Johannes 1 : 14a
Het Woord is vlees geworden.
Johannes 1 : 14a
"Och, zing mij nog eenmaal het oude lied van Christus, mijnen Here, ⚑van hemelse dingen op aarde geschied!"
Dat is de begeerte, waarmee wij allen op de kerstmorgen ter kerke gaan. En wij mogen het weer horen. 't Is een lied van hemelse dingen op aarde geschied. Maar hoe verborgen is die geboorte van de Zoon Gods. Hoe diep daalt Hij neer in het vlees. Hoe gelijk is het hemelse lied geworden aan het aardse, het goddelijke aan het menselijke.
Welk een verborgenheid is daarin, dat het Woord vlees is geworden. Het Woord, dat is Hij door wie God hemel en aarde gemaakt heeft, aan hetwelk alle macht gegeven is in de hemel en op de aarde (Mt. 28 : 18). Dat Woord was verschenen aan de aartsvaders. Mozes had zijn schijnsel gezien bij de braambos. Het zette de berg Sinaï in vuur en vlam. Later vervult het soms de tabernakel en de tempel. God maakt een verbond met Abraham. Hij maakt Mozes zijn Naam bekend. Hij geeft zijn wet op Sinaï. Hij woont in de tempel onder zijn volk. En altijd is het Woord de Middelaar.
En nu beloofde God aan zijn volk, dat Hij nog op een heel andere wijze zou komen. Hij heeft Hem gezalfd, zegt Psalm 2, over Sion, zijn heilige berg (Ps. 2 : 6). Hoe zal dat wezen als het Woord, door hetwelk God alle dingen gemaakt heeft en zonder hetwelk er geen ding is dat gemaakt is (Joh. 1 : 3), het Woord, waardoor God zich aan de vaderen verbond, waardoor Hij hen verscheen toen zij slaven waren, waardoor Hij hun zijn wetten gaf en bij hen woonde, - als dit Woord volkomen zal geopenbaard worden?
Dit wekt verwachtingen en het Oude Testament loopt geheel op die verwachting uit. Steeds minder wordt ervan gezien, en steeds meer wordt het een horen. Een Woord. Het begint op zichzelf te gelijken. Woord is het en Woord wil het wezen. Belofte. Nog niet gezien, nochtans geloofd (Joh. 20 : 29). Indien maar geloofd. Welk een geschiedenis van lijden en wachten. Wat zal het einde zijn? Zal het ooit komen? Vergeet God zijn beloften? Vroeger ja, toen verscheen Hij, toen was er soms een licht en vuur, een glans, een God. Maar nu altijd woorden, altijd wachten.
Heeft God dan niet door het Woord de hemel en de aarde gemaakt? Is zijn Woord dan geen wet, geen gebod? Gehoorzaamt de wereld dan niet aan God, en is dat een God, die niet gehoorzaamd wordt? Wordt het dan niet licht om God heen als bij Mozes en op de Sinaï? Kan ieder niet zien dat Hij God is?
Ja, men wist en weet dat God ook in het donker woont. In het allerheiligste brandt geen lamp. Maar daar komt alleen de hogepriester. Zal dat ook zo zijn als de vervulling komt? Neen, dan denkt men aan licht, aan macht, aan heerlijkheid.
En nu komt het in de kerstnacht. Het Woord wordt vlees; niet alleen mens, maar vlees, dat is de zwakke, de mens die aan de dood onderworpen is, om der zonde wil. Christus wordt geboren en in de kribbe gelegd. Nederiger kan het wel niet. Reeds nu:
"Is dat, is dat uw Koning, ⚑dat aller vaadren wens?"
Is dat het Woord, door hetwelk God alle dingen gemaakt heeft? Maar het is vlees geworden. Het is dichter bij ons gekomen. Het heeft onder ons gewoond (Joh. 1 : 14).
Toen de herders een teken kregen omtrent het kindeke, heette het: Gij zult het kindeke vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe (Lk. 2 : 12). Welke kribbe? Hun eigen kribbe: de kribbe in hun eigen stal. Daar legden de herders hun eigen kinderen niet neer. En daar zijn ze zelf ook als kinderen niet neergelegd. Wordt de Zoon Gods dan te vondeling gelegd in de wereld? Is er voor Hem alleen geen plaats?
Het schijnt zo. Het Woord is vlees geworden: verborgen, zodat wij het niet zouden kunnen vinden. Wanneer wij Jezus zoeken in de wereld, zoeken wij meestal te hoog. De engelen en de profeten moeten ons helpen om de blik lager te richten, God te zoeken in het vlees.
Waar is uw zoeken mee bezig in deze wereld? Waar zetelt uw christendom? In een oude traditie, een respectabele overlevering? Een zuivere kerkleer? Is het u een goede gewoonte?
Het Kerstfeest herinnert u dat het Woord vlees geworden is. Als gij het ontdekken zult, zal dit u een teken zijn: gij zult het moeten vinden in de kribbe; op een plaats, die u al lang eigen is, en waar gij Hem niet zoudt verwacht hebben. Het Woord is vlees geworden. Christus is in de kribbe gelegd. In ons eigen vlees. De doornen die ons daarin steken, hebben Hem tot een kroon gestrekt. De dood des vleses moet Hij sterven, de weg van alle vlees. Hij moet gedoopt worden, de reiniging van het vlees. In die kribbe is Christus gelegd. De kindermoord van Bethlehem. Het lijden en sterven op Golgotha.