Handelingen 1 : 12
Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van de berg die genaamd wordt de Olijfberg, welke is nabij Jeruzalem, liggende vandaar een sabbatsreis.
Handelingen 1 : 12
De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren heet het Weeskind. Ik behoef dat niet uit te leggen. In 't kerkelijk jaar staat hij verweesd. Pasen is nu uit met de Hemelvaart, en 't is nog geen Pinksteren. Waaraan moet het Weeskind ons doen denken? De discipelen in Handelingen 1. Een mens is alle dagen een beetje een weeskind; tenminste de christen alle zondagen. Hij behoort niet meer aan deze aarde toe. Tenminste, hij is der zonde gestorven (Rom. 6 : 2). En alles is zondig.
Jezus is gekruisigd. Dat is: Hij is om onze zonden gestorven. En nu is de zonde dood. En Hij leeft. Dat is de betekenis van Jezus' dood. Als Jezus sterft, dan verliest de dood het en Jezus wint het. Precies als wanneer gij uw zonden bekent en belijdt; dan lijkt het of gij 't verliest, maar 't is andersom. De christen is der zonde gestorven. Zou hij nog lust hebben aan de zonde, nu Jezus om zijn zonden gestorven is? Zoudt gij de slang als huisdier willen hebben, wier beet uw vader of moeder het leven had gekost? Dat kan niet meer en mag niet meer. En nu leeft Hij Gode, omdat Hij der zonde gestorven is (Rom. 6 : 10).
Maar wat nu? Nu moet de Heilige Geest komen. Dat is niet gering. Gode te leven, dat moet de Heilige Geest leren. Dat moet een groot geschenk zijn. Dat is 't leven altijd wel, maar 't geloofsleven in 't bijzonder. In 't leven kan men nog menen: Ik ben er. Gij hebt handen en voeten, hoofd en hart. De heiden: God gaf ons 't leven; wij moeten zorgen goed te leven. - God gaf zijn wet. En u werd het alles zonde.
Maar nu komt het Evangelie. Het begint met der zonde afsterven. Wat in het Evangelie gepredikt wordt, is nog veel duidelijker een gave: Jezus' zaligsprekingen, genezingen, het Koninkrijk der hemelen. Als we nu zeggen: Begin nu maar te leven, - dan geeft het niets. De Heilige Geest moet 't schenken. Charismata. Matthias en Paulus. De gaven worden ook geschonken. Neem mensen als Paulus, Augustinus, Luther. Wat een ruimte in 't mensenleven.
Een mens is niet, maar wordt. Wat hij is, is hij niet. Wat hij wordt, dat is hij. Genadegaven. Behouden en verliezen. Ook in 't verborgen, hoofd en hart, hand en voet. Daarom is geloof nodig, meer dan ons begrip, meer dan ons hart, meer dan ons bestaan.
Het weeskind, - moet aangenomen worden. De gang van de Olijfberg naar Jeruzalem. Wilt gij plaats reserveren voor de genadegaven? Of is uw hoofd en hart al vol van andere dingen? Gij zijt gedoopt; misschien al aangenomen. Maar wat nu? Is nu alles klaar? Sommigen denken: Ik ben eraf. Geen nieuw begin, maar terugkeer tot de zonde. Wie vanuit 't Evangelie begint, zoals de discipelen, staat op een andere grond. Wedergeboorte. De mogelijkheden zijn oneindig. Durft gij ze aan? Wil het weeskind aangenomen worden?