O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Psalm 6 : 2-5LarenPsalm 23 : 4 en 5 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 212–214

Psalm 23 : 1

De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.

Psalm 23 : 1

Psalm 23 is een pastorale, een herderslied. De toon is bijna enig onder de Psalmen. Er zijn strijdliederen, klaagzangen, leerdichten, lofzangen. Maar naast Psalm 23 zal men niet gemakkelijk een van dezelfde toon vinden. Mystieke klanken. Het is een Psalm die zich laat illustreren. Hij roept beelden op voor onze geest. Vrede, rust, avondstemming. Een landschap, een weide, bloemen, zon en zomerwind zitten in deze Psalm. Men zou zeggen: Adam en Eva in het paradijs konden deze Psalm gezongen hebben. 't Is alsof hij niet voor ons is, tussen de distelen en de doornen.

Wat is de wereld toch vol scherpe tegenstelling. Waarom is het leven zo onrustig? Is de onrust op zichzelf de onrust? Is de levenservaring op zichzelf zo bezwarend? Nee. De stille wateren, de stilte maken ons onrustig. Wij horen achter in de hof van ons leven klateren. Wij horen het herderslied achter in onze geest. Dat maakt ons onrustig. - Wij zouden tijd willen hebben om neder te liggen in grazige weiden. En als wij het een enkele maal in letterlijke zin doen, jaagt het leven ons op en menen we onze kostelijke tijd te verbeuzelen. En we worden weer druk en bezig, en denken en doen. En voelen dat alles dan als onrust, en achter in ons leven zijn de grazige weiden, waar we heimwee naar hebben. En achter in onze geest wordt het herderslied gefloten en wij voelen ons bezig-zijn als ijdelheid der ijdelheden. Wat voordeel heeft de mens van al z'n woelen onder de zon (Pred. 1 : 2 v.)? Hoe eenzaam staat de Psalm onder de Psalmen. Even eenzaam als de rustige stemming onder onze stemmingen.

Wie terugziet in de rij zijner dagen, die lijken z'n levensdagen als ballingen, uit een landelijke hof voortgedreven. Het heden staat onder een koud licht. Op de poort van de uitgang straalt een gouden glans. De zon schijnt af te nemen in intens licht. De vogels lijken minder blij te fluiten. De bloemen hebben een droevige weemoed in hun schoonheid. Waar is het land, waar we kunnen nederzitten aan zeer stille wateren? Waar zullen we ons aangezicht spiegelen in een klare bron en dan andere vriendelijke aangezichten ons zien toeknikken? Waar is de klare waterspiegel van de geest, die niets dan het goede terugkaatst en het kwade absorbeert? Waar rimpelen de wateren ons beeld niet tot een zondige karikatuur, waarin we onszelf herkennen? Waar effenen ze ons aangezicht tot een sereen beeld? Onze onrust is het gemis van de zeer stille wateren. Niet naar rust, maar naar stilte verlang ik (Rothe).

Abel tot Christus, Koning-Herder. In het leven kunnen we lang zoeken naar deze klare stromen. Ook in Psalm 23 is het bewustzijn daarvan. Schapen en volk; veel schapen, één Herder. Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods (Ps. 23 : 4). De tegenstelling is in onze Psalm. Onwillekeurig worden de gedachten naar de zonde en dood geleid. Zonde en dood. De stilte, de stilte des doods. Goethe:

"Over alle, alle toppen is rust,
In alle twijgjes nauwelijks een adem,
De vogels rusten in 't bos,
Wacht maar, spoedig rust gij ook."

Het geloof alleen kan de Psalm zingen. De vredige stemming is hier een vluchtige schaduw. Schaduw van de dood, vol weemoed. De stilte zelf is eeuwigheid. Dat is telkens 'de bedriegers van het eindige' (Kierkegaard) . 't Is het oneindige. Pas op, dat ge het hier niet vindt. Afgestompt, gerustgesteld. Laat het eeuwige z'n eeuwigheid behouden, maar beschouw het met het geloofsoog. Het is de ware werkelijkheid. Elk ogenblik dat ge gelooft in de zeer stille wateren, zijn ze er. Daar waar God de schapen Israëls weidt. Ook het eeuwige neemt gestalte aan.

De Here is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Jezus, de goede Herder. Een schaap op de schouder. Catacomben. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden, Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren. Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid. Al ging ik door een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij (Ps. 23 : 2 vv.).

Zonde - bekering - heiligheid. Vrede. De Herder Israëls. Gelijkenis van verloren schaap. De goede Herder.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Psalm 6 : 2-5LarenPsalm 23 : 4 en 5 →