O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Rome als organismeGestalte en GeestBisschop en presbyter →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel IV · Boek 1: Paulus komt en Petrus gaat – Hervormde overpeinzingen · p. 442–444

Rome als stad van Paulus

Zopas heb ik enkele dingen gezegd, die tamelijk gewaagd schijnen. Over de mogelijkheid van het einde van het papaal systeem en over die van een daarvoor in de plaats komend conferentiewezen, met medewerking van leken. - Inderdaad schijnt dat tegenover de massiviteit van het Vaticaan een fantasie à la Jules Verne. Ik zou het dan ook niet gedaan hebben, als ik het laten kon. Maar dat vermocht ik juist niet en ik had het ook wel eens eerder gezegd en geschreven, o.a. in een opstel over Het canonieke recht.131 Ik zei het toen mede voor Roomse oren, en daarvoor klinkt het veel minder vreemd dan voor die van Hervormden.

Dat ik het niet laten kon, komt hiervan, dat ik als westers christen steeds een nauwe verwantschap voel met de Rooms-Katholieken. Zij zijn - niettegenstaande de stoel van Petrus - paulinische christenen en het réveil van deze apostel heeft in de schoot van hun kerk plaatsgehad. Wanneer ik iemand van hen hoor zeggen, dat hij niet van Paulus houdt, maar meer van de evangeliën, dan kan dat alleen vergelijkenderwijs zo zijn. Hij is achtergebleven bij het réveil, maar al het water van de zee kan niet afwissen, dat hij als Roomse mystisch een zoon van Paulus is en in zekere zin slechts antiquarisch een kind van Petrus. Dat blijkt uit allerlei trekken van het Roomse geloof. Het blijkt - om dadelijk het voornaamste te noemen - uit de mis. Deze is een viering van de zoendood van Christus en geen opvoering van de hele heilsgeschiedenis, zoals dat in het Oosten meer het geval is. Het is geen hemels spel, maar een aardse geschiedenis. Het is Paulus' evangelie, in de vorm die de evangeliën in de Brief aan de Romeinen hebben aangenomen. De mis is sober en inwendig in haar wezen; in de dagen van Clemens (± 100) - zoals een kenner zich uitdrukte - nog als een Hervormd Avondmaal.132 In verband daarmee kan Rome ook niet meedoen aan een verabsolutering van de liturgie. Het moet daarin een dodelijk gevaar zien voor zijn "geestelijke eredienst" (Rom. 12 : 1).

En zo heeft ook het persoonlijk geloof van de Roomse diezelfde trekken. Het is niet het geloof van oosterse monniken, maar van praktische westerlingen. Zij hebben niet het Paulus-réveil meegemaakt; de geloofsbasis is breder; niet sola fide - door geloof-alleen - maar ook door de doop-alléén en door de werken-alleen, zoals Newman het uitdrukte. Maar de vrije wil is in het Westen door Augustinus gebroken en de leken zijn daarom ook op het geloof aangewezen.

Om al deze redenen kan ik niet nalaten te zeggen, dat Rome mystisch de stad van Paulus is. Dat zij met die apostel zich strekt naar hetgeen vóór is en dat de stoel van Petrus eenmaal leeg zal staan. En diep geïnteresseerd te zijn in de historie, ditmaal niet die achter is, maar die vóór is, - dat is ophouden Rooms te zijn. Zo zou ik de spreuk van Newman willen overbrengen.

Deze uitlatingen zijn betrekkelijk ongewoon en daarom wil ik ze voor Hervormde oren steunen met enige gedachten van de man, die meer dan iemand anders de moderne Roomse ideeën heeft helpen vormen. Ik denk natuurlijk weer aan Newman. Hij is het die, in zijn beroemde Essay, tot de ontdekking was gekomen, dat het niet te doen moet zijn om een vermeende 'katholieke' werkelijkheid, gedistilleerd uit oud-christelijke gegevens, maar om een werkelijkheid die reikt tot in het heden.133 Dr. W. H. van de Pol merkt in zijn voortreffelijke dissertatie over Newman op, dat deze, toen hij het Essay schreef - vlak Ivoor zijn overgang - op dit punt derhalve reeds aan de Roomse zijde stond. Hij had hier namelijk zijn verering van het Anglicaanse 'esprit de l'antiquité' opgegeven.134 Newman had volle aandacht geschonken aan de kerk als levend organisme, dat leeft van het 'brood vanmorgen' (Matth. 6: 11).

Men kan ook zeggen, dat Rome sedert met Newman op die zijde is overgegaan. Die historische zin, niet voor continuïteit-zonder-meer, maar voor een evolutionele voortduur, is, zoals wij reeds eerder opmerkten, modern-Rooms.

Voor de kerkorde moeten de consequenties daaruit hoofdzakelijk nog getrokken worden. Newman heeft ze, in verband met zijn mystisch-historische opvatting van het wezen der kerk, wel in beweging zien komen, maar dit visioen heeft zijn leven in de Roomse kerk niet gemakkelijker gemaakt.

Waarom het hier gaat, heeft dr. Van de Pol in genoemde dissertatie zeer duidelijk onder woorden gebracht en ik wil het daarom hier citeren: "Het is de gang van de buitenkant naar het diepste innerlijk van de kerk als openbaringswerkelijkheid van Christus en de daarmee samenhangende verschuiving in de verhouding van de kerk tot de verschillende terreinen van de 'buitenwereld'." Tot zo ver Van de pol.135 - Rome heeft een binnen- en een buitenkant, zoals iedere kerk. Bij Rome staat de buitenkant bijzonder op de voorgrond; het is een staatachtige gemeenschap. Petrus wordt vaak genoemd. Maar Paulus blijft mystisch de leiding behouden, zoals bij de Reformatie zo duidelijk bleek. Deze mystische inwoning kan een kerk niet uit zich wegschudden. En daarom was Newman verdacht op de mogelijkheid van grote en plotselinge veranderingen. Wanneer hij over de toekomst der Rooms-Katholieke Kerk nadenkt, dan komt hij op voor het raadplegen van leken inzake de leer, omdat leken de hardnekkige verdedigers zijn geweest van de katholieke waarheid en de bisschoppen niet. Men moet de eersten dus niet in een toestand van onmondigheid houden, zo meende hij, een bewering die hem in conflict bracht met de kerkelijke overheid. "De ex-cathedra-uitspraken van de pausen - aldus citeert dr. Van de Pol Newman zijn eerst mogelijk, nadat de kerk op een bepaald punt tot volkomen klaarheid is gekomen na een langdurig proces van zelfbezinning, een proces, dat nimmer buiten de leken mag omgaan, maar waaraan deze een actief aandeel behoren te hebben."136 Van de afkondiging van 's pausen onfeilbaarheid was Newman een tegenstander. Toen hij haar na die afkondiging moest aannemen, betekende zij voor hem eigenlijk niet anders dan de onfeilbaarheid van de kerk.137

Ik heb hiermee genoeg van Roomse zijde aangehaald. Het was nodig, omdat de sfeer van dit artikel te ijl scheen te worden. Thans kan men zien dat onder de Roomsen zelf zulke ideeën geen vreemd goed zijn. Zij komen daar juist aan de orde.

Tegelijk stelde deze uitweiding ons in staat een paar merkwaardige ervaringen te maken. Wij konden opmerken welk een groot verschil het maakt of men, inzake kerkorde, de weg der historie achterwaarts of voorwaarts aflegt. In de eerste richting zagen wij Hervormde predikanten, die bezig waren een bisschop te zoeken. In de andere waren het Rooms-Katholieken, die doende waren leken te mobiliseren, met het oog op de nood der tijden. Zij hadden ontdekt dat deze in zulke tijden meer voor de Waarheid hadden gedaan dan de bisschoppen. Zij stootten bij hun werk als vanzelf op de vragen van de dag, terwijl bedoelde Hervormden zich dreigden te verlopen in kerkelijke precieuzigheden en preciezigheden.

Eindnoten

  1. 131

    O. Noordmans, Het canonieke recht, in Wending. Maandblad voor Evangelie en cultuur, 5, 2 (april 1950), p. 61-70.↩

  2. 132

    Waarschijnlijk doelt N. hier op L. D. Terlaak Poot, Het oudchristelijk avondmaal en zijn historische perspectieven, Wageningen 1936, p. 15, waar overigens niet over Clemens of diens brief, maar over de Apologie van Justinus Martyr gesproken wordt: "Zijn liturgie komt in grote lijnen overeen met het schema van een hedendaagse avondmaalsdienst in de kerken der Reformatie."↩

  3. 133

    Bedoeld is An Essay on the Development of Christian Doctrine van 1845.↩

  4. 134

    W. H. van de Pol, De kerk in het leven en denken van Newman, Nijkerk 1936, p. 249.↩

  5. 135

    A.w., p. 260.↩

  6. 136

    Vgl. J.H. Newman, The Arians of the fourth Century, ed. Longmans, p. 445 v.; geciteerd in Van de Pol, a. w., p. 282.↩

  7. 137

    A.w., p. 283.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Rome als organismeGestalte en GeestBisschop en presbyter →