O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Markus 15 : 16-21LarenLukas 1 : 38 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 281–283

Markus 15 : 27

En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, één aan zijn rechter- en één aan zijn linkerzijde.

Markus 15 : 27

Onze Statenvertaling leest 'moordenaars'; de oorspronkelijke tekst heeft 'rovers'. Eén aan zijn rechter- en één aan zijn linkerzijde. Wij zijn nu met de lijdensgeschiedenis tot Golgotha gekomen. De zalving - de paaszaal - Gethsemané - Kajafas - Pilatus. Nu Golgotha. Jezus aan het kruis tussen twee rovers of moordenaars. Dat is Jezus' laatste gezelschap geweest voor zijn dood. En met één van die twee is Hij in zijn Koninkrijk ingegaan. Gedenk mijner... Heden zult gij met Mij... (Lk. 23 : 42 v.). De ander voegde zich in zijn laatste ogenblikken nog bij de spotters. Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelf en ons (Lk. 23 : 39).

Er is afdaling in het Evangelie. Vernietiging en vernedering. Sedert Caesarea-Filippi (Petrus' belijden) gaat het snel bergaf. Toen Jezus met Mozes en Elia, nu met twee moordenaars, één rechts, één links. De bergtop en de afgrond. Toch is er eenheid. Toen werd er over het lijden gesproken, nu wordt de profetie vervuld: Jezus wordt met de misdadigers gerekend (Mk. 15 : 28).

Jezus tussen de rovers, dat is ook een stuk van het Evangelie, evengoed als Jezus in de kribbe, Jezus in de tempel, Jezus in het scheepke, Jezus in het gezaaide, Jezus op een hoge berg. Het is niet zo liefelijk. Het is niet het eerste en niet het hoogtepunt, maar het einde. Dat wil niet zeggen de afloop, maar de klemtoon op het Evangeliewoord. Het is niet een toevallige wanklank na een welluidend Evangelie-akkoord. Het zijn de laatste maten van de engelenzang van Bethlehem: In de mensen een welbehagen (Lk. 2: 14). Welke mensen? Rovers, moordenaars. Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.

Hebben wij zo'n Evangelie nodig? Is er dan geen grond in het moeras, waarin ons leven gebouwd staat? Kunnen we niet anders dan zinken? En moet Jezus al maar dalen, van de hemel, van de berg, tot Hij is nedergedaald ter helle? Is het niet genoeg als God mens wordt? En ligt in het mens-zijn geen fundament, geen basis om op te staan? Is het mens-zijn ook weer een afgrond, waarin Jezus nederdalen moet?

Hij heeft zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbend, en is de mensen gelijk geworden. En in de gedaante gevonden van een mens heeft Hij zichzelf vernederd tot de dood des kruises (Fil. 2: 7 v.). Dat is de klemtoon op het Evangelie. De toepassing, waardoor het voor allen wordt. Op de hoofdschedelplaats, waar alle gedaante en heerlijkheid van het leven ophoudt, daar blijkt wat Evangelie is, waar de eerste de laatste, de laatste de eerste wordt, de rover binnengaat in het paradijs als de eerste, - waar Israël, Abrahams kinderen tot moordenaars worden. Hier wordt de bloeiende wijngaard Israëls met z'n gebod op gebod - z'n gerechtigheid van vrome mens - Farizeeën en schriftgeleerden, uitgehouwen, z'n omtuining weggenomen (vgl. Jes. 5 : 5). En het dorre hout, van de hemelse wijnstok, het kruis van Christus, wordt neergezet op de kale heuvel Golgotha, in de koude wind van zonde en dood, die er waait op de wereld. Ziet, de moordenaar wordt daarin geënt voor de ogen der wereld. Het dorre rovershout, waaruit deze mens is gesneden, komt aan, bot uit, draagt vrucht. Die in Mij blijft, draagt veel vrucht. Ik ben de wijnstok, gij de ranken (Joh. 15 : 5). Hier ontmoet genade het recht en het recht de genade.

Twaalf discipelen hebben zich aan Jezus geërgerd. Een discipel, de roverdiscipel, is bij Jezus aan het kruis en ergert zich niet. Hij is de laatste door Jezus geroepene uit de kerk van het Oude Verbond, de eerste die in de hemelse kerk de paaszang aanheft, nog voor de paasmorgen. Hier klinkt het volle akkoord van het Evangelie. Wilt gij zulk een Evangelie? Waar een rover tot bijbelheilige wordt en de bijbelheiligen tot moordenaars? Waar het onderscheid wegvalt tussen de wolf en het lam, de luipaard en de geitebok, de leeuw en de os, de koe en de berm, waar een klein jongske ze drijft (Jes. 11 : 6 v.)?

Is het u tegen de borst: deze vernietiging, deze vernedering, deze nederdaling ter helle? Wilt ge liever halverwege ophouden? Bij de nette mensen, de brave burgers, de man van stand, de vrome christen? Waar is die nette mens, de mens van waarde, deugd, stand, vroomheid, de cultuurmens, de morele mens, de godsdienstige mens, de wijngaardeniers uit de gelijkenis, die de Zoon doodslaan, als Hij komt om de vrucht (Mt. 21 : 39)?

Ze vallen niet mee, de cultuurmensen, de moralisten, de kunstlievenden, de vromen der wereld. Zij staan op de grens, de afscheiding; hun eigen bloeiend hout willen ze niet besnoeid zien. Ze hebben geen lust aan het dorre hout van de hemelse wijnstok op de kale heuvel in de koude wind des doods en der zonde, waar de rover discipel wordt, de moordenaar tot engel wordt die de steen afwentelt, de laatste de eerste wordt, waar het recht de genade ontmoet en de aardse kerk de hemelse. Zij willen de muur des afscheidsels opgericht houden (Ef. 2 : 14). Hebben zij het recht daartoe, dezelfden, die opstaan van hun passionsmuziek, hun passie-emotie, hun filantropie-moraal, hun avondmaalsbeker, en zich - leden van een menselijke samenleving, burgers van een staat, gelovigen van een kerk - tegen elkaar opmaken met vuur en zwavel, oorlog en pestilentie, moord en brand om elkaar te verdelgen? Waar is hier de grond der menselijkheid, waar de bodem van 't moeras, waar de humane grond om op te staan? Welk recht heeft de georganiseerde roversbende om de enkele rover te schouderen?

Waar is de grens? Moest de Christus niet vernietigd en vernederd worden? En is hier op de hoofdschedelplaats niet het ware Evangelie te beluisteren? Jezus tussen de moordenaars, de rovers. Dat is Jezus onder ons in 1935. Hoofdschedelplaats, dat is Europa van de huidige dag. En Jezus aan het kruis, dat is Hij die gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid dezelfde is (Hebr. 13 : 8). Hij is het aangezicht in het midden. Een rover rechts, een rover links, Jezus in het midden. Overal, een rover ter rechter- en een rover ter linkerzijde, Jezus in 't midden. Altijd een rover rechts, een rover links, Jezus in 't midden. De één spot, de ander bidt. De deur der eeuwigheid staat open. Achter ons is bloed, vuur, rookpilaren (Joël 2 : 30), aardbeving, oorlog, pestilentie (Mt. 24 : 6 v.).

Gedenk mijner als Gij in uw Koninkrijk zult gekomen zijn. Daar zal de wolf met het lam verkeren, de wolf met het lam. Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Wilt gij een ander Evangelie?

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Markus 15 : 16-21LarenLukas 1 : 38 →