Gods groetenis
Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
Mattheüs 5 : 9 (Vert. NBG.)
De meeste uitleggers leggen nadruk op het feit, dat in deze spreuk geen sprake is van een gezindheid, maar van activiteit. Het zijn daden, waarom deze mensen zalig gesproken worden. En het is daarom, dat de nieuwe vertaling afwijkt van de oude. Maar diezelfde uitleggers zeggen er meestal ook bij, dat het moeilijk is, de inhoud van de eerste regel precies weer te geven. Men moet natuurlijk bij dat 'vredestichters' niet dadelijk gaan denken aan het beslechten van politieke geschillen of het beëindigen van oorlogen, bijv. aan het verdrag van Verdun of de vrede van Munster. In verband met het karakter van Jezus' prediking in de bergrede gaat het hier over het Koninkrijk der hemelen en het gedrag van deszelfs burgers. Daarover wordt dan uitvoeriger gesproken in vers 21-26 en in vers 43-47. Daaruit blijkt dat met vrede in Gods koninkrijk geen pauze in een oorlog bedoeld wordt, maar het echte tegendeel van geweld, nl. liefde tot de vijand. Ook wordt het vredestichten daar hoger aangeslagen dan het offeren van een gave aan God op het altaar. De liturgie des levens gaat vóór die in de kerk. Zij is meer regelrecht op het koninkrijk Gods betrokken dan de laatstgenoemde.
Maar ook als wij er rekening mee houden, dat wij hier te maken hebben met een ethiek die kerk en staat beide min of meer ter zijde zet; met een gemeenschap en een broederschap, die kerk en staat beide is; met een theocratie van de armen, die boven kerk en staat uitgaat en die toekomstig en aanstaande is, dan is met dat 'vredestichters' de bedoeling van Jezus nog niet geheel juist vertolkt. In het verband van de acht zaligsprekingen heeft het woord vrede nog een wijdere zin dan het samenkomen en het samenstemmen van twee partijen. Vrede betekent in de bijbel ook het samenstemmen van alle dingen; een heil dat tot iemand komt; een zegen, die op hem nederdaalt. Vrede is dan de inhoud van een wens; van een groet, waarmee men iemand tegemoet treedt. Met zulk een groet naderen de engelen de aarde in de kerstnacht en Jezus verschijnt daarmee onder zijn discipelen, na zijn opstanding (Joh. 20 : 19). Paulus plaatst zulk een groet aan de kop van zijn brieven (1 Kor. 1 : 3). Reeds in het Oude Testament, vooral in de psalmen, heeft het Hebreeuwse 'sjaloom' (vrede) zulk een bredere betekenis. - Later betekent in de kerk het Latijnse woord 'pax' de overeenstemming van alle leden of de katholiciteit. In deze zin is de kerkelijke vrede een afschaduwing van die, welke Jezus vraagt voor het Koninkrijk der hemelen. Zij staat tegenover de 'pax romana', de vrede van het Romeinse keizerrijk, die op wapengeweld berustte. Maar deze katholiciteit reikt niet tot het peil dat Jezus bedoelt in de zevende zaligspreking, tot de zegen van het burgerschap in de hemelen. Deze vrede bestaat recht eigenlijk alleen maar in de vorm van een groet, een zegen die van boven nederdaalt. De zaligsprekingen staan alle in de toekomende tijd. Daarmee is niet gezegd dat er van het Koninkrijk der hemelen in het heden niets aanwezig kan zijn. Deze acht spreuken wijzen juist telkens op een van de schaduwen, die het in het heden werpt. Maar de zaak, die de schaduwen werpt, het Rijk zelf, de vrede die alle verstand te boven gaat, de hemelse katholiciteit, wordt nog enkel als een groet ontvangen.
Daarmee in verband staat het tweede gedeelte van de zevende zaligspreking. De vredestichters zullen Gods kinderen genaamd worden. Nu staat er in de grondtekst zonen Gods. De Statenvertaling geeft dat bijna altijd weer met kinderen. De nieuwe vertaling doet dat niet zo geregeld; zij behoudt vaker dat zonen. Soms lijkt mij de handelwijze van de Statenvertaling beter, met het oog op de gevoelswaarde van de woorden. Maar hier, in onze zaligspreking, had ik nu wel dat 'zonen', uit de Griekse tekst, behouden willen zien in de nieuwe vertaling. - Zonen Gods heten in het Oude Testament de hemelse wezens, die zijn troon omringen (Gen. 6 : 2; Job 1 : 6). Zij hebben een bediening in de hemelse huishouding. Het Nieuwe Testament verstaat onder 'kinderen' Gods meestal heel iets anders, ook als er in het oorspronkelijke 'zonen' staat. Maar een enkele maal speelt toch de oudtestamentische betekenis van dat laatste woord ook over in het Nieuwe. En dat lijkt mij in onze tekst wel het geval te zijn. ⚑Degenen die nu reeds de groeten Gods aan hun medemensen overbrengen, zullen in het Koninkrijk der hemelen een hoge titel ontvangen; zij zullen er zonen Gods heten en zij zullen daar een belangrijke functie uitoefenen, die verband houdt met wat zij nu reeds doen. Dat verband leggen alle zaligsprekingen; zo ook deze. Maar dat verband is niet duidelijk genoeg, als men 'zonen' met 'kinderen' vertaalt. Er moet 'zonen' blijven staan. De armen en eenvoudigen, die de gave van Gods groetenis hebben, zullen in het Rijk zijn herauten zijn. - Bestaat die gave en zijn er die haar ontvangen hebben? Toen Luther eens de moed in de schoenen gezonken was en hij een dag rondliep zonder hoop in de wereld, toen trok zijn vrouw, Catharina von Bora, rouwkleren aan. En op de vraag van haar man naar de reden daarvan, antwoordde zij enkel: "God is dood." 36- De bekende Elberfelder prediker Kohlbrugge kreeg eens omstreeks Pasen bezoek van een arme vrouw uit zijn gemeente. Zij klaagde dat zij niets zag van de heerlijkheid van dat feest en was doodongelukkig. Kohlbrugge vroeg haar wat zij daar ingeknoopt hield in een doek, die zij bij zich droeg. Zij antwoordde dat die etenswaren bevatte. De prediker zei toen: "Ik zie het niet." En als door een elektrische schok getroffen verliet de vrouw hem op staande voet, om na enige dagen stralend van Paasvreugde terug te keren.37 Toen Kaj Munk eens in een ongelovige bui van de universiteit thuiskwam en zijn pleegouders halsoverkop met dat ongeloof te lijf ging, zei de moeder: "Laten we nog maar een kop thee drinken!"38
Dat zijn de vredestichters uit onze zaligspreking. Zij hebben de gave der groetenis ontvangen. Zo'n woord is geen vernuftig bedenksel. Het is een vonk van Gods liefde onder hoge spanning. Zulk een groet is een kracht, die wat doet in het leven dergenen die hem krijgen. Dan wordt daarin iets ontvangen en straks geboren, zoals toen een der zonen Gods, de engel Gabriël, de maagd Maria groette (Lukas 1 : 26 vv.).