O. Noordmans · Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken
← Het geestelijk evangelieGestalte en GeestUit de lijst →

Verzamelde Werken, deel 8 · Gestalte en Geest · Deel III · Boek 2: De apostel des Geestes · p. 408–410

De vier Evangelien van Paulus

Want ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen Of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.

Galaten 1 : 11 en 12 (Vert. NBG.)

De hoofdbrieven van Paulus, aan de Galaten, aan de Korinthiërs en aan de Romeinen, zou men ook vier evangeliën kunnen noemen. Zij hebben alle Jezus Christus tot onderwerp, maar zij handelen over Hem op een wijze, die overeenkomt met de manier, waarop deze apostel kennis had gekregen aan de Heer. Paulus schrijft over Hem als over een Geest, die aan hem verschenen is en die macht over hem gekregen heeft, zodat de apostel zelf eigenlijk niet meer leeft, maar Christus in hem (Gal. 2 : 20). Hij schrijft ook: "Die zich aan de Here hecht, is één geest (met Hem)" (1 Kor. 6 : 17).

Uit Paulus' brieven blijkt zonneklaar, dat dit gezichtspunt voor hem alles beheerst. Ofschoon hij de overlevering, zoals die later door Mattheüs, Markus en Lukas is opgetekend, althans ten dele heeft gekend, wordt deze toch door de openbaring, die hij zelf heeft ontvangen, sterk in gehalte gewijzigd. In de oude kerk kende men in dat verband al heel vroeg de tegenstelling van lichamelijk en geestelijk. Men paste die toe op het verschil tussen de schrijfwijze van de synoptici en die van Johannes. Zij geldt echter nog in veel sterkere mate en zuiverder voor Paulus. Men merkt in Paulus' brieven weinig van het bonte gebeuren uit de evangeliën der synoptici. Nog veel minder dan in het evangelie van Johannes. Volgens een overlevering, die de oude kerkelijke geschiedschrijver Eusebius voor ons bewaard heeft, zou het evangelie van Markus op de volgende wijze zijn ontstaan. Toen Petrus te Rome het Woord verkondigde, verzochten de mensen Markus, hem daarbij op een afstand te volgen en het gehoorde later uit de herinnering op te schrijven, wat deze dan ook deed.95 - Wanneer dit verhaal juist is, moet Petrus dus sterk historisch hebben gepreekt. - Zulk een evangelie-verkondiging is voor Paulus niet denkbaar. Wanneer deze apostel historisch wordt, dan doet hij dat uit het Oude Testament (Hand. 13 v.). Of hij gaat terug op zijn eigen levensgeschiedenis (Hand. 22; 26). Over Jezus echter wordt Paulus nooit verhalend, tenzij dan dat hij een korte historische uitbreiding geeft aan zijn boodschap, dat Jezus is "overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardiging" (Rom. 4: 25). In zijn brieven doet hij dat laatste bijv. in 1 Korinthe 11 : 23-26, als hij handelt over het avondmaal en de dood des Heren. En in 1 Kor. 15 : 3-8, als hij schrijft over de opstanding van Jezus. Beide malen zet de apostel er ook bij, dat hij deze dingen bij overlevering ontvangen heeft en ze weer heeft overgeleverd aan de gemeente. - Naar dat model is later ook het evangelie van Johannes geschreven. Het begint pas in eigenlijke zin historisch te worden bij de dood en de opstanding van Jezus. Daarom sprak men dan ook bij hem van een geestelijk evangelie tegenover die der synoptici, die de lichamelijke, de historische dingen beschreven. Dit alles geldt echter in veel strikter zin van de brieven van Paulus. Ik wil wel bekennen, dat ik over Jezus soms liever heb mogen lezen bij Mattheüs, Markus of Lukas dan bij Johannes. Jezus, predikende aan de Zee van Tiberias; Jezus, te midden van de misdeelden; Jezus, die de gelijkenissen vertelt, boeit onze aandacht onmiddellijk. Misschien is dat niet zo dadelijk het geval, als wij Hem aantreffen bij het badwater te Bethesda (Joh. 5) of met de blindgeborene bij het badwater te Siloam (Joh. 9), of wanneer Hij zijn lange gelijkenisredenen uitspreekt. - Een geestelijk evangelie te lezen of te horen, moet men leren. Dat kan men bij Paulus, in zijn brieven.

Daarbij denk ik dan allereerst aan het kruis. Het is een machtig gegeven voor de fantasie, voor het oog. Deze drie lichamen in doodsangsten opgeheven op de heuvel Golgotha. Het schijnt dat iedere overbrenging naar een meer geestelijk orgaan aan de indruk schaden moet. Dat de prediking hier althans verhalend moet blijven, zoals zij dat in het evangelie van Johannes dan ook blijft. - Maar wat dunkt u van Paulus, als hij in 1 Korinthe 13 het kruis hoorbaar maakt? Het kruis, waaraan Jezus zichzelf niet zoekt en het kwade niet toerekent (vs. 5); waaraan Hij alles bedekt en alles verdraagt (vs. 7). In deze hoorbare vorm heeft de apostel het kruis gezet te midden van de andere geestelijke gaven in de eerste christelijke gemeente; tussen het geloof en de hoop, de meeste (vs. 13), de liefde. Dit is de liefde Gods, die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, die ons gegeven is ... doordat Christus ... voor ons gestorven is (Rom. 5 : 5-8 Vert. NBG.). Zo leeft Christus zelfs in ons en worden wij "één geest met Hem". Zo kan de apostel het kruis ook in zijn eigen leven tekenen, als hij schrijft: "Want het schijnt mij toe, dat God ons, apostelen, de laagste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en mensen" (1 Kor. 4 : 9). Kan men ergens treffender beschrijving van Golgotha vinden? Maar nu ligt die heuvel ook in het leven van de apostel. Om die liefde van Christus te leren kennen kan men dus ook de vier evangeliën van Paulus lezen; in de eerste tijd had men geen andere dan deze geestelijke evangeliën. Men kan dat doen door er op te letten hoe Paulus in Korinthe de bediening der verzoening, die hem gegeven is (2 Kor. 5 : 18,), uitoefent. De brieven, die hij aan die gemeente schreef, zijn apostolisch in zeer bijzondere zin. Het was alsof God door zijn mond tot de gemeente sprak (2 Kor. 5 : 20). De gedachtengangen zijn subtiel, maar het is geen subtiliteit van het verstand, doch van het hart. En dan zijn ze eigenlijk nog te subtiel voor een mens. Het is een goddelijke subtiliteit, die ons ontgaat; het is dwaasheid; dwaasheid des kruises. Het zijn woorden, die door de Geest geleerd zijn (1 Kor. 2 : 13).

Wanneer wij de winnende roep van Paulus in deze brieven beluisteren, dan komt het ons voor alsof wij het koeren van een woudduif horen. De donkere, omfloerste tonen worden niet voortgebracht door de stembanden van de vogel alleen, maar heel het gevederde dier komt daarbij in trilling. Zo vibreert ook de hele apostolische existentie van Paulus, als hij deze brieven schrijft. En met hem komt de liefde van Christus, met wie hij één geest is, in beweging. En daarachter het hart des Vaders. Vindt gij, dat deze geestelijke existentiële uitbeelding van Paulus onderdoet voor de historische bij de andere evangelisten?

Eindnoten

  1. 95

    Eusebius Caesariensis, Historiae Ecclesiasticae I, 15; vgl. ook III, 39 (MPG. 20, 171 vv.; 295 vv.; SC., Eusèbe de Césarée, Hist. Eccl., 70 vv., 153 vv.).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet controlepunten aan om de OCR-correcties en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Het geestelijk evangelieGestalte en GeestUit de lijst →