O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Jezus op straatGestalte en GeestGolgotha →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel II · Boek 1: Gods gestalte · p. 300–302

Overgeleverd en opgestaan

Hij nam de Twaalve ter zijde en sprak tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en al wat door de profeten geschreven is, zal aan de Zoon des mensen volbracht worden.

Lukas 18 : 31 (Vert. NBG.)

Dit is de derde aankondiging van het lijden, die wij bij Lukas vinden. De eerste staat in hoofdstuk 9 : 22; de tweede in vers 44 van datzelfde kapittel en de derde staat nu hier in ons tekstvers. De beide laatste keren staat er bij, dat de discipelen er niets van begrepen. En omtrent de eerste maal lezen we elders, dat Petrus er heftig tegen in verzet kwam (Matth. 16 : 21-28). Het lijden, dat Jezus aankondigt, is voor hen iets dat helemaal niet in het Evangelie thuishoort. In de blijde boodschap kunnen zij het niet plaatsen.

Voor ons schijnt dat soms juist andersom te zijn. Wij zeggen dan met Paulus, dat wij in de prediking niets wensen te weten dan de gekruisigde Jezus. Een Evangelie zonder het kruis er in lijkt ons ondenkbaar. Wij zouden ons een andere afloop van de evangelische geschiedenis niet kunnen denken. Wat zou er met Jezus gebeurd zijn, als Hij niet gekruisigd was? Deze vraag schijnt ons ongerijmd en zonder zin. Immers - zo menen wij - Jezus moest lijden. Dat schijnt ons ontegenzeggelijk het geval te zijn. Maar met dat 'moest' hadden de discipelen nu juist zoveel moeite. Voor hen was dat ongerijmd. Dat Jezus de Christus was, de aan de vaderen beloofde Redder, dat hadden zij leren zien. Dat had de Vader die in de hemelen is, hun geopenbaard (Matth. 16 : 17). Maar dat deze Christus bespot en geslagen zou worden door zijn eigen volk en dat Hij aan de heidenen zou worden overgeleverd door degenen, die Hij kwam verlossen, en dat Hij dan tenslotte gedood zou worden, zodat het Evangelie in duisternis zou eindigen, - van zulk een aankondiging begrepen zij niets.

Het is ook niet te begrijpen, als men de opstanding van Jezus er niet in betrekt. Dat doet Jezus dan ook, als Hij zijn lijden aankondigt (Luk. 9 : 22; 18 : 33). En na zijn opstanding gaat het geloof in de noodzakelijkheid van het kruis en dat in de werkelijkheid van de opstanding weer samen (Luk. 24: 13-35). Dat Jezus is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging hoort dan ook in de prediking onafscheidelijk bij elkaar (Rom. 4: 25). Men moet ze allebei aannemen of allebei verwerpen. - De discipelen hadden dan ook moeite met allebei. En voor hen was het geloof in het kruis nog moeilijker dan het aannemen van Jezus' opstanding. Juist andersom dan het bij ons soms schijnt te zijn. Het hele Joodse volk heeft zich aan dat kruis zo geërgerd, dat het de Messias verworpen heeft.

Een vreemd verschijnsel, dat verschil tussen oost en west! Want zelfs in de kerk, die beide, kruis en opstanding, heeft aangenomen, is er iets van overgebleven. Wij moeten bekennen, dat wij niet zo blij Pasen kunnen vieren als de Oosterse kerk, ook al belijden we alle Twaalf artikelen. En daartegenover is de oosterse christen nooit zo diep verzonken geweest in de tekenen van Jezus' wonden als dat in de Latijnse wereld soms het geval is geweest. Daarginds gaf het lijden de grootste aanstoot; hier de verheerlijking. De Jood had de meeste moeite met God aan deze zijde van het graf; ons bereiden zijn handelingen aan de andere zijde daarvan de grootste zwarigheden. Israël viel van de belofte af, omdat het het kruis niet met God kon rijmen en wij dreigen dezelfde weg te gaan, omdat wij Hem in het graf een grens stellen. Daarmee in verband staat ook, dat iemand geneigd is, met die zijde van het Evangelie, waar zijn ware ergernissen niet liggen, te gaan spelen. Er komt dan een zeker vertoon in de geloofsoefening en in de eredienst, die verraadt, dat hier de laatste ernst ontbreekt. Het was er soms in de Westerse kerk, als zij de wonden des Heren in eigen lichaam zocht te ontvangen. Er is spel in deze stigmatisatie van een Franciscus van Assisi en anderen. Die laatste ernst, dat het moest, ontbrak er aan. - En zo is er omgekeerd ook spel in de paasvreugde van de Oosterse kerk. Daar is soms een spel met de hemel, dat een vlucht voor het kruis kan betekenen, omdat men God daar niet durft te ontmoeten. Het zou onze kerken niet veel helpen, als zij dit spel zouden overnemen, evenmin als het Oosten gebaat zou zijn met een nabootsen van ons piëtisme, onze kruisoefeningen.

Het Evangelie moet geleerd en geloofd worden daar, waar de echte aanstoot ligt. En die ligt er aan beide zijden evenzeer, bij het kruis en bij het graf. Van beide zegt Jezus dat het moet (Luk. 9 : 22). En op dat 'moeten' komt het aan. Wij mogen niet, om aan het ene te ontkomen, met het andere gaan spelen. Christus aan het kruis, dat is één zware ergernis; Christus in het graf, dat is een andere. De Jood meent, dat Hij er niet aan had mogen komen, want eenmaal aan het kruis, kan Hij er niet weer af (Matth. 27 : 40). De Griek - in dit geval de westerling - vindt dat Hij niet in het graf had mogen liggen, want eenmaal daarin, kan Hij er niet weer uit (Hand. 17 : 32). ⚑De eerste wordt ongelovig door zijn liefde voor het leven; de andere wordt dat door zijn schrik voor de dood.

Jezus zegt van beide, het kruis en het graf, dat ze in het Evangelie thuishoren. Van beide geldt, dat het moet. En Paulus predikt gelijkelijk tegen de ergernis van de Jood en het scepticisme van de Griek (1 Kor. 1 : 23). "Want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen" (vs. 25).

Geen van beide - de Oosterse kerk niet en de Westerse niet - mogen van een van die twee een spel maken. Want het is háár werk niet, maar Gods werk. Christus aan het kruis, dat is de verzoening der wereld; Christus' opstanding uit het graf, dat is de verlossing der wereld. Wie zich ergert aan het ene, doet het ook aan het andere. En wie hier twijfelt, doet het ook ginds. - Bij God is het één werk en één woord.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Jezus op straatGestalte en GeestGolgotha →