O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Johannes 1 : 14aLarenJohannes 20 : 24-29 →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 336–338

Johannes 1 : 14a

Het Woord is vlees geworden.

Johannes 1 : 14a

Johannes geeft de betekenis van het Kerstevangelie, zoals Lukas het verhaal geeft: wat de zin is van het feest dat wij vieren. En daarom is de proloog, de voorrede van dit Evangelie steeds van grote betekenis geweest voor de kerk. De incarnatie, de vleeswording des Woords is één van de stukken, waarin de grote kerkleraren zich altijd weer hebben verdiept. En toch blijft het een troost voor de eenvoudigen, de armen van geest. Een middeleeuws rijmpje luidt:

"'t Vleesgeworden Woord,
Bij arm liên te huis behoort."

Het zijn twee kanten van één Evangelie. Lukas 2: het verhaal; voor kinderen, zeggen wij bijna: de kribbe, de herders en de engelen. En Johannes 1: de wijsbegeerte, de theologie van het Kerstfeest, de diepe bezinning over het Woord in het vlees. Maar ook dit laatste is voor de kleinen, de armen, de zachtmoedigen, de vreedzamen, de kinderen Gods. Zij zullen weten wat er gebeurde in de nacht, toen Jezus geboren werd, toen de hemelpoorten opensloegen en de Zoon Gods op aarde kwam, toen het Woord, dat in den beginne bij God was, en God was (Joh. 1 : 1), toen dat Woord vlees werd.

God heeft ons dat duidelijk geleerd in de evangeliën. Het zijn de herders uit het Evangelie van Lukas aan de ene zijde, en de Wijzen uit het oosten uit Mattheüs 2. Beiden komen tot de kribbe. Beiden aanbidden zij het kindeke. Maar de herders krijgen de duidelijkste boodschap: 't meest direct uit de hemel. Een engel en een engelenschaar. De Wijzen uit het oosten alleen maar een ster. Het is een veel natuurlijker, maar veel minder helder licht dan dat, hetwelk de herders omscheen. Het brengt ook tot de kribbe, maar na welk een lange reis, na hoeveel omzwervingen.

Dat is ons een aansporing om ook met het Johannesevangelie, met de vleeswording des Woords aan de eenvoudige kant te blijven, aan de zijde van de herders. Dan zullen wij er het gauwst de troost van hebben en komen tot knielen en aanbidden.

Wat is dat Woord, dat vlees geworden is? Johannes zegt: Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt, en in hetzelve was het leven, en het leven was het licht der mensen, en het licht schijnt in de duisternis (Joh. 1 : 3 vv.). Dat zijn geweldige dingen, beginselen van deze wereld: ons bestaan - ons leven - en het licht, waarbij wij alle dingen zien. Dat alles is het Woord. De grond van ons bestaan het beginsel van uw leven - het licht dat uw verstand bestraalt. De Middelaar tussen God en uw bestaan, tussen God en uw leven, tussen God en uw denken. Hoe lang konden de Wijzen uit het oosten daarover nadenken. Wat een diepe wijsbegeerte heeft de kerk. De sacramenten, de kerk, de cultuur.

Maar die kant willen wij er nu niet mee uit. Wij houden ons aan de kant van de herders. 't Is nu ook geen tijd daarvoor. Wij zoeken nu de troost voor de armen, de zachtmoedigen, de hongerigen en dorstigen, de vreedzamen. Het Woord is vlees geworden. Het Woord, dat is ons zo na als ons bestaan ons zijn en wezen is, het leven aan onze ziel en lichaam, het licht aan ons verstand en ogen. Dichterbij kan het niet. Gij zijt er helemaal bij betrokken. Het was in den beginne bij God, en het was God. Voor tijd en eeuwigheid. Met lichaam en ziel, hand en voet, oog en oor zijt gij bij dat Woord betrokken.

Zal het Woord voor of tegen u zijn? Zal het u dragen of laten vallen; behouden of verderven? Zal het leven zijn of dood; licht of buitenste duisternis? Wat zal het antwoord zijn? Bedenkt u eerst goed. Het is u nader dan uw eigen bestaan. Het is het leven van uw leven, het licht dat verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld (Joh. 1 : 9). Gij zult niet kunnen liegen. Zal het behoud, leven en licht zijn, of verderf, dood en duisternis? Bedenkt dat gij een zondig, sterfelijk mens zijt. En het Woord was bij God, en het was God. Durft gij dan wel zeggen een kind van God te zijn? Hebt gij daartoe macht en recht?

Van deze kant komen wij er niet, van de kant van de wijsheid. Maar het dwaze Gods is wijzer dan de mensen (1 Kor. 1 : 25). Het Woord is vlees geworden. Dat is uw behoud. Dit zal u een teken zijn: gij zult het kindeke vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe (Lk. 2 : 12). - Van wie was die kribbe, gemeente? Van de herders? Voor hun vee? Indien niet precies hun eigen, dan toch als hun eigen. Zo'n kribbe hadden zij ook. Daar zou Jezus in liggen. Hoe anders komen zij dan tegenover het Woord te staan. In hun kribbe, waar zij hun eigen kinderen nog niet eens in wilden leggen, daar lag nu Jezus, het vleesgeworden Woord.

Nu was de schrik verdwenen: de schrik van het verloren paradijs, van de rokende berg Sinaï. Het Woord dat ritselt in uw eigen bestaan, dat de polsslag is van uw leven, het licht van uw bewustzijn, dat uw zitten en uw staan weet, en het geheimste van uw gedachten als er nog geen woord op uw tong gekomen is (vgl. Ps. 139 : 2, 4), - dat Woord wordt als gij geboren, eenvoudig, armer dan gij. Het zal gedoopt worden als gij; het zal lijden, meer dan gij; het zal sterven een smartelijke dood; het zal begraven worden. Het wil met u zijn en voor u zijn, met u opstaan, met u leven. Het Woord is vlees geworden. Dat is een Evangelie.

Het vlees, dat is de kribbe waarin Christus gelegd is; vlees als ons vlees. Vlees, dat is nog iets anders dan mens. De mens wil nog waarde hebben. Het vlees, zo leert Johannes, dat is het nietige in ons, het verderfelijke, het zondige, het duistere. Het staat vlak tegen het Woord over. Bestaan in den beginne, leven, licht - ons vlees is het tegendeel. Bestaat gij? Leeft gij -ja, leven? Wandelt gij in het licht? Ons vlees heeft Christus aangenomen. Hij is het geworden. In de kribbe ligt Hij. Dat is in ons vlees, op een plaats, in onze plaats, waar wij niet hopen te komen; nedergedaald ter helle. Dat is het Kerstevangelie.

Wanneer wij soms denken: Waar is God?, dan zegt Johannes: Hier is uw God; Hij is vlees geworden. Soms zouden wij 't liever anders hebben: God niet zo diep in het vlees. Kracht en macht boven ons, die maken kan en breken. Goddelijke wet onder ons, die zich doet eerbiedigen in de wereld. Licht en leven om ons heen, die het aangenaam maakt om te leven. Johannes zegt echter dat de duisternis het licht niet heeft begrepen (Joh. 1 : 5). Hij is zo diep in het vlees gekomen. Het Evangelie is zo dwars. Er moet zoveel zonde verzoend worden.

Het Woord is vlees geworden. Het kindeke lag in de kribbe, in de doeken van onze zonden, in de windselen van onze dood. Wij zouden het een betere wieg toegedacht hebben, maar God heeft het zo gewild. En dat is onze zaligheid. Want als het nu gaat om te zijn of niet te zijn, om leven of dood, om licht of duisternis in de wereld; als de angst ons aangrijpt om deze nood, nood der ziel en nood des lichaams, - dan is Christus altijd dieper nog in het vlees gedaald. Hoe meer wij zinken, hoe nader bij Hem.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Johannes 1 : 14aLarenJohannes 20 : 24-29 →