O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Lukas 6: 12-16LarenLukas 9 : 23 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 299–301

Lukas 7 : 1-10

Er gebeuren geregeld enkele dingen in een mensenleven. De zon gaat op en onder. Het regent en dan schijnt de zon weer. De mensen worden geboren en sterven. Ze worden wakker en slapen weer in. De Prediker zegt, dat deze dingen zo moede kunnen worden, dat men het niet zou kunnen uitspreken (Pred. 1 : 8).

Maar dan heeft men het mensenleven niet leren kennen. Het ware leven is geloofsleven. Een leven waarin van de morgen tot de avond en van de geboorte tot de dood alleen wonderen gebeuren. Het is een plaats waar het onmogelijke mogelijk is. Wat niet kan, gebeurt toch. Het geloofsleven is een gebied waar elk ogenblik iets nieuws gebeurt, waarin geen twee dagen op elkaar gelijken, waarin alle mogelijkheden, die tussen hemel en aarde bestaan, werkelijkheid kunnen worden. Zo is het mensenleven de plaats van de grote verrassingen. Daarvan wordt niet altijd gebruik gemaakt. Klein geloof, dat treft Jezus veel aan. Grote kansen, weinig succes. Grote mogelijkheden, weinig werkelijkheid.

Rondom Jezus is de wereld een open ding geworden. De doven horen, de blinden zien, de kreupelen wandelen, de doden staan op, de armen horen het Evangelie (Lk. 7: 22). Het is bruiloft op de wereld. De Bruidegom is gekomen en men moet blij zijn (vgl. Mt. 9: 15). Het is nu de welaangename tijd (2 Kor. 6: 2). Hoe moet het Jezus verblijd hebben, als iemand er gebruik van maakt; als Hij geloof vindt.

Tweemaal verwondert Jezus zich over een groot geloof. Hier bij de hoofdman, en bij de Kananese vrouw (Mt. 15 : 22-28). Beide malen geen Israëliet. Ons tekstverhaal is een eenvoudige geschiedenis. 't Is een ziektegeval van een dienstknecht. Niet een van die allernauwste verhoudingen, als van man en vrouw, moeder en kind. Het geloof kan hier niet verwoord worden met natuurlijke gevoelens. 't Is geloof in Jezus' macht. Hij is een Jodengenoot, heeft de synagoge gebouwd (vs. 5). Maar hij acht zichzelf onwaardig; vraagt door de ouderlingen der Joden. Dan zendt hij Jezus enige vrienden. Niet waard onder zijn dak te komen (vs. 6). Is zelf niet tot Jezus gekomen. 't Is geloof, geen vroomheid.

Het is alles eenvoudig, vanzelfsprekend; daardoor verrassend. Hij heeft soldaten onder zich. Zo kan ook Jezus doen. En Jezus doet zo. Hier is een opening voor hemelse gaven. Het leven is niet gesloten. Het hart is ontvankelijk. Het is dat geloof, dat Jezus wacht. Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen (Mt. 3: 2). Bekering is nodig; andere gedachten.

Deze wereld is niet dat afgesloten ding, waarvoor we het vaak houden. Men kan dat weten als men erop let, wat ervan te maken is. Naast elkaar twee kinderen. 't Ene gaat de tredmolen in. 't Andere schept een nieuwe wereld. Eenzelfde zon gaat er op over bozen en goeden. Eenzelfde regen, over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (Mt. 5 : 45). Eenzelfde maaltijd. De één een voedering, de ander een feestmaal, groen moes met liefde (Spr. 15 : 17). Eén dood. De één een ondergaan, de ander een doorgang tot het eeuwige leven. Zo is 't leven geen gegeven ding, maar geloofszaak. Zoveel ge gelooft, zegt Luther, zoveel hebt ge.

Dat brengt echter wijziging in de natuur van 't leven. Wiskunstig is er niet meer dan zoveel. Waar gij staat, kan een ander niet staan. Wat gij hebt, kan een ander niet hebben. Het geloof verandert het. Emanuel Swedenborg. Geen engel stond de ander in de weg. Hoe kan dat? Lijden is negatief; voor de ander. Liefde is communicatief; tezamen. Dan wordt het een andere wereld.

De eenvoudigheid van deze wereld. 't Lijkt een onmogelijkheid. Maar voor Jezus niet, en voor de hoofdman ook niet. Deze wereld toont allerlei gelijkenissen. Zo dagelijks weg. De officier en de soldaat. Zo zijn er meer gelijkenissen. De Kananese vrouw; kruimkens voor de hondekens (Mk. 7 : 28). Jezus' eigen gelijkenissen. Deze mensen overtreffen Jezus in gelijkenissen. Dat is geloof.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Lukas 6: 12-16LarenLukas 9 : 23 →