Lukas 19 : 1-10
Onze tekstwoorden bevatten het Evangelie in een notedop. De hele geloofsleer: zonde, verlossing en dankbaarheid. Tollenaars met zondaren genoemd. Hier een overste der tollenaars, een grote zondaar. En hij was zeer rijk (vs. 2). Dat is juist bij een tollenaar een reden om hem bij de zondaren te rekenen. Zo tekent het Evangelie met een paar lijnen de figuren in zijn prediking. Een rijke man, in purper en zeer fijn lijnwaad; een arme, wie de honden de zweren lekken (Lk. 16 : 19-21). Zo hier: een overste der tollenaars, en hij was zeer rijk.
Een zeer rijke overste der tollenaars, dat was voor de vrome Israëliet, voor Farizeeër en schriftgeleerde, iemand, waar men niet in huis komt. Hij telde in de Joodse kerk niet mee. In de maatschappij moest men wel met hem in aanraking komen. Maar de geestelijke dingen, daar stond zo iemand buiten. Wat een tollenaar voor de rechte Israëliet was, dat kunnen wij niet meer navoelen. Zacheüs en de tollenaar uit de gelijkenis zijn daar oorzaak van. In het Evangelie anders. De grote liefde Gods. Daar wordt de laatste de eerste (Mt. 20 16). De tollenaar gaat gerechtvaardigd naar huis, meer dan de Farizeeër (Lk. 18 14). Maar dat krijgen ze van het Evangelie. De zaligheid en de hemel zijn een grote verrassing voor de zondaren. Zo voor de moordenaar, maar ook voor Zacheüs. Hij had er 's morgens niet op gerekend.
Hoe zal het zijn met christenen? Die zullen misschien zeggen: Dat had ik altijd wel gedacht. Zal het element van verrassing eruit wezen? Is er tweeërlei zaligheid? Met en zonder? Hoe zal het komen met de negenennegentig rechtvaardigen, met de oudste zoons, met de Farizeeër uit de gelijkenis? Waar zullen die de blijdschap vandaan halen, die de hemel tot de hemel moet maken? Zullen zij hier God kunnen danken, dat ze niet zijn als de tollenaar, en dan in de hemel toch naast hem zitten?
Zacheüs heeft plaats voor blijdschap. Het Evangelie is voor hem verrassing. Was hij een heilbegerige? Hij wilde Jezus wel zien. Maar het kon ook nieuwsgierigheid zijn. Misschien was de gedachte, dat hij iets met Jezus te maken kon hebben, hem helemaal vreemd. Zo lijkt het wel. Hij wou kijken en was klein van persoon. Derhalve in de boom (vs. 3 v.). Dit alles is zo gewoon. Wij zullen er maar niets bij doen. Dan blijven er over: Zacheüs, de overste der tollenaars, en hij was zeer rijk; en: Jezus, die door die weg voorbijgaat. Wij fantaseren er niets tussen.
Jezus zet de dingen ook zo neer: de zonde, de ellende, en: de liefde Gods. Dan is er plaats voor verrassing. Ook in dat opzicht is er reden tot zelfonderzoek. Is er plaats in ons leven voor zo'n uitnodiging, die Zacheüs kreeg? Dat wil zeggen: Evangelie horen, vandaag voor 't eerst.
Gij zult zeggen: Ik heb 't meer gehoord. Ik ben al een beetje gearriveerd. Ik hoor al een beetje bij Jezus. Jezus kan mij niet meer voor de eerste keer vragen. Ik zit al bij Hem op 't stoeltje, - of ernaast. Zo'n overste van de zondaren ben ik niet meer, en als ik wat geld heb: nu, wat hindert dat? Ik ben ook geen tollenaar. Zo nodig als Zacheüs heb ik de liefde van Jezus vandaag niet. Ik heb 't meer gehoord. Voor hem was het de grote dag van zijn leven. Voor mij niet zo.
Dat heeft zijn voordelen. Zacheüs gaf de helft van zijn goed aan de armen (vs. 8). Zijn rijkdom was ook een beetje donker, wat zwart. De mijne niet, en daarom vertel ik Jezus ook niet precies wat ik in de collecte doe.
Gemeente, het gaat een vreemde kant uit, als wij maar een millimeter van 't Evangelie afgaan. 't Is of men de duivel hoort praten. Het Evangelie moet elke dag vat op ons leven hebben. De blijdschap moet totaal zijn. Onze ellende blijft ook totaal. Eeuwig Evangelie.
Zacheüs is vooruitgelopen en in een wilde vijgeboom geklommen. Hij zit daar in 't verborgen. Maar de hemelse Vader ziet in 't verborgen (Mt. 6 : 4, 6, 18). En de Zoon is als de Vader. De uitwendige verborgenheid is geen bezwaar. Jezus kan ons best vinden. Dat verborgene bevalt Hem wel. Hij is zelf ook niet altijd openbaar. Dat Hij de Christus was, moest de hemelse Vader aan Petrus openbaren (Mt. 16 : 17). Hij had het zelf niet verteld. Het hele koninkrijk Gods is een verborgenheid en wie ertoe behoren is Gods geheim.
Zacheüs in de bladeren van de boom, dat trekt Jezus aan. Als gij u een beetje verscholen hebt voor Jezus - en dat zal wel -, dan hindert dat Hem niet. Als gij er maar uit wilt komen. Zacheüs, haast u en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven (vs. 5). Hier straalt de heerlijkheid van het Evangelie in volle luister. Een mens heeft een kans in dit leven. Jezus van Nazareth gaat voorbij.
Verborgen ter zijde van de weg, het ene ogenblik. Geroepen, bij name geroepen, door Jezus, het volgende. Hebt gij nog genoeg verborgenheid aan u, om dat mee te maken? Of zijt gij reeds tot gevestigde christelijke stand gekomen, of goddeloze stand? Kunt gij nog verrast, verbaasd, verblijd zijn, als Jezus u bij name roept? Of zijt gij zo'n openbare christen, dat het Jezus fel in de ogen schijnt? Met andere woorden: is er nog plaats voor een uitnodiging, voor roeping, als bij Zacheüs?
Dat heeft zijn schaduwzijden. Zacheüs ontving Jezus met blijdschap. Daar was plaats voor. Maar de mensen zeiden: Hij is tot een zondige man ingegaan om te herbergen (vs. 7). Dat Zacheüs nu niet een beetje in ere kwam! Dat hij een zondige man genoemd werd, en Jezus om hem gesmaad werd: vriend van tollenaars en zondaren (Mt. 11 : 19), dat is heel erg. Dat de afstand zo groot is. Jezus niet tot ere strekken, maar tot schande.
Ziet uw leven er zo uit? Is het verschil tussen uw toestand en het Koninkrijk zo opvallend? Moet er zoveel veranderen? Ja, zoveel moet er veranderen. De wereld kan het niet bijhouden. Jezus' komst is haastig. Het Koninkrijk is nabij. Als Zacheüs tot Jezus komt, dan is dat een grote sprong. De helft van z'n leven blijft achter; de helft gaat mee. Zo groot is de overgang.
Zoon Abrahams (vs. 9). In Abrahams schoot (Lk. 16 : 22).