Oudheid en Waarheida1
Dr. De Vogel heeft ons in bovengenoemd boek een redelijke verantwoording gegeven van haar overgang naar de Rooms-Katholieke Kerk. Wanneer ik, op verzoek der redactie van deze periodiek, daarover iets ga zeggen, dan doe ik dat met inachtneming va n de terughouding, die de ondertitel mij oplegt. De persoonlijke keuze blijft, zover mogelijk, buiten beschouwing. Wat daarover hier en daar met een enkel woord staat aangeduid, laat ik onaangeroerd. Ons gaat het hier om de verantwoording. Dat behoeft ons echter niet te hinderen om te zeggen, dat wij uit de verte met eerbied getuigen zijn van de geestelijke ontwikkelingsgang van de schrijfster. Wanneer zij ons in deze Confessiones vertelt, hoe zij van heiden tot rooms-katholiek christen werd, en wij dit strenge en sobere verhaal van haar zoeken naar waarheid lezen, dan volgen wij haar met grote aandacht. Dr. De Vogel is een figuur in onze kerkhistorie. Men kan dit zeggen, ook als men haar verantwoording niet laat gelden.
Deze erkenning wordt ons overigens niet moeilijk gemaakt, omdat zij met grote liefde spreekt over wat haar nu als ketterij moet voorkomen, haar verleden als hervormd kerklid. In dit opzicht is er een merkwaardig onderscheid tussen haar en haar leermeester, de beroemde anglicaanse, later rooms geworden theoloog, Newman. Deze laatste striemt bij wijlen de calvinistische levenshouding met pijnlijke felheid. Vanwaar dit onderscheid? Een methode is het bij dr. De Vogel niet; het is een wezenlijke trek van haar verantwoording. Komt het van het smartelijke van de nog zo recente breuk? Is het een persoonlijk iets of een nieuw kerkelijk verschijnsel? In ieder geval is het een fascinerende eigenschap van dit boek.
Maar laat ons overgaan tot de streng redelijke zijde van de verantwoording.
De schrijfster deed in 1939, in een lijvig werk, verslag van een dogmenhistorisch onderzoek, waartoe zij - vrij toevallig - was gekomen door de lectuur van Newmans Lectures on Justification.2 Bij haar studie stond het bolwerk van de Reformatie, het sola fide - dat een zondaar door het geloof alléén gerechtvaardigd wordt - op het spel. Newman zoekt in zij lezingen op dit punt een middenweg tussen Luther en Trente, het concilie waarop Rome haar leer had vastgesteld. Hij was toen nog anglicaan. Newman gaf zijn opvatting weer in de uitspraak, dat er in het oordeel van de zegeningen der verlossing bij de christen niets zou overblijven, dan wat hij had opgenomen in zijn morele natuur.3 Daarmee bedoelde hij in de mens een grond te stellen voor het oordeel Gods. Het geloof bij Luther en de gehoorzaamheid bij Rome waren hem toen beide te uiterlijk. - Dr. De Vogel maakte zich nu op om na te gaan of Luthers leer niet met die van Newman te verenigen was, maar kwam tot een negatief resultaat. De reformatorische leer, zegt zij, verdroeg zulk een accentverschuiving van de vergeving naar de gehoorzaamheid niet.4 Gedwongen om te kiezen, plaatste de schrijfster zich aan de zijde van Newman. Zij wilde met deze grotere waakzaamheid in het christelijk leven en kwam tot de ontdekking, dat hier tussen Newman en Trente geen wezenlijk verschil was. Op dit punt was zij dus toen reeds rooms.
Een volgende vingerwijzing in dezelfde richting kreeg zij door een studie over de vraag, of er alleen een geopenbaarde of ook een natuurlijke Godskennis is.5 Het waren vooral de consequenties van Barth, die haar denken op dit en andere punten tot een keuze dwongen.
Maar het grootste deel van de verantwoording van dr. De Vogel ligt op kerkhistorisch terrein. Over de leer van geloof en werken, de uitverkiezing, de natuurlijke theologie, kon beiderzijds een beroep op de Schrift tot een eindconclusie leiden. Er waren echter andere punten, waarop de exegese van de Schrift niet zulke duidelijke uitkomsten opleverde. Zo de leer van Doop en Avondmaal, van de kerkorde, de overlevering, het pausdom. Om daaromtrent tot een juiste lezing van de Schrift te komen, heeft dr. De Vogel zich in de vaders der kerk verdiept. Zij vond overal de roomse en niet de protestantse opvattingen terug. Daarna ontdekte zij die ook in de bijbel ⚑en daarmee was het pleit voor haar rijp voor een beslissing.
Als ik dit 'pièce de milieu' van dr. De Vogels boek zo kort en laconiek samenvat, dan zoeke men daar achter geen kleinering. Deze navorsingen sluiten zich aan bij de arbeid van een brede staf van geleerden, die, zoals Batiffol6 e.a., in de sporen van Newman gaan. Ik kan, in dit korte opstel, ⚑alleen iets opmerken over de methode. En die raakt voor een deel niet alleen het werk van roomsen, maar ook van protestanten op dit terrein. Om vruchtbaar te kunnen zijn voor ons geloofsleven, lijkt dit onderzoek vaak te veel op de opgravingen, die eveneens schitterende resultaten hebben opgeleverd. Het is te archaïsch. Men vindt oudheid in plaats van waarheid. En wanneer een ziel, zoals dr. De Vogel, waarheid zoekt, is dat stenen voor brood. Als ik mij rekenschap geef van de indruk, die de lezing van dit boek in dit opzicht bij mij achterlaat, dan is het mij alsof iemand zich in de historie, tegen de loop daarvan in, in de richting van het verleden, van vandaag naar gisteren en van gisteren naar eergisteren en zo verder, van ons verwijdert en zich daar in dat verleden verliest. Wij vinden haar niet meer. Nam God haar weg? Of is het de oudheid, waar tegenover Augustinus de waarheid der kerk stelde? Zo was het eveneens bij Newman. Het heeft iets spookachtigs - ik heb er vroeger al op gewezen, naar aanleiding van Van de Pols studie over Newman7 - zoals deze lokkende macht der geschiedenis ons aandoet.
Halb zog sie ihn, halb sank er hin, Und ward nicht mehr gesehn.8
Het verwijt van Newman, dat protestanten zwak zijn in geschiedenis, en dat in de historie der Oudheid geen protestantisme te vinden is, klinkt ons daartegenover bijna bevrijdend in de oren.9- Dr. De Vogel blijkt daarvan ook iets te gevoelen. Wat zij, aan het eind van haar Bekentenissen schrijft over heilige bindingen, tot Mariadienst toe, doet ons voorlopig meer aan als een hulpgeroep dan als een juichkreet.
Maar het moet een vergissing zijn dat men van heden naar gisteren terug kan. Het spookt niet in de historie, al hebben de discipelen Jezus ook wel eens voor een spooksel gehouden.10 Het geloof-alléén bant de spoken. Het is de Heer!
Newman zelf is een prachtige, Engelse, vitale figuur, die met zijn prekenvol-vreze-en-beven Rome een stuk verder in de historie heeft gebracht. De roomse oude theologie verdraagt geen accentverschuiving van de absolutie naar de waakzaamheid. Newmans geloofsleer is zelve een 'rival development' van de vroegere roomse. Waartoe dit leiden zal kan nog niemand zeggen. Zijn invloed is nog pas begonnen. "It is another religion."
Er is vanouds verschil tussen het oosters en het westers christendom, een onderscheid, dat zich steeds scherper heeft geaccentueerd. Het heiligingsstreven der Griekse kerk - dr. De Vogel tekent het zelf aan - gaat voor een groot deel op in een liturgische functie, om haar leven der goddelijke natuur deelachtig te maken. Het bestuur over het leven en de zorg voor de zede lijdt daaronder. - In de Roomse Kerk is deze vereniging van het goddelijke en het menselijke, voor zover zij ook buiten Christus' persoon in de kerk optreedt, tot veel bescheidener proporties teruggebracht. Zij verschuilt zich in het sacrament, met name in het Heilig Avondmaal. De heiliging, in de zin van vergoddelijking, verbreidt zich niet regelrecht over de leden onder de dienst, maar trekt zich samen op de tekenen, brood en wijn. Van daaruit krijgen de leden er deel aan. Het heilige is voor ons, niet in ons. Het is een gave. Dit is westers christendom. Zo blijft er ook veel meer ruimte in de kerk over voor bestuur en opvoeding in de christelijke zede. Er zijn tijden geweest, waarin de mis bijna verviel tot een onverstaanbaar gemompel en de kerk een complex van wereldlijke en geestelijke lichamen werd met een sacrale kern. Daarnaast echter heeft de Roomse Kerk altijd een plaats opengelaten voor een meer regelrechte heiliging van de mens, niet in de liturgie, zoals het Oosten, maar in het leven. De historie daarvan leest men in de heiligenlevens. Ook daarin zet de incarnatie, de verbinding van het goddelijke en het menselijke, zich voort; niet sacramenteel, maar ethisch, in een leven van waakzaamheid, met vreze en beven. Het sacrament heeft ook wel een ethische zijde, maar daar blijft het vergelijkenderwijze voor de leden; bij de heiligen is het in hen.
Het protestantisme heeft, ook waar het de mis, de voortzetting van de incarnatie in het sacrament, verwierp, het voor ons gekozen, maar het nu weer regelrecht betrokken op de Heer zelf. Newman koos, ook waar hij tot de mis terugkeerde, het in ons. Maar nu niet voor enkele, doch voor alle leden. Zijn spreuk was: My soul be with the Saints.11 Protestantisme en newmanianisme zijn rival developments van het rooms-katholicisme. Dr. De Vogel had zich haar historische reis kunnen sparen. Reeds bij het schrijven van haar Newman-werk was zij ter plaatse aangekomen. Haar verantwoording had anders moeten zijn. Haar tocht heeft haar wat oudheden opgeleverd. De waarheid, waarom het haar in 1939 ging, ligt niet op de zool, maar op de top der geschiedenis. De Rooms-Katholieke Kerk, die de bijbel aan de leken geeft; die hun geestelijke liederen toestaat, waaronder Luthers naam voorkomt; die meer werk wil gaan maken van het Evangelie in de prediking; die het protestantse levensgevoel in zich wil opnemen; en die ter anderer zijde de levens der heiligen met Newman van groter waarde gaat houden dan de successie der pausen - deze kerk komt op den duur voor een keuze te staan.
Wij geven dr. De Vogel niet verloren in haar nieuwe bindingen, maar roepen haar een: Tot weerziens in de kerkgeschiedenis toe.