Lukas 24 : 1-8
Pasen is het feest van de morgenstond der eeuwigheid. Wij zijn dan met het Evangelie op de andere oever. Van het begin af gaat het naar beneden, in de diepte, eindelijk in de doodsrivier. Maar dan, aan het slot, in 't laatste hoofdstuk, zijn we er. Dan zijn we waar we wezen moeten, waar 't Evangelie heen wil: op de andere oever.
Zo moeten wij 't hele Evangelie bezien. 't Is een kruisweg om bij 't licht te komen. En als 't licht bereikt is, is 't Evangelie uit. Niet vroeger. In 't licht van Pasen moet al 't andere bezien: de geboorte, de doop, de verzoeking, de prediking, de tekenen, het lijden, het kruis. Het staat er alles te baden in opstandingslicht. De wereld, de schepping staat niet in 't licht van eigen heerlijkheid. Ze wordt beschenen. De liefde Gods straalt van boven erop neer. En om tot dat schijnsel te komen, heeft Jezus de diepe weg des kruises gekozen. De kruisweg is de lichtweg. En de lichtweg is de kruisweg.
Op de eerste dag der week, zeer vroeg in de morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen die zij bereid hadden, en sommigen met haar (vs. 1).
Het is een goddelijk ding, het Evangelie. Onze ziel kan er slechts 'Amen' op zeggen. Zij kan het zelf niet maken. De andere oever is ver en de doodsrivier is breed. De liefde Gods is een zee van licht. Maar de schuld is een zwart werelddeel. Wie kan er doorkomen?
De vrouwen bereidden specerijen. Zij hebben verstand van de dood. Zij kunnen goed balsemen. Dat kunnen ze: de doden goed houden. Jezus zei het al: Laat de doden hun doden begraven. Maar gij, volg Mij na (Mt. 8 : 22)! Jezus zegt het nog, maar ze kunnen niet. Ze willen Jezus begraven. Er is liefde in die daad, aardse liefde, maar de Heilige Geest is nog niet gekomen. Het licht van de andere oever zien ze nog niet. Het Evangelie is nog geen Evangelie. Als ze Jezus begraven hadden, dan was het Evangelie geweest: Petrus en de vrouwen en Jezus dood.
Maar neen: zij vonden de steen afgewenteld van het graf. En ingegaan zijnde vonden zij het lichaam des Heren niet (vs. 2 v.). Dat komt anders uit dan ze gedacht hadden. Er is deze opening van het graf; naar de andere zijde? Het graf is niet dicht, niet donker? Breekt daar een lichtstraal in het Evangelie? Als wanneer iemand door een lange donkere tunnel loopt, en het daglicht ziet. Dat geeft een heel andere kijk op de wereld. Wanneer dit leven nu eens een doorgang was tot het eeuwige leven, en de dood de poort tot dat leven! Wij hebben dan altijd goede moed, zegt Paulus, wetende... (2 Kor. 5 : 6). De vrouwen zien even door de laatste scheidswand. Het Evangelie wordt Evangelie. De Opstanding is de kracht van het Evangelie.
Zij worden daarvan twijfelmoedig (vs. 4). Teleurstelling dat de dood geen dood meer is.
Twee mannen in blinkende kleding, van de overzijde. Zendelingen op aarde. Als ze zeer bevreesd werden en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij de levende bij de doden (vs. 4 v.)? De logica der hemelingen. Hoe licht en gemakkelijk is deze redenering! Ons veel te licht. Wij vatten het zwaar op. Wij hebben de duisternis liever dan het licht (Joh. 3 : 19)! Wij neigen het aangezicht naar de aarde. Vreemd, zo moeilijk wij het Evangelie horen. Wij zijn zo verstandig, zo gewichtig, zo deftig, zo zwaartillend. Een gans, een eend, meer dan een leeuwerik, een nachtegaal. Zo over de dingen heen te lopen, over alle bezwaren.
God is de God van de morgenstond van de nieuwe dag. Zijn goedertierenheid is elke morgen nieuw (Klaagl. 3 : 22 v.).
De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage weder opstaan. En zij werden indachtig aan zijn woorden (vs. 7 v.). Zo moet het. Er is noodzakelijkheid in de hemelse logica. De profeten van Jezus hebben het gezegd. Dan worden zij indachtig. Zij denken terug. Wij moeten terugdenken. God zegt het ons reeds.