Handelingen 2 : 41-43
Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en daar werden op die dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen. En zij waren volhardende in de leer der apostelen en in de gemeenschap en in de breking des broods en in de gebeden. En een vrees kwam over alle ziel, en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen.
Handelingen 2 : 41-43
Onze tekstwoorden maken ons getuigen van het ontstaan der eerste christelijke gemeente. Wat is dat: een christelijke gemeente? Dat is een kring van mensen, die zich verenigen om hun harten open te stellen voor de barmhartigheid Gods. Beter dan anderen zijn ze niet. De Farizeeër en de tollenaar (Lk. 18 : 9-14). Eigenlijk weten doen zij ook niet meer dan anderen. Paulus zegt dat het Evangelie waarin zij geloven, bij de mensen een dwaasheid is (1 Kor. 1 : 18, 23). Zij geloven in zo'n dwaasheid. Zij geloven dat God barmhartig is, terwijl de wereld die God geschapen heeft, is zoals die is. Zij geloven dat God barmhartig is, terwijl zij weten hoe onbarmhartig zij zelf kunnen zijn. Lijkt dat niet een dwaasheid?
En toch komen bij de eerste christelijke preek drieduizend mensen tot het geloof aan deze waarheid. Van alle kanten waren zij gekomen. Maar in één ding kwamen zij overeen: zij wilden erbij zijn, nu het op het Pinksterfeest bleek, dat men in Jezus God kon kennen, dat God zo is als Jezus was, en dat zijn werk op aarde doorgaat.
Jezus had gezegd: Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen het aardrijk beërven (Mt. 5 : 3 vv.). Dat zijn mooie spreuken. Maar zij zien er wat dwaas uit. Zijn ze waar? En nu blijkt op het Pinksterfeest dat het woorden van God zijn. God staat erachter en met zijn geweldige Geest past Hij ze toe aan de harten. Daarom lopen deze drieduizend mensen te hoop en zij geloven. God heeft zijn trouwe hand in de wereld uitgestoken. En zij grijpen die aan. Deze harten gaan voor God open.
Wat is dat mooi als een hart opengaat. Lydia: de Heer opende haar hart (Hand. 16 : 14). En dan komt de Geest van God en gaat in dat geopende hart, met verzoening, met vrede, met al die dingen, die een dwaasheid lijken in deze wereld. En als die erin zijn, dan woont Jezus in het hart. Want Hij is de Priester der verzoening, en de Koning des vredes, en daarom is Hij de grote Profeet der waarheid. Waarheid krijgt men niet door met koele hersens te zitten denken. Waarheid is het zegel der verzoening en een kus des vredes. Waar hemel en aarde, God en het hart elkaar aanraken, daar is waarheid. Dat is in Jezus Christus gebeurd, en daarom is de Heilige Geest de Geest der waarheid.
En zij waren volhardende in de leer der apostelen. De leer der apostelen, dat is de prediking van Jezus Christus. De leer der apostelen verschilt van andere leringen hierin, dat het een boodschap van God is, uit de hemel. Het is een Evangelie, een blijde boodschap. Alle andere leer is onvoldoende. Wat geeft het als wij theorieën opstellen, waarvoor de stukken ontleend zijn aan de ellende in deze wereld. Wanneer wij dan iets vinden wat wij waarheid noemen, dan is het de waarheid van de wanhoop.
De leer der apostelen komt buiten deze wereld vandaan. Kerstmis, Pasen, Pinksteren, dat zijn drie openingen in het leven, naar de hemel toe. En door die drie poorten komt de verlossende kracht, komt de Troost en komt Christus, komt het Evangelie en breekt in de gevangenis van ons leven in. Deze leer der apostelen is het Evangelie van Jezus Christus. Jezus zendt de apostelen in de wereld, zoals God de Vader Jezus Christus in de wereld gezonden heeft (Joh. 20 : 21). Door het te horen, moet men het leren geloven. Het is een mededeling van Godswege. Zo is het leven, zoals God het bedoelt in de herschepping: open naar boven, zodat God erin kan komen; open nog eens, zodat de dood ons niet houden kan; open ten derden male, zodat zijn Geest in onze harten kan wonen.
Dat is de leer der apostelen. Het is geen wereldbeschouwing, maar een prediking van hemelse dingen, op aarde geschied. Door die openingen in het leven ademt de christelijke gemeente. Wat er christelijk in de wereld is, dat is hierin gegrond. Er zijn wel openbaringen van christelijk leven, maar de zaak zelf is een verborgenheid. De christelijke gemeente is er, waar zielen toelopen om de leer der apostelen te horen, en die daarin volharden.
En in de gemeenschap. In de Twaalf artikelen: Ik geloof in een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen. De gemeente is naar boven open, maar de zielen zijn ook voor elkaar open. Er is een gemeenschap der heiligen. Die heiligen zijn weer niet beter dan anderen. Zij weten ook niet meer dan anderen. Het zijn arme, zondige mensen. Maar zij zijn voor elkaar open.
Weet gij hoe nodig het is, dat zondige harten elkaar ontmoeten in het heilige, in de Heilige, in Christus? Dat de banden des doods, van het fatsoenlijke dood-zijn, van de conventionele afspraken, de alledaagsheid, dat er niets hogers is dan het dak van het huis en niets diepers dan het gezellige babbeltje, - dat dat verbroken wordt, en er een gemeenschap in het heilige is, in Christus? Wanneer dat niet gebeurt, dan zit daar, achter een muur van onbetekenende dingen, een mens, een ziel gevangen en gebonden; een ziel, die geschapen is voor de hemelse kennis: het geloof, voor het blijdste werk: de hoop, voor het warmste element: de liefde, - die ziel verwaarloost de bevrijdende gemeenschap en kent niet de heiligende kracht daarvan.
En in de breking des broods. Dat is het gedachtenismaal aan Jezus Christus.
En in de gebeden. Daarmee houden zij verband met de Heer. De gemeente ontvangt alles van Christus. Bidden, spreken met God, dat is leven.