O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Psychologie en EvangelieInhoudPredestinatie →

Verzamelde Werken, deel 2 · p. 119–122

Repos ailleurs1

Het was, meen ik, Marnix van Sint Aldegonde, die deze woorden tot zijn lijfspreuk had gekozen.2 soms betrap ik mij er op, dat mij, door het rumoer van twee wereldoorlogen, sommige bijzonderheden uit de Tachtigjarige oorlog minder helder voor de geest zijn gaan staan. Maar de toeëigening van mijn titel aan de schrijver van De Bijenkorf der H. Roomscher Kercke waag ik er toch nog op. In zijn Latijnse kortheid is het een prachtig devies, niet alleen onder het wapen van de dichter van het Wilhelmus, maar ook van de hele Reformatie. Deze stelt de rust als doelwit iets verder weg dan de roomse kerk. Zij neemt de rust als zieleheil niet zelf ter uitdeling, maar laat ze in Gods handen. Voor ons ligt daarin een verzoeking en er zijn sommigen, die daarvoor bezwijken, door haar weer naderbij te gaan zoeken.

Het overblijfsel

Er staat in de bijbel een hoofdstuk, dat helemaal aan die rust is gewijd, nl. Hebreeën 4. Daar wordt gesproken van een overblijven der rust (vers 9), op dezelfde wijze als er bij Israëls oude profeten telkens sprake is van een overblijfsel van Israël (Jer. 31 : 7 en elders). Het is een eschatologisch begrip, waarmee een rest wordt aangeduid, die telkens door de wereldgebeurtenissen wordt uitgepeld; een zaad dat de dagen verlengt (Jes. 53 : 10). Het wandelt met God door de eeuwen en is onvergankelijk, omdat het geboren wordt uit het levende en eeuwig blijvende Woord Gods (1 Petrus 1 : 23). Het verschijnt en verdwijnt, het verdwijnt en verschijnt telkens weer; vaak op het alleronverwachtst. Het is er na de schepping, als Eva, bij de geboorte van Kaïn zegt: ik heb een man van de Heer verkregen (Gen. 4 : 1). Als deze man door manslag zijn toekomst vergooit, wordt Seth geboren, en Eva zegt: God heeft mij een ander zaad gezet (Gen. 4 : 25 St. V.). Wanneer dan de mensen op de aardbodem beginnen te vermenigvuldigen, moet God hun de dagen verkorten, in plaats van ze te verlengen (Gen. 6 : 3), en tenslotte berouwde het de Here, dat Hij de mens op aarde gemaakt had (vs. 6). Doch er is een overblijfsel. Noach en zijn 'achtster'.3 Als hun nakomelingschap op een Babel uitloopt, roept God Abraham uit die verwarring en de rest is er weer. En zo gaat het de hele bijbel door. De Israëlieten trekken uit Egypte door de woestijn; maar slechts een overblijfsel komt in het beloofde land. De Joden gaan later in ballingschap, en toch keert weer een overblijfsel naar Jeruzalem terug. Zij verwerpen straks de Messias, als Hij komt, maar Paulus kan toch zeggen, met het oog op de christelijke gemeente: alzo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel geworden naar de verkiezing der genade (Rom. 11 : 5).

Ik heb deze lijn van het 'overblijfsel', zoals die door de bijbel loopt, even getekend, omdat wij dan pas kunnen verstaan, wat de schrijver van de Brief aan de Hebreeën bedoelt, als hij zegt, dat er een rust overblijft voor het volk Gods. Ook hier verschuiven de perspectieven telkens, zoals in dat hoofdstuk wordt aangewezen. God rustte reeds, toen Hij de wereld geschapen had. Maar Psalm 95 : 11 kent een andere rust: die, waarvan de Israëlieten werden uitgesloten, die niet in Kanaän mochten komen. Maar die was ook de laatste niet, want in diezelfde psalm wordt van een 'heden' gesproken in Davids tijd, van een andere dag, dan waarop Israël in Kanaän kwam. Daarmee is de dag bedoeld, waarop het volk Gods in Christus' koninkrijk zal binnengaan; de rust die er voor dat volk overblijft; de laatste, uiteindelijke.

Luchtspiegelingen

Wij zijn geneigd om ons aan deze herhaalde verschuivingen, aan het eschatologisch perspectief des bijbels en der prediking te ergeren. Het woord illusie dringt zich aan ons op. Ik zou het woord 'opium' liever niet gebruiken, omdat het zo'n versleten term is. "Maar", zo mort het binnen in ons, "horen zulke verschuivingen niet thuis in het brein van de opiumschuiver?" Is het niet begrijpelijk, dat de Israëlieten in de woestijn, na het bedrog van luchtspiegelingen dagelijks te hebben meegemaakt, gingen terugverlangen naar de solide vleespotten van Egypte? En toch kregen de gelovigen toen reeds gelijk. Het bleek geen illusie, deze rust, maar een werkelijkheid, al was het nog de ware, de laatste niet. - Twintig eeuwen omzwerving van het Joodse volk en de oprichting van de staat Israël zijn merkwaardige commentaren op deze oude teksten, hoe men daarover ook moge denken. Het is een geweldig stuk historie, reëel als weinig anders op onze planeet. En de vraag, die daarbij aan ieder zonder onderscheid gesteld wordt is geen andere dan deze: zal dit volk ooit of ergens rust vinden, als het geen oog krijgt voor het 'heden' uit Psalm 95 en voor 'de andere dag' uit Hebreeën 4?

Maar dan die andere, nog meer zich opdringende vraag: waar zullen jood en christen dan samen rust vinden? Verschuift het verschiet der kerk nog niet veel meer en waar is het 'heden' en 'de andere dag', de morgen, waarop zij zich kunnen vestigen? Er is geen kerkelijke staat heden of morgen zelfs denkbaar zoals de staat Israël, tenzij dan als rooms territorium, zonder enig historisch, laat staan wereldhistorisch, nog minder geestelijk perspectief. Mag de rust, die de kerk beloofd is, zelfs wel toekomst heten?

Moderne eschatologieën

Dit zijn lastige vragen. Maar niet lastig in de gewone zin, alsof sommige mensen anderen daarmee schaakmat zouden kunnen zetten. Zij zijn 'lastig', omdat ze een last vormen, een kruis, dat de hele mensheid moet dragen. Het is dwaasheid te menen, dat men dergelijke moeilijkheden aan de kerk kan toeschuiven, om dan triomfantelijk te kunnen constateren: ziet gij wel, die noot kunt gij niet kraken. - leder moet er minstens eenmaal in zijn leven een antwoord op geven.

Het kan ook anders. Men kan proberen te vluchten in wat ik de technische eschatologie zou willen noemen. Men kan zich een auto aanschaffen, om op die manier een halve of kwart alomtegenwoordigheid te krijgen. Deze wijzigt enigszins het mensentype, zodat men wel eens heeft opgemerkt, dat ons geslacht in dat opzicht is te verdelen in met of zonder. De snelheid oefent een zekere eschatologische werking uit. Ik las onlangs, dat de snelste hedendaagse vliegers met een bepaalde aandrijving, een soort aparte gemeenschap vormen, met exclusief onderling verkeer en een eigen type. Zij voelen onze planeet anders aan dan hun langzamere tijdgenoten en zijn lid van een soort snelheidskerk. In deze of dergelijke richting kunnen wij ons misschien een toekomst forceren.

Dit geldt niet alleen van de snelheid, maar ook van de kracht. Men vraagt zich af of een werper van een atoombom nog lid van een christelijke gemeente kan zijn. Engelse bisschoppen hebben gemeend, dat dit wel mogelijk is.4 Maar de technici zelf zijn daar niet altijd even gerust op. Zij weten niet zeker of zij, evenals vroeger ten onzent een De Ruyter of Witte Cornelisz. de Wit, zich in de ouderlingen- of diakenenbank op hun gemak zouden voelen. 'Er zijn tenslotte zekere grenzen', zeiden de oude Romeinen5 en deze komen hier toch wel min of meer in het gezicht.

Ook in andere dimensies en richtingen kan dat gebeuren. Men kan, om aan het dragen van de last der christelijke eschatologie te ontkomen, trachten een 'Babbit'6 te worden. Een op korte termijn voldaan wezen, goed in het vlees, met prettige kornuiten voor vrienden en een jaarlijkse vrolijke vakantie. Ook zo vormt zich een kerk, die planetarische perspectieven opent. Men kan armoede en ellende een heel eind achter zich laten. Ook hier is zending, uitbreiding mogelijk. De grootst mogelijke welvaart voor het grootst mogelijke aantal. Een sociale eschatologie.

De andere dag

Welke men echter ook kiest, men zal de behoefte aan een volgend 'heden', aan 'een andere dag' wel niet kunnen doven. De kerk draagt zwaar aan de last van een overblijvende rust. Het kost haar menig verwijt. Maar eigenlijk toch niet vanwege het moeilijk torsen, maar om het te gemakkelijk dragen daarvan. De belofte van in de rust te zullen ingaan is op zichzelf zulk een kostbaar geschenk Gods, zulk een genade voor een gevallen schepsel, voor een verloren zoon, dat het wel de laatste toevlucht mag heten voor ieder mens, wie hij ook zij. Men kan het niet de kroon der schepping noemen. Het was niet die eerste rust op de zevende dag (Gen. 2 : 3), zegt de Brief aan de Hebreeën (hfdst. 4 : 3 v.). Het is een andere dag. Het is de rust, die Jezus wil geven aan de vermoeiden en belasten, de uitvallers, die met Jezus bezwijken onder het kruis (Luk. 23 : 26). Het is de kroon der gevallenen, de kroon van het welbehagen in de mensen, uit de kerstnacht.

Bij deze overblijvende rust, deze bijbelse eschatologie vergeleken, wordt de aard van al die eschatologieën-op-korte-termijn openbaar. 'Babbit' is een Filistijn en de snelheidsmaniak een halve demon, vergeleken bij een moordenaar en een Magdalena uit het evangelie, die rust bij Jezus vinden.

Het prediken van de rust, die er overblijft voor het volk van God is geen liefhebberij van een wereldvreemde kerk; het is de taak, haar opgedragen en waarmede zij staat of valt. En met het geloof in die boodschap staat of valt de wereld. In onze zondige staat is onze laatste menselijkheid gemoeid met het geloof aan een overblijvende rust.

Zonder de onrust van deze gerichtheid op een goddelijk welbehagen; deze openheid van het hart voor een enige troost; dit uitzien naar het afwissen van alle tranen (Openb. 21 : 4) kan er alleen maar een zatheid en gezetenheid of een woede en een wrok overblijven, die doen denken aan de weel-de-ver-van-God, waarvan ons psalmboek zingt (ps. 73 : 14 oude berijming) en aan de knersing der tanden, waarvan Jezus spreekt (Matth. 8 : 12). Als het verre doelwit van Gods beloften verscholen raakt, gaat een geslacht waggelen tussen deze beide als een dronken man. Onze eeuw voelt deze dronkenheid in haar leden.

Wat de wereld in het spoor houdt is het uitzien naar 'een andere dag', een goddelijk 'heden'. In het Griekse treurspel roepen de gedupeerden in de wereldnacht: 'Gerechtigheid, gerechtigheid!,7 En in Koestlers De Yogi en de Volkskommissaris roepen de gedetineerden in een concentratiekamp in het zuiden van Frankrijk hetzelfde. Koestler noemt ze: het uitvaagsel van Europa of het zout der aarde.8

Eindnoten

  1. 1

    Verschenen in In de Waagschaal, jg. 4 (1948), p. 68.↩

  2. 2

    De veronderstelling is juist, maar het "meen ik" lijkt hier de waarde te hebben van een rede-figuur. Filips Marnix van Sint Aldegonde (1540-1598) gaf in 1569 zijn Byencorfder H. Roomscher Kercke in het licht, dat tot 1761 tenminste 23 drukken beleefde! Het auteurschap van het Wilhelmus is onzeker.↩

  3. 3

    Oude uitdrukking, nog in zestiende-eeuwse bijbels voorkomende, bijv.: "Indien Godt ... de oude werelt niet en heeft gespaert, maar Noë . . . syn. achtster bewaert heeft" (2 Petr. 2 : 5); vgl. Th WNT. dl. 1, k. 1882.↩

  4. 4

    In en na 1945 hielden de kerken in Engeland zich intensief bezig met de atoombewapening (vgl. The era of atomic power, 1946, en The Church and the Atom, 1948). Noordmans zal mogelijk een bisschop van de Engelse kerk, die het oordeel van de rapporten ("we have no solution to offer") overnam, op het oog hebben. Vgl. voor deze rapporten en discussie:

    Roger Lloyd, The church of England, Londen 1966, p. 474-479. Is het Fisher? In William Purcell, Fisher of Lambeth. A Portrait_from Life, Londen 1969, p. 252 lijkt zijn houding tegenover het probleem merkwaardig fatalistisch.↩

  5. 5

    Vgl. Horatius, Satiren, I, 1. 106/7: "Sunt certi denique fines."↩

  6. 6

    De uitdrukking 'babbit' is ontleend aan Sinclair Lewis' roman Babbitt (1922). Zij betekent: type van een Amerikaans zakenman, vol ambitie in zaken enerzijds, doch provinciaal en beperkt anderzijds.↩

  7. 7

    Vindplaats onbekend.↩

  8. 8

    Vgl. Arthur Koestler, De yogi en de volkscommissaris, Amsterdam 1948, p. 125-138: 'Schuim der aarde.' Het Zuidfranse kamp Le Vernet, oorspronkelijk opgericht om republikeinse Spanje-strijders te detineren, was een disciplinair strafkamp voor en gedurende de Tweede Wereldoorlog. De hardnekkig volgehouden strijd om gerechtigheid ("Respecteer onze rechten!") betrof de voedselrantsoenering, die door diefstal en zwarte handel bedreigd werd.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Psychologie en EvangelieInhoudPredestinatie →