O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← ComprehensivenessGestalte en GeestHet Woord →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel IV · Boek 1: Paulus komt en Petrus gaat – Hervormde overpeinzingen · p. 449–451

Geen weg terug

Wanneer het waar is, dat in de Westerse katholiciteit Petrus gaat en Paulus komt, evenals in de Handelingen der Apostelen, en dat daar de bisschop overgaat in de presbyter, dan volgt daaruit, dat dit proces niet omkeerbaar is. En deze omkeerbaarheid leren nu juist de hervormd-katholieken. Dr. Van der Linde schrijft in zijn vroeger genoemd artikel, naar aanleiding van een uitlating van Hans Urs von Balthasar, dat "de katholieke geloofs- en kerkstructuur zulke duidelijke successen behaalt" op het gebied van "het derde artikel (Geest en kerk)".145 Dit zou, als het waar is, betekenen dat het paulinische christendom in volle regressie was. En wel juist op het terrein waarop het een eigen historie heeft gehad. Want het is juist, wat Von Balthasar opmerkte, dat het tweede artikel, houdende de christologie, zich in het Westen vrij rustig heeft gehouden. Of men daarover leest bij Augustinus of bij Thomas of bij Calvijn, dat maakt niet zoveel verschil. Het is juist dat derde artikel, waarbij de progressie valt op te merken. Reeds Augustinus maakt in zijn De Civitate de opmerking, dat dit derde artikel het typisch christelijke inhoudt. Plotinus en Porphyrius, die heidense wijsgeren - zo schrijft hij - kenden God de Vader en God de Zoon wel, maar over de Heilige Geest zeiden zij niets of niets duidelijks. En een kerk, met een geloofsregel, kenden zij niet. Hun ontbrak de nederigheid.146 Zo schreef de vader der Westerse christenheid. - En lees nu bij het licht van deze uitlatingen van de bisschop, die van een lerende presbyter, meer dan duizend jaar later. Ik bedoel het derde en het vierde boek van de Institutie van Calvijn, in welke boeken het juist gaat over de Heilige Geest en over de kerk. Men kan ze noemen een uitwerking van het program, dat de bisschop had geproclameerd. Over de Vader en de Zoon geen verheven speculaties; enkel het sola fide, door de Heilige Geest. En dan de nederigheid, de overgang van bisschop tot presbyter, "het uit het stof verrezen mannetje."147

Op het gebied van datzelfde derde artikel, waarop de progressie van de Westerse christenheid plaatsvond, zou nu, volgens dr. Van der Linde, de katholieke geloofs- en kerkstructuur zulke duidelijke successen behalen. Let wel, niet een rooms-katholicisme - dat wenst men niet - maar een meer algemeen katholicisme, dat ik hier heb trachten te kenschetsen, een katholicisme der breedheid en der horizontale omvatting waarin de ruimte primair is, zodat de kerken takken kunnen worden aan een gemeenschappelijke stam ('branchchurches', zeggen de Anglicanen). Let ook wel: geloofs- én kerkstructuur beide. Zowel het sola fide als de presbyter zouden onder de 'gravamina' (de bezwaren) komen te vallen. Ook het 'door het geloof alleen' zou op de leest moeten en een verbredingsproces moeten ondergaan. Het zou moeten worden an other religion, zoals alweer Anglicanen het hebben genoemd, een heel andere godsdienst.

Dat zou het inderdaad worden, als op het terrein der progressie der Westerse kerk, op het gebied van het derde artikel, een tegenbeweging plaatsgreep, die dan niet anders dan een regressie, een aftakeling zou mogen heten.

Als de Hervormde kerken, maar ook de Roomse, weer op het Procrustesbed van de Oosterse en de Anglicaanse moesten worden uitgespannen. ⚑Als het filioque, waarop Oost en West uiteengegaan zijn, moest worden prijsgegeven.

Want dat filioque, nl. de belijdenis dat de Heilige Geest niet alleen van de Vader, maar ook van de Zoon uitgaat, betekent juist, dat het Westen ernst wil maken met het derde artikel (Geest en Kerk). Niet alleen God is Geest (Joh. 4: 24), maar ook de Here is de Geest (2 Kor. 3 : 17), naar het evangelie dat Paulus ontvangen heeft. Door deze belijdenis wordt de hele ontwikkeling der Westerse christenheid gestuwd. Daardoor wordt het hele Evangelie als 't ware van de hemel op de aarde getrokken, vernietigd, vernederd, vermenselijkt, verinnerlijkt, toepasselijk gemaakt. Het Westen geeft de liturgie, het hemelse spel van het Oosten, prijs en concentreert zijn aandacht op de offerande van Christus in een sobere eredienst (Rom. 12 : 1), te vieren in aardse nederigheid en eenvoud, met een "geestelijk eten en drinken" (Calvijn).148

Prijsgave van deze religie des Geestes moet voor het besef der hele Westerse christenheid onaanvaardbaar zijn, rooms zowel als hervormd. Dat de eerste daarin met ons homogeen is, daarvan wil ik nog een paar voorbeelden geven. Mij is uit de dissertatie van dr. J. J. Stam over de roomse modernist George Tyrrell een in dit opzicht zeer treffende passage steeds bijgebleven. Tyrrell bezocht - vóór zijn overgang naar Rome - eens een anglicaanse kerk en had het gevoel dat alles hier onwezenlijk was. Later geeft hij zich daarvan als volgt rekenschap: "Wat ik toen miste, was dat beroep op ons historisch besef, dat precies dezelfde plechtigheid in een katholieke kerk gedaan zou hebben." Daar zou het, schrijft Tyrrell, de uiting geweest zijn van een grote gemeenschap van gelovigen, in verleden en heden "en niet slechts van enkele onverantwoordelijke personen, die daarmee bezig waren de kerk, waartoe zij behoorden, uit te tarten."149 Ook dr. De Vogel heeft wel eens haar verwondering er over uitgesproken, dat de katholiserende beweging zich zo weinig rekenschap geeft van de discrepantie hunner opvattingen met de leer en de historie der Hervormde Kerk.150 - Volgens Newman leverde zo'n beweging slechts "katholieke mimiek" op.151 Wie nieuw ceremonieel uitvond, dat er nooit geweest was, was een sektariër. Een katholiserende beweging in een hervormde kerk deed, naar zijn mening, aan die kerk afbreuk. Aan dergelijke woorden dient te meer waarde gehecht, naarmate zij geacht kunnen worden uitingen te zijn van een dieper historisch besef dan door een hervormde alléén kan worden opgebracht.

Eindnoten

  1. 145

    WD. 7,272, k. 2.↩

  2. 146

    Civ. Dei 10, 23; 28; 29 (CChrSL. 47, 296 v.; 303 vv.).↩

  3. 147

    Inst. IV, 3, 1.↩

  4. 148

    Inst. IV, 17, 34.↩

  5. 149

    J. J. Stam, George Tyrrell (1861-1909), Utrecht 1938, p. 29, noot 4: "l should say now that what 1 missed, was that appeal to our historical sense which precisely the same ceremony would have made in a catholic church, where it would have been the utterance of the great communion of the faithful, past and present, of all ages and nations, and not merely of a few irresponsible agents acting in defiance of the community to which they belonged." (Uit Autobiography and Life of George Tyrrell, dl. 1, p. 152)↩

  6. 150

    Bijv. in Newman's gedachten over de rechtvaardiging, p. 179, noot l; vgl. ook p. 220.↩

  7. 151

    In de King William Street Lectures (Difficulties oflA nglicans, ed. Longrnans, 1918, di. 1, p. 1 vv.) doelt Newman met de uitdrukking 'mimic Catholicism' op de pogingen van de Oxford-movement, om katholiek te zijn, met name in liturgisch opzicht, zonder rooms-katholiek te worden; vgl. ook W. H. van de Pol, a.w., p. 267, waaraan N. zijn verdere gegevens blijkbaar heeft ontleend.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← ComprehensivenessGestalte en GeestHet Woord →