O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← GenadeGods PoortenDe passie →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gods Poorten · p. 128–130

Bergen verzetten

Voorwaar zeg Ik u, zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze berg zeggen: ga henen van hier derwaarts en hij zal henengaan.

Mattheüs 17 : 20 (St.V.)

Jezus heeft deze woorden gesproken, toen de jongeren, die bij Hem in de leer waren, niet konden doen, wat van hen als kinderen des Koninkrijks verwacht werd. Zij konden een maanzieke knaap niet genezen. Op hun vraag hoe dat kwam, antwoordt de Heer dan, dat hun ongeloof de oorzaak was. En dan volgen de woorden, die hierboven staan afgedrukt.

Ik geloof niet, dat hier rekening is gehouden met de kiemkracht van het mosterdzaad, zoals in Matth. 13. Jezus denkt en spreekt op dit ogenblik kwantitatief. In sterke gemoedsbeweging noemt hij hun geloof allerminiemst. Het is geen geloof meer. Het moet ongeloof heten. Hadden ze de kleinst denkbare hoeveelheid van vertrouwen op de macht van de hemelse Vader, dan zouden zij zo'n berg, als waarvan Jezus pas is afgedaald en die hij met de vinger aanwijst, drillen als een onderofficier z'n soldaten. Zij zouden zeggen: Ga, en hij gaat of kom, en hij komt of doe dat, en hij doet het (Matth. 8 : 9 v.). Jezus had dat zelf pas van zo'n onderofficier geleerd en Hij had het dadelijk in toepassing gebracht. Hij had de knecht van die hoofdman over honderd genezen. De krankheid was op de minuut af vertrokken. Die hoofdman was een halve heiden en hij had Jezus les gegeven, zodat Hij zich over diens grote geloof verwonderde. En nu konden de discipelen, die hun lessen van Jezus hadden gekregen, deze knaap niet beter maken. Dat noemt Jezus ongeloof, minder dan wat spreekwoordelijk 'een geloof als een mosterdzaad' heet. - Zo jaagt de toornige profeet, die Jezus hier is, het mosterdzaad en de berg uit twee Joodse spreekwoorden tegen elkaar op. En Hij doet dat vanuit de eigen gang van zijn werk en aan de hand van zijn jongste messiaanse ervaring.

Wat is het met de dingen in het Koninkrijk der hemelen toch wonderlijk gesteld. Wie van ons zal deze knoop kunnen ontwarren, waarin Jezus de dankbare leerling is van een heiden en de eerste christenen de ondankbare leerlingen van Jezus. Waar de Heer zich verwondert over het grote geloof van de eerste en even verbaasd is over het kleine geloof van de laatsten. En niet alleen hier, maar overal, bij Jezus' afstamming, waar Thamar, Rachab en Ruth in de lijn figureren (Matth. 1) en bij Jezus' eerste optreden, waar Hij een weduwe uit het heidense Sidon en de overste Naäman uit het heidense Syrië als beschamende voorbeelden opstelt voor de kinderen Israëls. En overal dat grote en dat kleine geloof, dat ongeloof. En overal dezelfde profetische toorn (Luk. 4 : 23-30).

En nu?

Wij staan op vrij goede voet met God de geometer, de wiskunstenaar en meetkunstenaar. Zijn berekeningen, waardoor de chaos tot een kosmos geworden is, kunnen wij een heel eind volgen, tot de atoomsplitsing toe. Praktisch zijn wij zelfs al een eindje op de terugweg, van de kosmos naar de chaos. De gedachte, dat wij tot een berg zouden zeggen: Verdwijn weer in de nevel, is ons niet helemaal vreemd. Dat iemand zo onze hele planeet zou kunnen commanderen, is een idee die reeds om de hoek komt kijken en die reeds door geleerden wordt gemompeld. ⚑Wij zijn daar misschien eerst een beetje trots op geweest, maar van de toepassing van deze kennis zijn wij toch erg geschrokken. Zijn wij met onze kennis van God niet heel eenzijdig geworden? Met onze studie van mathesis, mechanica, statistiek, economie? Hebben wij niet iets vergeten; iets dat veel belangrijker is? Als wij eens dezelfde ernst maakten met Gods beloften als met zijn berekeningen! Als wij, in plaats van te proberen van de kosmos naar de chaos terug te keren, eens ernstig beproefden in de omgekeerde richting te gaan; van de kosmos, van deze wereld naar Gods koninkrijk; het Koninkrijk der hemelen! Het Koninkrijk dat Jezus op aarde gepredikt heeft!

Wij zijn slechte christenen. Ons geloof is kleiner dan een mosterdzaadje. Het is minimaal. Neen erger, het is ongeloof. Het wordt tijd dat wij les gaan nemen bij een heiden, zoals Jezus bij de hoofdman te Kapernaüm. Waarom zouden wij wel tot een berg zeggen: Verdwijn in nevel. En niet: Ga henen van hier derwaarts; ga, en hij gaat of kom, en hij komt of doe dat, en hij doet het? Waarom zouden wij dan niet zeggen: Ga eens vlug even naar de hemelse apotheek en haal een drankje voor deze maanzieke knaap; of naar de bakkerij in Gods koninkrijk, om een brood voor deze arme; of naar Gods eigen huis, om vergeving der zonden voor deze angstige, berouwvolle mens; of naar Gods paleis om vrede voor het volk?

Wij hebben een handige manier om ons van die vraag af te maken. Wij zeggen: Het eerste is letterlijk uitvoerbaar; het andere moeten wij overdrachtelijk verstaan. Dwz.: Gods berekeningen komen uit, zijn beloften echter moeten met een korreltje zout genomen worden. De weg naar de chaos staat voor ons open; die naar Gods koninkrijk is ons versperd. Gods hoofd is goed; zijn verstand is scherp, maar zijn hart is niet te vertrouwen.

Heeft Jezus niet een bijzonder zacht woord gekozen, toen Hij dit 'ongeloof' noemde? Verdient het niet een veel erger betiteling? Het betekent dat wij God tot een duivel maken. Die heeft een slecht hart, maar een scherp verstand.

Jezus wil dat wij er ernst mee zullen maken om God van de andere zijde te leren kennen dan die, waarin wij het nu zo ver gebracht hebben. Wij moeten ons er in oefenen, zijn beloften te beproeven.

Er is een oude profetie, die ik aldus vertaal (Ps. 72 : 3): Laat de bergen den volke vrede halen.

En de heuvelen ook.
Mild en overvloedig.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← GenadeGods PoortenDe passie →