Kapernaum
En Hij verliet Nazareth en ging wonen in Kapernaüm.
Mattheüs 4 : 13 (Vert. NBG.)
Naast Bethlehem heeft de naam Kapernaüm een eigen klank in de evangeliën. De plaats waar Jezus ging wonen, is bijna even bekend als die, waar Hij geboren werd. Een woning hebben is haast even noodzakelijk voor een adamskind als het bezit van een lichaam. Het is een uitbreiding van het beslag, dat de geest legt op de stof. Een verlenging en verbreding van zijn bewerktuiging. Wonen is een der fundamentele functies van het menselijk bestaan. En Jezus heeft de tol aan deze menselijkheid betaald, gelijk Hij dat ook gedaan heeft met spijze en drank. Maar zoals Hij deze laatste door zijn dood heeft opgeheven tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer, tot een onbloedige eredienst (Rom. 12 : 1), zo heeft het wonen in het Evangelie dat vijandige verloren, waardoor ons huis vaak tot een verschansing wordt; tot een kasteel, een citadel. Het huis kan een kerk zijn, waarin opendeurdienst wordt gehouden. Of een ambulance, die steeds klaar staat om uit te rukken. Wat zoudt gij er van zeggen, als in uw huis het dak boven u opengebroken werd, om een verlamde voor uw voeten te kunnen neerlaten, zoals Jezus overkwam in het zijne te Kapernaüm, toen de mensen hoorden, dat Hij thuis was en ze de deur al uit stonden, omdat Jezus daarbinnen het woord des evangelies stond te prediken (Mark. 2 : 1-4)? Dat Jezus het wonen zo opvatte, blijkt ook uit de keuze van Kapernaüm. Van hieruit had men gemakkelijk verbinding met andere steden, die aan het meer Gennesareth lagen: Bethsaïda, Chorazin e.a. Het was voor vele mensen in Galilea de stad, waar zij gingen markten. Ook lag het aan de grote verkeersweg van Damascus naar de Middellandse Zee.
Mattheüs, die hier uit zijn tolhuis door Jezus tot discipel geroepen werd, had oog voor deze betekenis van Kapernaüm, blijkens een aanhaling van een profetie van Jesaja, die hij laat volgen (14 vv.). Daar is ook sprake van de zee en van Zebulon en Naftali, zoals in vers 13, maar nu niet zozeer ter bepaling van de ligging van Kapernaüm, als wel van "het gebied langs de zeeweg" (Vert. Brouwer); dat is Galilea. Mattheüs ziet Kapernaüm als het uitgangspunt van Jezus' evangelisatie in deze streken in de richting van de Middellandse Zee, tot Foenicië toe (15 : 21). Jezus' huis was de woning van een apostel.
Daarmee mag niet gezegd zijn, dat Jezus slechts voor de schijn ergens woonde, evenmin als men mag zeggen, dat Hij een schijnlichaam had. "Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond" (Joh. 1 : 14). Ook al heeft Hij deze dingen opgeheven tot hoger plan, toch behoren ze tot de vastigheden van het Evangelie. De kerk heeft al haar best gedaan om ze niet uit het oog te verliezen. Jezus is 'onzer één' geworden. Hij is op aarde gekomen en heeft er met ons verkeerd. Hij is uit een bepaald volk, uit Israël geworden. Hij heeft zelfs in Galilea, in een met name genoemde stad, in Kapernaüm, gewoond. En in die stad had Hij een huis. - Het Evangelie is geen filosofie, maar een geschiedenis en men kan nog de plaatsen aanwijzen, waar deze zich heeft afgespeeld.
Dit is de ene zijde van het Evangelie - als ik het zo noemen mag - de aardse. En zij wordt vertegenwoordigd door de naam Kapernaüm. Daartegenover staat Jeruzalem, met Golgotha en de Olijfberg, waar al het aardse, dat er aan Jezus is, geheiligd en verhoogd wordt door zijn dood, opstanding en hemelvaart. Het Evangelie kan worden vergeleken met een ellips, die beschreven wordt om deze twee brandpunten.
Te Kapernaüm is het Koninkrijk der hemelen gevestigd geweest en daardoor is onze planeet gemerkt voor alle eeuwigheid. Niets zal dit merk ooit kunnen uitwissen. Daar staat de berg der zaligsprekingen; daar spiegelt zich het meer, waarop Jezus met een schip voer. Rondom dat meer lagen de korenvelden, waardoor Jezus wandelde met zijn discipelen, al aren plukkende (Matth. 12 : 1). Daar volgden de scharen Hem, hongerig en moede soms, maar steeds begerig om te luisteren. Dit wonen van Jezus op aarde, deze sporen van de vestiging van zijn Koninkrijk, mogen wij nooit veronachtzamen. Galilea en Kapernaüm blijven onvergetelijk. Ook al vieren wij Jezus' gedachtenis in de tekenen van zijn lichaam en bloed, - zover kan de schaduw in het spectrum van het Evangelie zich niet verbreden, of iets van de kleuren van Galilea, van het groen van zijn bergen en het blauw van zijn meer zal ons geloofsoog blijven bereiken. - Zó kan het Koninkrijk der hemelen in de prediking niet boven zichzelf uitrijzen; zo ver kan het niet vergeestelijkt worden in de christelijke mystiek, of wij zullen ons nog herinneren, dat het de aarde heeft geraakt en een ogenblik heeft staan beven op een plaats, die wij op de kaart nog kunnen aanwijzen.