O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Handelingen 2 : 1-13LarenHandelingen 2 : 6b →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 349–351

Handelingen 2 : 1-14

Wij gaan heden het Pinksterfeest vieren, het feest, waaraan onze ogen en onze fantasie het minst houvast hebben. Een kijkspel kunnen we er niet van maken. Jezus' geboortefeest is geliefd bij de schilders, en Jezus' lijden wordt ons in alle tonen door Bach voor onze oren gezongen. Maar Pinksteren is het feest voor het hart.

Op het Kerstfeest gebeurt wat het oog niet heeft gezien, op Pasen wat het oor niet heeft gehoord, op Pinksteren wat in het hart der mensen niet is opgeklommen (1 Kor. 2 : 9). Kerstfeest is als een tweede schepping, het lijden en de opstanding als een echte wereldgeschiedenis; Pinksteren is de voleinding, de toepassing, de vertroosting.

Toch heeft ook dit feest z'n geschiedenis, die u werd voorgelezen. Kort, raadselachtig, geweldig en goddelijk. Maar ook nabij het hart, in onze taal. Aangrijpend, verbazingwekkend, maar ook vertroostend, vergaderend. Hier is storm, vuur, de stem van God. Maar hier is het niet meer een herder en een wijze, niet een groepje discipelen; hier komen de volkeren tot het Evangelie.

De discipelen waren van de Olijfberg naar een opperzaal gegaan (Hand. 1 : 12 v.); waarschijnlijk dezelfde van het Avondmaal. Hier wachtten ze.

Op het Pinksterfeest heeft dan plaats wat Handelingen 2 ons vertelt, en wat we beter kunnen beluisteren dan ons voorstellen: wind, vuurtong en taal. Nog iets van Mozes en de berg Sinaï, iets van Elia op de Horeb; maar we zijn hier al in een kerk. Er is een dak boven hun hoofd. Geen bliksemvuur, geen storm in de natuur, geen donderstem Gods op de wateren.

Het is een preek; wat geweldiger, wat bewogener, wat geheimzinniger dan wij meestal horen, - toch een preek. De Geest die de predikers vervult is hoorbaar. Het vuur dat hen bezielt is zichtbaar. Hun taal slaat dwars door alle taalregels heen en treft de harten. Alles is groot en geweldig. Maar 't heeft de kenmerken van prediking en gaat spoedig over in een ordelijke, gewone preek als Petrus opstaat.

Pinksteren is het feest van de Geest, die door het Woord op onze harten werkt. Het is van God, die ons troost in onze eigen taal, zodat we Hem verstaan en vertrouwen.

Verstaan wij goed, waarom wij feestvieren? Wanneer iemand God kent, buiten de Zoon en de Geest om, kan hij nog wel godsdienstig zijn. God is de Schepper, en overal, waar ge uw voet zet, is Hij. Al wat ge aanraakt is van Hem. Het is heilig. In de kerk hoeft ge niet te komen, een preek hoeft ge niet te horen, de Doop niet te ontvangen, het Avondmaal niet te vieren, - ge kunt toch godsdienstig zijn. 's Morgens als de zon opgaat: Er zij licht. De hemel is zijn kleed, de aarde het tapijt in zijn tempel. Dan hebt ge met mensenwoorden niet te maken. Overal is God. "Op bergen en in dalen." Gij viert uw godsdienst in de tempel van ongekorven hout; in 't bos of op het veld. Maar dan zijt ge een heiden, geen christen. In de schrik en de eerbied voor God in de natuur overtreft de heiden de christen.

Maar men kan ook christen zijn zonder recht Pinksteren te vieren. Dan blijft men in de evangeliën met gewijde aandacht. Men zoekt zich te verdiepen in Jezus' werken, woorden, lijden, sterven. Men gaat tot Jezus in 't Evangelie. Men verlaat z'n eigen leven. Men wil met Jezus lijden of Jezus navolgen. Rome leeft zo in 't Evangelie. Men krijgt zo niet de troost van 't Evangelie.

Pinksteren laat ons zien dat wij niet tot de Schepper gaan, niet tot Christus gaan. Vader en Zoon komen in de Heilige Geest tot ons. Ge hoeft met God niet ten hemel op te klimmen, niet met Christus in de hel neer te dalen (vgl. Rom. 10 : 6 v.). Gij arme zondaar, blijft waar gij zijt. Gij laat u door God troosten: dat is Pinksteren. Gij kunt met God niet schouwend en scheppend door de hele wereld gaan. Ge kunt niet met Jezus het hele werk volbrengen. 't Is voor u geschapen, en voor u volbracht. De Heilige Geest komt het u zeggen en prediken in uw eigen taal.

De hele wereld is te veel voor u. Het hele Evangelie ook. De Heilige Geest brengt het u bij stukjes en beetjes, naardat ge 't van node hebt. De Heilige Geest is ook God, maar het goddelijke wordt u in woorden gegeven. Geen stormen en vlammen als op Sinaï. Een kerkstorm. God de Heilige Geest breekt het Evangelie in stukjes, en voert u als een kind. Vandaag is dit uw moeilijkheid. De Heilige Geest preekt. Gij hoort... een woord voor u.

Daarom vieren we feest, omdat God ons de prediking gegeven heeft en de kerk; maar meer ook: de roeping door zijn Woord, rechtvaardiging, heiliging, verheerlijking.

Dat God blijkt de Trooster te zijn, dat kan men in de schepping zo niet zien, in 't Evangelie niet overal lezen. Het kruis is ontzaglijk. De Heilige Geest is God de Trooster. Dit is het einde van de dingen. Schepping - Geschiedenis - Voleinding. Vader - Zoon - Geest. Het einde is troost.

Past u dat niet? Gij zijt op de wereld geschapen! Ge staat midden in 't leven: geschiedenis. Maar 't einde? Troost: God de Trooster. Daarom deze grote wonde plek, die geschiedenis heet, met z'n Woord erin. Het mensenleven met z'n Woord.

Laat u dan troosten.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Handelingen 2 : 1-13LarenHandelingen 2 : 6b →