O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← 1 Korinthiërs 12 : 27LarenEfesiërs 1 : 13a →

Verzamelde Werken, deel 7 · Laren · p. 377–379

1 Korinthiërs 15 : 25 en 26

Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder zijn voeten zal gelegd hebben. De laatste vijand die tenietgedaan wordt, is de dood.

1 Korinthiërs 15 : 25 en 26

Koningen en vijanden, die komen in de wereldgeschiedenis veel voor. Maar er is maar één Koning en er is maar één vijand, zoals die in onze tekstwoorden voorkomen. Ik bedoel Koning Jezus en de vijand, de dood.

Dat de dood uw vijand is, weet ge wel. Van 't begin af weet ge dat. Met vrees des doods zijt gij der vergankelijkheid onderworpen (vgl. Hebr. 2 : 15). De schrik zit u in de leden. En gij behoeft van die vijand niet op pardon te hopen. Hij zal u niet overslaan of vergeten.

Dat Jezus Koning is en heersen moet, kunt ge ook weten. Maar gij weet het niet op dezelfde wijze als dat de dood uw vijand is. Dat laatste weet gij van uw geboorte af. Het eerste moet ge door wedergeboorte, door geloof leren verstaan. Gij moet een nieuw mens worden, en op een nieuwe grond leren staan, om te merken dat Jezus als Koning heersen moet.

Gij kunt dat nooit helemaal goed. Gij hinkt telkens weer op twee gedachten. Als gij gelooft dat Jezus als Koning heersen moet, dan zijt ge niet bang van de dood. En als gij bang van de dood zijt, gelooft gij niet in Jezus' koningschap. Gij leeft tegelijk op twee werelden.

De laatste vijand is nog niet weg. Daarom hebt ge niet genoeg aan een aardse koning. Daarom: Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder zijn voeten gelegd zal hebben. Dan is zijn koningschap onbestreden, door allen erkend.

Onthoud dat: de dood staat tussen u en Jezus in. Daarom moet de dood tenietgedaan. Dan ziet gij de Koning in zijn schoonheid (Jes. 33 : 17).

Paulus denkt aan Psalm 110: Jehova heeft tot mijn Heer gezegd: Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank uwer voeten (Ps. 110 : 1). Paulus neemt dat over, in dezelfde toon als de Psalm. Niet om te zeggen dat Christus' koninkrijk voorbij zal gaan, maar: dat God nog niet alles in allen is (1 Kor. 15 : 28). Alles is God, zeggen sommigen; alles is goddelijk. Paulus zegt: Ziet gij de dood niet? Kunnen wij al pensioen nemen, op onze lauweren gaan rusten? Zo ziet het er op de wereld niet uit. Christus is nog in de strijd. In onze Twaalf artikelen: zittende ter rechterhand Gods. Strijdhouding. Psalm 110. Paulus sluit zich daarbij aan. God alles in allen: dat is nu nog niet. De laatste vijand is nog niet tenietgedaan.

Er zijn vele koningen en allerlei vijanden in de geschiedenis. Denk maar aan uw jaartalboekje. De Engelse oorlogen; de Fransen; de Tiendaagse veldtocht. Eigenlijk dezelfde vijand: de dood. Tussen de mensen zit de dood. De koningen slaan rond, midden in de dood. Wij zijn altijd weer blij als er een geboren wordt. Maar zij kunnen de laatste vijand niet tenietdoen. Tussen de volkeren waart de dood rond.

Hoe blij zoudt gij zijn als er een koning geboren werd, die de dood kan tenietdoen, de laatste vijand?

Komt gij op 't Kerstfeest, op Pasen (opstanding), op zondag? - Hij is gekomen. Dit was het waarachtige licht, hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld. Hij is gekomen en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet begrepen (Joh. 1 : 9, 11, 5).

Twee koninkrijken. Jezus: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld (Joh. 18 : 36). Men merkt dat: er is verschil tussen kerk en kermis. Zij moeten ook gescheiden blijven. De kerken zijn gebouwd, omdat Jezus geboren is.

Verblijdt gij u over zijn komst? Dan is de laatste vijand in beginsel tenietgedaan. Welk een machtige tekst. Die hoort bij Koning Jezus. Die tekst komt ons te pas. Wij weten hoe de dood een stuk van 't leven is, in onze dagen. Een bekend recept daartegen is: doen alsof hij er niet is. Maar daarmee wordt hij niet tenietgedaan. Hij wordt er erger van. De ijdelheid is de dood. De dood is de vrucht van de wereldkermis.

Christus overwint door zijn kerk de dood. 'Waarom moeten wij dan nog sterven?' zegt de catechismus. Onze dood is geen betaling voor de zonde, maar een doorgang tot het eeuwige leven. Dat is overwinnen van de dood. Onze Doop is: met Christus sterven, met Christus opstaan. Onze bekering is: afsterven van de oude mens, opstaan van de nieuwe mens. Het Evangelie is overwinnen van de dood. Dat is de belofte Gods.

Daarom niet: God alles in allen, zomaar, alles gaat goed, alles is van God, en alles van ons. De dood is er nog. Zijn vingerafdrukken staan op alle dingen. Gij moet er voorzichtig mee zijn. Zo kunt gij het recht van Christus op de dingen niet aflezen. Hij zit nog aan de rechterhand Godes, in strijdhouding.

Die houding hebt gij ook aan te nemen, voor Jezus. Het is een heilige roeping. Het is een zware roeping. De laatste vijand is sterk. Wanneer wij alleen onze aardse ogen gebruiken, dan: alles gaat te gronde. Alleen voor zover gij gelooft in Koning Jezus, die zit aan Gods rechterhand, als ge staat in 't geloof, de geestelijke wapenrusting aandoet, dan... verblijdt gij u in Jezus' rijk.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 1 Korinthiërs 12 : 27LarenEfesiërs 1 : 13a →