Genesis 3 : 23
Zo verzond hem de Here God uit de hof van Eden, om de aardbodem te bouwen, waaruit hij genomen was.
Genesis 3 : 23
Geworpen. Het mensenleven ligt tussen twee paradijzen, het verloren paradijs en het herwonnen paradijs. In het eerste mag hij niet terugkeren, en in het tweede mag hij nog niet komen. Daarom zijn wij gedeelde wezens. Wij kijken graag over de schouder terug: weemoed. Wij zien soms vooruit: hoop. Het heden heeft een ondankbare taak. Dat is ook geen wonder: het leven tussen twee paradijzen.
Onwillekeurig vraagt ge waarom het heden niet wat meer heerlijkheid mag hebben. God heeft toch geen lust in het kastijden van zijn kinderen? Gij hebt de belofte: de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn, want de eerste dingen zijn weggegaan (Op. 21 : 4). Maar waarom staat dat alles in de toekomende tijd, zoals het ook in de verleden tijd staat? Moeilijke dagelijkse vraag. De vraag van het heden. Over het verleden kan men absoluut spreken; over de toekomst ook. Maar het heden is moeilijk. Toch is het de proef op de som, het bewijs der echtheid. De Heilige Geest, de Trooster, is echt.
Vader - oudheid - van de grondlegging der wereld.
Zoon - waarheid - er is geen andere naam.
Heilige Geest - echtheid - sacrament - heden.
Een ding is zeker van het heden te zeggen: God wil alle tranen afwissen (Op. 7 : 17). Die dingen van heden hebben dan toch een doel.
Soms wordt het heden anders gebruikt: het heden vasthouden, blijven in de zonde, een beetje zonde in het leven, toch duren. Zo wil God het niet. Hij wil dat gij de weg zult oversteken. Snelle loop van geboorte naar dood. Het heden is een doorgang. Zelfs de dood tussen verleden en toekomst een doorgang. God maakt het niet zwaarder dan nodig is. Aan de zonde is dat geneesmiddel verbonden. Het zachtste middel, zelfs de dood is Christus' hand.
Maar het heden houdt ook z'n positieve betekenis. Zo verzond hem de Here God uit de hof van Eden, om de aardbodem te bouwen, waaruit bij genomen was. Daarin ligt vernedering. Hij is uit het stof genomen. Hij zou erin moeten wederkeren. Rechtop. Maar nu: om te bebouwen. Hij wou aan God gelijk zijn. Nu moet hij maar eens proberen schepper te zijn. Gij zijt buitengezet; er is niets aan te doen. God geeft u een plaats. Hij zendt u buiten het paradijs. Maar niet in de buitenste duisternis. U mag ergens wezen. 't Is niet dat mooi verleden, niet die heerlijke toekomst, maar het heden. Toch ergens. De worsteling met het stof, distelen en doornen (Gen. 3 : 18).
Schoon heden: Er is licht. Er is kleur op alle ding. Soms zou de mens het ogenblik willen laten stilstaan. Maar zo niet, daarvoor laat het zich niet gebruiken.
Ernstig heden: Het heden is de plaats, waar Christus' kruis staat opgericht. Tussen de distelen en de doornen. En daarin is de doorgang en de overgang. Evangelie. Dat maakt het heden zo ernstig. Het is tenslotte niet een plaats voor uw genoegen.
Het is de plaats der verzoening tussen God en ons. Deze plaats, deze aardbodem, dit dagelijks leven, dit dagelijks brood, dit heden der genade, deze terugkeer tot het stof, deze bebouwing van de aardbodem, deze cultuur is een stuk van het Evangelie. Het Evangelie is geen ledig woord. Het is een boodschap, midden in uw leven.
Wees dan tevreden dat ge daar zijt. Maar bovenal, dat gij het Evangelie moogt horen. Afrekening met de dingen van het heden. Wees echt, dat is: laat u troosten. De Heilige Geest weet het alles wel. Sacrament. Ontveins u de dingen niet. Maar laat die Geest het Evangelie aan uw hart en leven leggen.