O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← GolgothaGestalte en GeestPlaatsbekleding →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel II · Boek 1: Gods gestalte · p. 304–306

Het kruis

Zij drongen aan en eisten onder luid geschreeuw, dat Hij gekruisigd zou worden en hun geschreeuw werd al sterker. En Pilatus besliste, dat aan hun eis moest worden voldaan.

Lukas 23 : 23 en 24 (Vert. NBG.)

De nieuwe vertaling, die het heeft over "luid geschreeuw", vind ik hier geen verbetering van de Statenvertaling, die daarvoor "groot geroep" had. In het eerste ligt ook een culturele kritiek op de manier, waarop de schare haar eis kenbaar maakt. Zulk een kritiek oefent de Heilige Geest in de Griekse tekst niet. God let bij die schare op andere, ernstiger dingen. Ook zou ik aan die vertalingen - Brouwer, Canisius, Tekst en Uitleg - die tot uitdrukking brengen, dat hun geroep het van Pilatus won, het pleit besliste, de overhand behield, de voorkeur willen geven. Dat ligt in het Griekse woord opgesloten en volgt ook uit het verband. Dat is meer dan een sterker worden van het geroep. De kruisiging van Jezus is door een Joodse oploop aan de wereldlijke rechter afgedwongen. Pilatus heeft, evenals keizer Augustus, in de evangeliën niet veel meer betekenis dan die van een tijdsbepaling. Het gebeuren zelf blijft binnen het kader van Israël besloten, behalve dan dat ook op Golgotha een Romeinse hoofdman reeds over de rand van het Evangelie kijkt (Mark. 15 : 39).

Maar dat was vroeger ook al eens gebeurd (Matth. 8 : 5-13). De heilsgeschiedenis zelve wordt voldragen onder de Joden. Het kruis wordt naar zijn zin en waarde bepaald door wat het betekende in verband met de komst van Gods koninkrijk, dat Israël verwachtte, ook al werd het naar zijn vorm door de heidenen opgericht. Uit die vorm mag men dus niet alles afleiden. De inhoud is profetisch, sacraal en ethisch.

Daaraan moet worden gedacht, vooral ook wanneer het kruis als symbool wordt gebruikt. Wanneer het crucifix dienst gaat doen als een gecomprimeerd evangelie en als zodanig bijv. in de eredienst een centrale plaats krijgt, kan het gemakkelijk gebeuren, dat de Israëlitische waarden worden verwaarloosd en sentimenten van andere origine in het christelijk geloof insluipen. Het kruis is geen plaats der ere, maar der schande. Het kan daarom ook nimmer een aanleiding tot verering zijn; het houdt voor ons alleen een aanmaning tot boete in. De ere, die Jezus toekomt, kunnen wij Hem hier toch niet geven. Die geeft God Hem alleen, als Hij Hem opwekt ten derden dage. Kruis en opstanding, overgeleverd worden en opgewekt worden (Rom. 4: 25), horen bijeen. Het is één geloof, dat men niet doormidden kan breken. Men kan niet op Goede Vrijdag naar de kerk gaan en op Pasen thuis blijven; althans niet in figuurlijke zin. Wie dat doet, ontneemt aan de prediking haar inhoud en evenzo aan het geloof (1 Kor. 15 : 14). Jezus is aan het kruis gekomen, omdat Hij zeide dat Hij de Christus was (Luk. 23 : 67). En daarop was van Gods zijde slechts één antwoord mogelijk: de opwekking ten derden dage. Het Evangelie zou inderdaad zonder zin zijn, als dat antwoord niet gekomen was en de Joden gelijk hadden behouden. De heilsgeschiedenis onderscheidt zich daarin van de profane historie, dat in de eerste de dingen hun definitief beslag krijgen. Daarin heeft een laatste gesprek plaats tussen God en zijn volk, een oordeel. Voor de Joden betekent het kruis dit, dat Jezus de Christus niet is. Was het daarbij gebleven, dan was het Evangelie verlopen in die ontkenning. God heeft echter aan die dood een betekenis gegeven, waardoor hij de hoogste graad van positiviteit ontving. De versmade steen werd tot een hoeksteen (Ps. 118 : 22). Het gehele Godsgebouw kwam daarop te rusten. Zij die gewend zijn bij de dood te vragen: Waarom? horen hier het goddelijk antwoord: Daarom! Om een plaats te bekleden, die anderen niet kunnen vervullen! Om een schuld te delgen, die anderen niet kunnen boeten! Jezus' dood is niet tragisch; geen ondergang van een held. Het kruis mag evenmin voorwerp zijn van een sentimentele droefheid, die door enkele rozen enigszins kan worden verbloemd.

Het is het teken van goddelijke zakelijkheid en noodzakelijkheid. De Christus moest overgeleverd worden ... en gekruisigd ... en ten derden dage opstaan (Luk. 24 : 7). Dat was een aangelegenheid van goddelijk rijksbeleid. Het was ook geen ding van vandaag of gisteren, maar het was een historie, die lang gaande was, van Abel, de rechtvaardige, af (Matth. 23 : 35). Het was een geding, een pleit tussen God en Israël, dat eindelijk op Golgotha werd beslecht en waarvan de zin door de oude profeten reeds was doorzien (Jes. 53). God werd er als 't ware à contre coeur toe gebracht. "Ten laatste zond Hij zijn Zoon tot hen, zeggende: Mijn Zoon zullen zij ontzien" (Matth. 21 : 37). Maar dat deden zij niet. En dan komt het grote daarom. "Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd" (Fil. 2 : 9).

Het kruis is in de orde van de vernedering een even groot wonder als de opstanding en de hemelvaart het zijn in de orde van de verhoging. "Niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen" (Joh. 3 : 13). "Die zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Geest" (1 Tim. 3 : 16). Aan het kruis bleek Jezus' godheid; bij de opstanding zijn mensheid.

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← GolgothaGestalte en GeestPlaatsbekleding →