1923)Handelingen 28 : 15 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Suameer (1910-1923) · p. 150–152

Handelingen 16: 14b

Welker hart de Here heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.

Handelingen 16: 14b

Lydia, de purperverkoopster is een zeer bekende vrouw, en haar bekering een zeer bekende preekstof. Maar het is dan ook een aantrekkelijk onderwerp: een hart dat door de Here geopend wordt, dat acht neemt op het Woord Gods. Is er aantrekkelijker onderwerp? En wanneer we dan bovendien er nog aan denken, dat het de eerste zuster in Europa geweest is, die tot Christus kwam, dan is onze belangstelling wel recht wakker gemaakt.

Wij zetten eerst dit verhaal even in het verband van Lukas' verhaal. Paulus was op z'n reizen door Klein-Azië naar 't westen gedrongen, door de Heilige Geest. Hoe Paulus dat merkte weten we niet, maar - niet ieder leeft ook zo door de Heilige Geest, en wie het in die mate deed als Paulus, zou er misschien meer van weten. Naar 't westen reizende, komt Paulus te Troas. Daar heeft hij een nachtgezicht. Welk een leiding!

Paulus steekt per schip naar Europa over, door diezelfde wateren waar thans de grote Engelse en Franse oorlogsschepen voor de Dardanellen kruisten. Daar stak toen de grote heidenapostel met een scheepje over naar Europa. De eerste grote stad waar hij kwam, was Filippi. Filippi was een grote handelsstad. Hier gaat de apostel op de sabbat met een gezelschap Joden naar een rivier buiten de stad, om godsdienstoefening te houden. Hij, als een Jood met de Joden, wordt uitgenodigd om een woord te spreken. En dan verkondigt de apostel het Evangelie van Jezus Christus: de eerste preek in Europa gehouden, daar achter Bulgarije en Servië, waar de Balkanoorlog plaatshad. Daar werd de eerste preek in Europa gehouden.

Onder de Joden was de oogst nooit groot. Maar die morgen was er een vrouw. Ze zal wel geen echte Jodin geweest zijn. Ze was een koopvrouw. Ze diende God, als Cornelius, als de hoofdman van Kapernaüm. Maar, zegt ge, dan behoefde ze niet meer bekeerd te worden! Hier ligt een ernstige aanwijzing der Heilige Schrift! 'Die God diende.' Sommigen menen dat geen voorbereiding nodig is. Zomaar, als een brandhout uit het vuur. Ze vinden 't eigenlijk veiliger om maar niets te doen aan dat voorbereidend werk; en bij zichzelf, en bij hun kinderen, en bij anderen. Als 't erin ligt, menen ze, dan komt 't er wel uit, en anders helpt het toch niets. En bij henzelf: als ze uitverkoren zijn, of: zo 't de Here behaagt!

Hier zien we een vrouw, die de Heer dient. En toch is ze er nog niet! Maar haar wil en genegenheden zijn gericht op de Here. Hier is een ernstige wenk, ook naar de andere zijde. Anderen zouden dit genoeg vinden: die God diende. Maar wat wil men nog meer? Een beste, brave vrouw, die haar werk getrouw verrichtte en des zondags in de kerk kwam. Niet onverschillig, niet traag, en toch nog niet genoeg. Dat zouden anderen zich weer niet kunnen begrijpen. En toch staat het er, dat ze God diende, en dat toen ze Paulus hoorde, de Here haar hart opende, dat ze acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd. Lydia is toen wel een geheel andere vrouw geworden.

Hoe denkt gij er nu over? Is het onnut om de Here te dienen, of is het genoeg z'n best te doen? Ieder die eerlijk klein is geworden onder Gods Woord, begrijpt deze dingen wel. Voor deze behoef ik het niet uit te leggen. Die weet wel dat een leven in de wereld niet de beste voorbereiding is, maar ook dat het braafste leven nog geen leven met God is.

Opening van het hart. Welk een heerlijk bijbelwoord. Als het hart opengaat, dat is als een bloem, die zich ontsluit. Een gesloten hart - een geopend hart. Een absolute opening van het hart. Wie dat niet beleeft, diens hart blijft gesloten. De opening voor Christus. Als zijn genade begint in te stralen, als de banden van de dood worden geslaakt, als de dode werken ophouden, als de knechtelijke zin wijkt, als het gebed levend wordt, als de vrees wijkt.

Zoiets is onder de prediking van Paulus met Lydia gebeurd. Zeker, ze had de Here gediend, maar niet met blijdschap. Ze had in God geloofd, maar niet met vertrouwen. Zo neemt Christus bezit van het hart, als Hij, als de Zon der gerechtigheid het ontsluit (Mal. 4 : 2).

De Here opende Lydia's hart. Wij noemen dat de bekering. Ze was voorbereid, maar ze moet toch volgen. De grote omwending of doorbreking op de weg. Ze moet komen, meer geleidelijk of plotseling. Maar de helderheid moet komen. De bewustwording moet er komen. De tegenstelling tussen licht en duisternis. De nevelen moeten opklaren. Het moet dag worden in het leven. Dat is met Lydia gebeurd onder Paulus' preek, de eerste preek in Europa. Dat behoeft niet steeds op enenmaal te geschieden. Maar dag moet het worden. Het onderscheid tussen licht en duisternis moet gekend. Gij moet weten dat uw Verlosser leeft. De opening des harten.

Wordt de mens nog bekeerd? Het is een ijdele vraag, gemakkelijk hoofdschuddend te beantwoorden... Wel staat het geestelijk getijde niet hoog. Wie is bekommerd over z'n zonde? Wie onderscheidt zich? Wie zondert zich af van de wereld? Wie heeft het liefdewerk lief? Er wordt veel gesproken over ongeloof en modern heidendom, maar men mag wel vragen: Waar zijn de gelovigen en de christenen? Tijden van grote afval. De bekering moet van het huis Gods beginnen.

"Zo gij zijn stem dan heden hoort, gelooft zijn heil- en troostrijk woord."

Een geopend hart - door de prediking, en tegelijk Gods werk - daar gaat Christus in en uit. Het staat open voor de eeuwige dingen, niet alleen voor de tijdelijke. Het staat open voor anderen. Waarachtige bekering is de grootste weldaad. Geeft God de ere. Bevrijdt de ziel.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Handelingen 16: 9 en 10Suameer (1910-1923)Handelingen 28 : 15 →