Memorie betreffende de doodstraf1
Aan de Synodale Commissie voor 'Kerk en Overheid', inzake de doodstraf.
Dat ik ten tweeden male een schrijven aan uw commissie richt, geschiedt op verzoek van dr. Oorthuys.2 Men zie daarin dus geen verdere ongevraagde inmenging in uw beraadslaging.
In verband met wat ik in mijn vorige brief opmerkte aangaande de Oude kerk, moge hier allereerst een gedeelte staan uit een brief van Augustinus aan de tribuun Marcellinus, die een aantal wandaden van rondtrekkende Donatisten moest berechten. Dezen vulden de ogen hunner slachtoffers met kalk en goten er dan azijn op. In de omgeving van Hippo werd de priester Restitutus vermoord. Aan een bisschop werden de tong en een hand afgesneden. De daders werden gevat en gekastijd. Augustinus kwam voor hen tussenbeide: "Wij willen niet dat dienaren Gods gewroken zouden worden door straffen gelijk aan die, welke men hen heeft doen ondergaan. Wij verzetten ons er niet tegen dat men aan schuldigen de middelen om verder kwaad te doen ontneme, maar wij geloven dat het voldoende zal zijn, als men, zonder hun het leven te ontnemen, noch hen van enig lichaamsdeel te beroven, hen van hun krankzinnig drijven afbrengt door wettelijke beteugeling en hen zo tot kalmte en bezinning brengt of wanneer men hen verhindert hun misdrijven te herhalen door hen te gebruiken voor enig nuttig werk. Vervul in deze zaak, christelijke rechter, de plicht van een vader en wil, terwijl gij het onrecht weerstaat, de menselijkheid niet vergeten."3
Ik geef geen commentaar, maar leg de vinger bij een bladzijde uit Moll, Kerkgeschiedenis van Nederland .a Het gaat daar over een dief, die door Amandus, bisschop van Maastricht, van de galg werd gesneden en weer tot leven teruggebracht. "Amandus, die, gelijk de edelste kerkleraren van de oude tijd, een diepe afkeer had van alle doodstraffen", aldus begint Moll zijn verhaal. Moll was een goed kerkhistoricus en kon het weten.4
Ik geef nog iets uit de kerkelijke praktijk. Karel de Grote en zijn opvolgers maakten de geestelijkheid deelgenoot van het strafrecht, door biecht en zendgericht.b Ook doodslag kwam voor de bisschop.c Manslag werd in Friesland, zowel door de burgerlijke als door de kerkelijke overheid met verplicht vasten gestraft.d De burgerlijke rechter nam vaak de kerkelijke straffen over.e Reeds ten tijde van Bonifatius werden vader-moordenaars met levenslang vasten gestraft.f
Voor de Oude kerk komt natuurlijk de vierde eeuw, na de bekering van Constantijn, in aanmerking. Toen heeft de kerk de civiele rechtspraak gehad, met invloed op de criminele. "Door niet anders", schrijft Karl Müller in zijn bekende kerkgeschiedenis, "door niet anders misschien heeft de kerk zo diep in het volk wortel geschoten, als door haar rechterlijke arbeid."5 Zij kreeg het asielrecht van de tempels over en dit maakte de intercessie van de bisschop mogelijk. "Zo kan men zeggen", aldus Müller, "dat de kerk de haar door Constantijn toegedachte taak, de maatschappij in het rijk (naast de staat) nog eens samen te vatten, vervuld heeft, maar ook dat zij goed op weg was, de staat uit zijn sociale positie te verdringen en zich in de plaats van het rijk te stellen."6
Mijns inziens is het absoluut geboden dit alles voor ogen te houden bij de overweging van het recht en de plicht der overheid. De exegese voltrekt zich niet in het luchtledige, maar dwars door een geestelijk en kerkelijk milieu heen. Exegese is ook een objectief historisch proces, waaraan 'alle de heiligen' deelnemen. De hals van een misdadiger hangt niet af van de accuratesse of misschien de min of meer geprikkelde stemming van een literator op zijn studeerkamer.
Calvijns exegese van Gen. 9 : 3-7 is breed en gedragen door een geest van christelijke barmhartigheid.7 De letterlijke, grammatische uitlegging is door hem meesterlijk gehanteerd, maar men merkt, dat hij weet van de gezindheid van een goed bisschop. "God heeft de dieren de mens tot voedsel gegeven, maar nu moeten wij er", aldus Calvijn, "niet als rovers op aanvallen en onschuldig bloed vergieten."8 Er is ascese en eerbied voor het leven in deze vreemde exegese. Dit wordt nog eens opzettelijk benadrukt door het verbod om bloed te eten.
Daardoor moest aan de bloeddorst een grendel worden voorgeschoven. Immers deze zou ook de mens in gevaar brengen. Evenals Paulus zegt Calvijn hier, dat God niet voor de ossen zorgt, maar dat het om onzentwille is God zorgt en is bezorgd voor ons leven. Verder hebben zij, die menen dat het hier eenvoudig om de doodstraf gaat, ongelijk. Dat staat er wel in, maar er staat meer in. "Wie bloed vergiet, die zal in de helft van zijn dagen afgesneden worden" (Ps. 25 : 25). Als de overheid het door de vingers ziet, dan krijgt de doodslagen van andere zijde zijn loon wel. Het zal slecht met hem aflopen, aldus Calvijn.
Deze letterlijke exegese heeft tenslotte wel weinig meer te maken met de letter van Genesis. Het ius talionis en zelfs het publieke strafrecht komt hier op de achtergrond tegenover het oordeel Gods. Er komt plaats voor een woord als van Paulus: "Wreekt uzelf niet beminden, maar geef de toorn plaats."9 Deze uitlegging is er een die door de eeuwen is heengegaan. De adem der kerk is er in.
De kerk kan nooit vergeten dat het Koninkrijk der hemelen in het Evangelie nabij gekomen is om alle koninkrijken der aarde, die de duivel Jezus had aangeboden, te vervangen.
Constantijn had, zoals wij Karl Müller hoorden zeggen, aan de kerk de rol toegedacht, die Jezus bestemd had voor het koninkrijk, de mensheid naast en in plaats van de staat, samen te vatten.
In Augustinus' brief aan Marcellinus hoorden wij een zwakke weerklank van Jezus' kruiswoord tot de moordenaar: "Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn."10 Het ius talionis wordt daar met zoveel woorden afgewezen. Niet meer oog om oog, bloed voor bloed. De bisschoppen verzoeken de doodslagers niet van enig lichaamsdeel te beroven, als zij een hunner de hand hebben afgekapt of de tong uitgesneden.
De kerk hoede er zich voor door een letterlijke exegese van oude bijbelwoorden, over de hoofden van Calvijn, Augustinus en ... Jezus heen, zich zelve met de staat gelijk te schakelen.
Ook al ware de doodstraf bijbels, voorzover de overheid bijbels is, kan dan nog van het koninkrijk of de kerk, die de mensheid ten tweeden male, door een recapitulatio, samenvatten: kan van dit asiel uit een advies gegeven worden aan de staat om de gevlodene te doden? Dat is de hoofdvraag.
Ook wereldlijke schrijvers als Wundt in zijn Ethik hebben vaak een duidelijk besef hiervan.11 Ook Aalders heeft zich in zijn Ethiek op Wundt beroepen.12 De overheid kan het principe van ius talionis, van het gelijk met gelijk, niet gebruiken. De doodslag is een publiek misdrijf. De misdadiger en de staat staan niet gelijk. De vergeldende macht staat boven de misdadiger. De vergelding wordt daarom tot tuchtiging. Daarin is iets van de geest der kerk van alle eeuwen.
Uw commissie houde mij mijn lange uiteenzetting ten goede. Het belang van de zaak bracht mij er toe.