O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Lukas 4 : 1-13LarenLukas 7 : 1-10 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 297–299

Lukas 6: 12-16

De twaalf apostelen zijn het fundament der kerk. Van een van hen heeft Jezus dit met nadruk verklaard, van Petrus: Op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen (Mt. 16 : 18). Deze twaalf dragen, om zo te zeggen, de kerk. Zij zijn door Jezus persoonlijk geroepen; met name uitverkoren. Gij zijt Petrus en op deze petra... Zo ging het met de apostelen.

Zo gaat het nog met alle leden der gemeente. Met name worden zij bij de Doop geroepen, om Jezus toe te behoren. Vroeger gebeurde het vaak, dat de kinderen bij de Doop er een naam bij kregen, een bijbelse naam, zoals Petrus voor Simon. Heel veel bijbelse namen, zoals Petrus, Johannes, Jakobus, Filippus, enzovoort, zijn zo in de families gekomen.

Daaraan gaat echter iets vooraf in onze tekstwoorden. Het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar de berg om te bidden, en Hij bleef de nacht over in het gebed tot God (vs. 12). Dat gaat aan de apostelkeuze vooraf. Voordat Jezus de twaalve verkoos, heeft Hij de ganse nacht met de Vader gesproken, en toen heeft de Vader Hem deze twaalf mannen gegeven.

Jezus ging op de berg om te bidden, niet om van de stilte van de nacht te genieten of naar de sterren op te zien, maar om een gesprek te hebben met de onzienlijke Vader, om raad te houden met God over zijn kerk. Terwijl de mensen sliepen, terwijl het rumoer zweeg, was daar in de nacht te horen dat onophoudelijk bidden van Jezus. Het ging de gehele nacht door, tot het dag was geworden. In plaats van te slapen, bad Jezus. Hij bleef de nacht over in het gebed tot God.

Dat is de laatste grond van het bestaan der kerk, van de roeping der apostelen, van de Doop der kinderen. Een gesprek in de wereldnacht tussen de Vader en de Zoon. Terwijl deze wereld vol rumoer is op de dag, terwijl de kerk onder kruis is alle dagen, terwijl de dood de oogst binnenhaalt van wat er geboren wordt, zoekt Hij, die de Middelaar Gods en der mensen is (1 Tim. 2: 5), het aangezicht van de Vader. Uit het ganse menselijke geslacht worden uitverkoren, die de Vader aan de Zoon heeft gegeven. En deze raad des vredes wordt ten grondslag gelegd aan de geschiedenis der kerk.

Gemeente, de wereld is vol rumoer. Hoe zou het ook anders? Daarvoor is zij wereld. Die met gedruis voorbij gaat, zoals de Schrift zegt (vgl. 2 Petr. 3 : 10). Alle uren van de dagen kunnen wij dat horen, en alle dagen van de week.

Maar er is ook een andere zijde: de stilte van de nacht bij het eenzaam bidden van de Zoon tot de Vader. Deze rumoerige wereld wordt gedragen. Anders zou zij wegzinken, nu dadelijk, in het niet, waaruit zij geschapen is. Maar dat gebeurt niet. Wij zijn er nog, en de wereld is er nog, ook na de oorlog. Het is bijna een wonder, na al het geweld, dat wij er persoonlijk nog zijn, en dat de wereld er nog is. Het scheen op uitroeiing aan te gaan, maar wij zijn er nog. Kinderen worden geboren en kinderen worden gedoopt, in de naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. De raad des vredes is er nog.

Laten wij daar veel aan denken. Nu het geweld van de oorlog voorbij is, lijkt het of wij duizelig zijn geworden en om ons evenwicht zoeken. Zoeken en tasten doen de mensen als om een leidraad, een leuning te vinden om te klimmen of te dalen, wij weten het zelf niet. Het allernodigste, het ene nodige, moge niet vergeten worden: het letten op de gebedsgrond der wereld, het goddelijk heilsplan, dat van eeuwigheid tot eeuwigheid bestaat, de vaste wil om 't gebouw van Gods gunstbewijzen, naar het gemaakt bestek, in eeuwigheid te doen rijzen. Zo blijft deze wereld om der uitverkorenen wil, die God in zijn kerk, waarvan Christus het Hoofd is, vergadert.

Eén nacht van eenzaam bidden in de wereldgeschiedenis. Een gespannen gesprek van Vader en Zoon en ziet, daar rijst uit de stilte des gebeds het fundament der kerk omhoog, en de twaalf apostelen worden gekozen. Wanneer het ons duizelt, doen wij 't beste daar onze vastigheid te zoeken, onze aandacht te spannen op de voorspraak van de Zoon die alle dingen draagt, bij de Vader die alle dingen geschapen heeft. Wij kiezen niet in de eerste plaats, maar wij worden uitgekozen, uitverkoren. Lijdzaam te zijn in het lijden, onder het kruis, dat de uitverkiezing meebrengt.

Ik denk aan die twaalf apostelen en aan die eerste, die hen in zekere zin allen vertegenwoordigt: Simon, Petrus. Sla hem gade in de evangeliën, hoe hij in deze wereld onzeker is, hoe hij Jezus belijdt en... verloochent. Maar Jezus' gebed, achter en onder zijn verkiezing, blijft. Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude, zegt Jezus (Lk. 22: 32). Dan is Petrus wandelende op de golven en dan zinkt hij erin (Mt. 14 : 29 v.). Maar Jezus bidt voor hem, en reikt hem de hand.

Dit bidden van de Zoon, van het Woord dat de wereld draagt, zij onze zekerheid en vastheid. Het brenge ons de geestelijke nuchterheid, die wij nodig hebben. Wij kunnen de wereld niet scheppen en behoeven dat ook niet. Midden in de wereld rijst op wonderbare wijze de kerk, worden de uitverkorenen geroepen. Zij worden door Christus vergaderd.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Lukas 4 : 1-13LarenLukas 7 : 1-10 →